Samenwerkingsverbanden potten steeds meer geld zorgleerlingen op

Het vermogen van samenwerkingsverbanden passend onderwijs is gegroeid tot 206 miljoen euro. Niemand weet waarom dit geld niet wordt besteed aan zorgleerlingen en thuiszitters.

In 2016 werd bijna 50 miljoen euro toegevoegd aan het de reserves van samenwerkingsverbanden, zo blijkt uit het onlangs verschenen rapport De Financiële Staat van het Onderwijs 2016 van de Inspectie van het Onderwijs. Het eigen vermogen van deze verbanden groeide hierdoor met 31 procent tot 206 miljoen euro. In 2015 hielden de samenwerkingsverbanden 82 miljoen euro over.

Eén samenwerkingsverband voor voortgezet onderwijs in Gouda heeft 1,2 miljoen euro aan ‘overtollige’ middelen voor zorgleerlingen uitstaan in staats- en bedrijfsobligaties, zo meldt het Onderwijsblad.Lisa Westerveld (GroenLinks) heeft inmiddels Kamervragen gesteld over de grote reserves van samenwerkingsverbanden.

De inspectie noemt het resultaat over 2016 ‘hoog’ en wijst er in het rapport op dat de financiële verantwoording van samenwerkingsverbanden ‘nogal eens’ tekortschiet. ‘Veel samenwerkingsverbanden zijn niet in staat om goed te verantwoorden hoe de middelen ten goede zijn gekomen aan de leerlingen’, aldus het rapport. ‘Ook binnen de scholen is dat voor veel betrokkenen niet voldoende duidelijk. Mede daardoor ontbreekt een goed beeld van de effectiviteit van de werkzaamheden van samenwerkingsverbanden.’

Eén van belangrijkste redenen voor de invoering van passend onderwijs was in 2014 het transparanter maken van de bestedingen voor ondersteuning aan leerlingen. De inspectie verwijt samenwerkingsverbanden nu juist gebrek aan financiële transparantie – velen publiceren geen of een verouderd jaarverslag op hun website. Samenwerkingsverbanden zijn hiertoe wettelijk gezien ook nog niet verplicht. ‘Maar het ontbreken ervan lijkt een indicatie te zijn voor de wijze van communicatie, ook intern’, aldus de inspectie.

Eerder dit jaar constateerde het Kohnstamm Instituut dat een deel van de leraren weinig zicht heeft op de beschikbare ondersteuning voor leerlingen, zeker als die van buiten de school moet komen. Ook voor ouders is volgens het instituut vaak onduidelijk wat scholen hun kinderen met speciale zorgbehoeften te bieden hebben.

In een in mei 2017 verschenen rapport noemde de Algemene Rekenkamer het gebrek aan transparantie over de bestedingen van het geld voor passend onderwijs ‘zorgelijk’. De Rekenkamer riep de samenwerkingsverbanden op om deze bestedingen voortaan openbaar te maken voor alle partijen, inclusief leerlingen en ouders. Ook hekelde de Rekenkamer het gebrek aan onafhankelijk intern toezicht van samenwerkingsverbanden.

In juni 2017 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin wordt opgeroepen tot onafhankelijk toezicht.  In het Regeerakkoord van kabinet Rutte III staat ook dat dit toezicht er moet komen.

Uit onderzoek van Duo en het televisieprogramma De Monitor bleek in oktober 2017 dat negen van de tien basisschoolleraren zorgleerlingen uit tijdgebrek niet de ondersteuning kunnen geven die zij nodig hebben. Nog geen kwart gaf aan via school voldoende bijscholing te krijgen op het gebied van passend onderwijs.

Op 12 december 2017 staken leraren in het basisonderwijs voor meer salaris en minder werkdruk.

Samenwerkingsverbanden ontvangen jaarlijks 2,4 miljard euro voor passend onderwijs. Het grootste deel hiervan gaat naar scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.

Door onze redacteur Julie Wevers

 

 

Word lid balk