Week van het Jonge Kind

Van 16 tot 20 april is het de Week van het Jonge kind.

Thema: ‘Gezond opvoeden. Waar leg jij de grens?’

Gezonde mensen hebben over het algemeen een betere kwaliteit van leven. Aandacht voor gezond en emotioneel veilig opgroeien op jonge leeftijd maakt de kans op een gelukkig en succesvol leven groter; als kind én als volwassene. Dit geldt zeker ook voor kinderen met een ontwikkelingsstoornis bij leren en/of gedrag.

De focus ligt dit jaar vooral op ‘emotioneel gezond’. Hoe zorgen we ervoor dat kinderen met een ontwikkelingsstoornis ook daadwerkelijk gelukkig opgroeien? Balans denkt dat vroegsignalering en diagnostiek hier goed bij kunnen helpen.

Als je weet wat je kind nodig heeft en welke handvatten nodig zijn om ermee om te gaan kun je de ontwikkeling al vroeg beïnvloeden. Uit onderzoek blijkt dat hoe meer geld je besteedt in de eerste fase, hoe minder je later uitgeeft.

Ook is er veel onzekerheid bij ouders met de huidige veranderingen in de zorg. Naar wie moet je toe met je vragen en met wie kun je jouw zorgen delen? Het liefst met iemand die kennis heeft over de ontwikkeling van kinderen in het algemeen en die kan kijken naar de ontwikkeling van jouw kind specifiek.

Onze zoon was heel onrustig en kwam niet tot spelen. Een ergotherapeute gaf ons een tip. Maak gebruik van een triptrapstoel. Nu kon hij zijn aandacht veel langer bij het spel houden.

Hij speelde nu veel langer met klei en kleurboek. Zij leerde hem spelen en daar ook van te genieten.

Hoe kom je te weten wat er met je kind aan de hand is? Het is vaak nog lastig om op jonge leeftijd een diagnose te stellen, terwijl er wellicht wel signalen zijn dat een kind zich anders ontwikkelt, en je als ouder je daar zorgen over maakt.

Zijn er vermoedens van dat je kind autisme heeft?

Dan kun je een beroep doen op Autisme Jonge Kind. Dit is een Landelijk Expertisenetwerk waarin ouders en professionals samen werken aan betere vroegsignalering en tijdige hulp.

Zo merkten de ouders van een twee jarige: op de peuterspeelzaal bleek hij erg op zichzelf, maakte geen contact met leeftijdgenootjes, had een taalachterstand, bleek motorisch niet goed ontwikkeld, was druk en raakte bij elke verandering van slag.

Jarenlang was er een zoektocht van hulpverlener naar hulpverlener wat er met hem aan de hand was. Pas na een vier jaar durende zoektocht werd de diagnose autisme gesteld. Vader: ‘ik ben teleurgesteld in eerdere hulpverlening. Mijn vrouw en ik waren bijna gescheiden.’

We moeten ook niet vergeten hoeveel impact het gedrag van een kind kan hebben op de gezinssituatie.

We kunnen tegenwoordig steeds vroeger vaststellen of een kind een aandachtsstoornis of autisme heeft. Dat heeft grote voordelen, maar er zijn ook valkuilen. Het blijft belangrijk om voorzichtig te zijn met het plakken van een etiket, omdat zo’n etiket een eigen leven kan leiden. Er is voorzichtigheid geboden. Niet alle kinderen die weinig brabbelen en weinig oogcontact maken hebben autisme. Er kan ook iets anders zijn.

Een vroege diagnose kan wel heel behulpzaam zijn in het vinden van de juiste begeleiding voor het kind, maar wat ook belangrijk is, dat de ouders ondersteuning krijgen. Want een probleem waar niet adequaat op wordt gereageerd door de omgeving wordt erger. Echter als je verkeerd diagnosticeert en ouders onterecht ongerust maakt, kan dat schadelijk zijn.

Waarom is het handig om ADHD al vroeg te herkennen?

Kleine kinderen die heel druk en beweeglijk zijn en een slechte concentratie hebben, kunnen ADHD hebben, maar dat hoeft zeker niet. De eerste symptomen worden meestal duidelijk bij een jaar of 3, maar dat kan ook iets eerder of juist later zijn. En net als bij autisme bijvoorbeeld geldt, dat hoe eerder je er bij bent, hoe beter je je kind kunt helpen, begeleiden en vervelende gevolgen kunt voorkomen. Een positieve benadering en veel structuur in de omgeving (waaronder thuis en op school) kunnen er toe leiden dat kinderen minder last hebben van hun gedrag.

Maar zijn vroege diagnoses ook mogelijk bij opstandige en disruptieve gedragsstoornissen als ODD en CD?

De helft van de kinderen die bij de jeugd GGZ terecht komt wordt aangemeld voor gedragsproblemen. Met het grootste deel van de kinderen blijkt na onderzoek iets anders aan de hand te zijn. Zij uiten het alleen door middel van gedragsproblemen.

Ook nu is het van groot belang veel te weten over de normale ontwikkeling van kinderen. Daar komt nog bij de Nederlandse ouders erg gericht zijn op de ontplooiing van hun kind. Dat is gunstig, maar het slaat vaak door: ze stellen dan te weinig grenzen in de opvoeding. Terwijl kinderen grenzen nodig hebben. Doordat de ouders te weinig grenzen stellen, melden ze zich soms te snel bij de hulpverlening als ze vinden dat hun kinderen te ver gaan. Het is belangrijk om ook altijd naar dit aspect te kijken.

Hoe zit dat bij dyslexie en dyscalculie?

Ook hierbij geldt dat er goed gekeken moet worden naar de signalen. Inmiddels is bekend dat een stagnerende lees- of rekenontwikkeling veel (negatieve) emotie en faalangst bij kinderen teweeg kan brengen. Daarom wordt er gezocht naar de risico’s en signalen op kleuterleeftijd. En naar het moment waarop eventuele interventies kunnen worden ingezet om kinderen goed voorbereid naar groep 3 te laten gaan. Uit onderzoek is immers bekend dat vroege interventie effectiever is dan het remediëren van problemen later in het traject.

Vroegsignalering bij motorische problemen: hoe zit dat bij DCD?

Kinderen met een onhandige motoriek zijn net iets trager en onnauwkeuriger dan andere kinderen. Daardoor laten andere kinderen hen vaak links liggen. Kinderen voelen dat haarfijn aan. Dit is niet gunstig voor een normale ontwikkeling. Dan is het goed dat problemen tijdig worden opgemerkt en dat je leert omgaan met DCD.

Lees verder Vroegsignalering en diagnostiek en Vroegsignalering bij DCD

Word lid balk