Ruzie ouders en school loopt op na gang naar Geschillencommissie

De relatie tussen school en ouders verslechtert door de gang naar de Geschillencommissie passend onderwijs.  Vooral als het conflict gaat over het ontwikkelingsperspectief (OPP).

Dit blijkt uit het rapport Doet de Geschillencommissie passend onderwijs ertoe? dat op 6 oktober werd gepresenteerd. Het rapport gaat over de in totaal 72 uitspraken die zijn gedaan van augustus 2014 en met september 2016. Aan het onderzoek namen 37 ouders en 46 scholen deel.

Ongeveer de helft van de ouders en de scholen is het volledig of grotendeels eens met de uitspraak van de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO). Slechts 40 procent van de ouders vindt echter dat het geschil na de procedure helemaal of deels is opgelost, tegen 77 procent van de scholen. De meeste ouders willen dat de uitspraak van de commissie bindend wordt; op dit moment gaat het slechts om een advies aan de school.

Opmerkelijk is dat beiden partijen, scholen én ouders, vinden dat hun relatie door de procedure is verslechterd. Voorzitter Jacques Dijkgraaf van de commissie noemde dit tijdens presentatie afgelopen vrijdag ‘heel zorgelijk’. Dijkgraaf: ‘Ouders en scholen hebben moeite om elkaar te verstaan. Ik zou willen dat wij wat meer handvatten hadden om hier verandering in te brengen. Wij gaan in elk geval proberen om beide partijen meer ruimte te geven om met elkaar in gesprek te gaan, mogelijk in de vorm van mediation.’ De verslechtering van de relatie is het grootst als het conflict gaat over het ontwikkelingsperspectief (OPP), hierin staat onder andere welke ondersteuning een zorgleerling nodig heeft.

De Geschillencommissie passend onderwijs is in 2014 opgericht, tegelijk met de invoering van de Wet passend onderwijs. Ouders kunnen de commissie vragen om een uitspraak te doen over de toelating of de verwijdering van een zorgleerling of over het ontwikkelingsperspectief. Daarnaast zorgt de Geschillencommissie ook voor belangrijke jurisprudentie op het gebied van passend onderwijs. Volgens Dijkgraaf nemen veel schoolbesturen de uitspraken van de commissie als leidraad bij hun handelen.

Ouders geven het schoolbestuur gemiddeld een 2,8 voor de afhandeling van de klachtenprocedure bij de Geschillencommissie. ‘Ouders hebben opgemerkt dat zij zich onmachtig voel(d)en richting scholen en dat door scholen misbruik wordt gemaakt van hun machtspositie’, aldus het rapport. Volgens onderzoeker Jos Lubberman is de relatie vaak al ‘totaal verziekt’ op het moment dat ouders naar de commissie stappen, en heeft het lage cijfer om die reden waarschijnlijk niet zoveel te maken met de procedure zelf.

Ouders geven de commissie een karige 6,1 voor de begrijpelijkheid van de uitspraak. Het taalgebruik zou te juridisch zijn. Volgens Dijkgraaf is hier door de commissie inmiddels al hard aan gewerkt. ‘De uitspraken zijn tegenwoordig kort en krachtig geformuleerd in de trant van: het bestuur moet zorgen dat dit kind naar school gaat. Daar zit geen woord Spaans meer bij.’

Redelijk tevreden zijn ouders over de aanbevelingen van de commissie. Zij geven dit onderdeel gemiddeld een 6,9. Veel minder tevreden zijn ouders over wat er vervolgens met die aanbevelingen gebeurt; de meesten zeggen dat ze door de school niet zijn opgevolgd. Scholen vinden dat zij de aanbevelingen juist wel volledig of grotendeels opvolgen.

Van 59 van de in totaal 72 uitspraken is door het onderzoeksbureau Regioplan een ingevulde enquête ontvangen. Hierbij ging het in 58 procent van de gevallen om een geschil op een school voor voortgezet onderwijs, in 34 procent in het basisonderwijs en in 9 procent om het voortgezet speciaal onderwijs. In 66 procent van de uitspraken werd de klacht van de ouders gegrond verklaard. Ruim de helft van de ouders zou andere ouders een procedure bij de commissie aanraden, dertig procent zou dit niet doen.

Door onze redacteur Julie Wevers