Nederlandse Onderwijs ‘glijdt af’ volgens de inspectie

De kwaliteit van het Nederlandse onderwijs loopt gevaar. De prestaties van leerlingen worden al jaren minder, terwijl de kansenongelijkheid toeneemt. Dit staat in het rapport De Staat van het Onderwijs dat vandaag verschijnt. 

De leesvaardigheid van Nederlandse basisschoolleerlingen is vorig schooljaar opnieuw gedaald, zo blijkt uit het het rapport De Staat van het Onderwijs dat vandaag verschijnt. Het rapport beschrijft het schooljaar 2016-2017.

Net als bij veel andere vakken zoals rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen, zijn er op leesgebied vooral nog maar weinig ‘hoogvliegers’. Hierdoor verliest Nederland zijn internationale toppositie op onderwijsgebied. Dit bleek eerder ook al uit belangrijke internationale studies als PISA en TIMMS. ‘We moeten wel concluderen: door de jaren heen glijden de resultaten van het Nederlandse onderwijs af’, zo schrijft inspecteur-generaal van het onderwijs Monique Vogelzang in het voorwoord van het rapport. ‘Hier maak ik mij echt zorgen om.’ 

De dalende resultaten van het Nederlandse onderwijs zijn al twee decennia zichtbaar – de prestaties nemen internationaal gezien het sterkst af bij wiskunde en natuurwetenschappen. 

Opvallend noemt de inspectie de grote verschillen tussen scholen onderling, ook als zij te maken hebben met een vergelijkbare leerlingenpopulatie. Dit leidt volgens de inspectie tot ongelijke kansen, net als de toenemende ‘sociale en economische segregatie’. ‘Vooral hoger opgeleide ouders scheiden zich af’, aldus het rapport. ‘Dat gebeurt via de schoolkeuze: door te kiezen voor scholen met specifieke onderwijsconcepten, scholen waar alleen leerlingen met een vergelijkbare achtergrond op zitten of voor privaat onderwijs.’

Laaggeletterd

In 2017 haalden fors minder leerlingen het streefniveau lezen aan het einde van basisschool. Dit percentage daalde met bijna 10 procentpunten tot 65 procent. Ook het aantal leerlingen dat de basisschool laaggeletterd verlaat steeg, van nog geen 1,4 procent in 2015 naar 2,2 procent in 2017. Het gaat hierbij in totaal om ongeveer 3,5 duizend leerlingen. Nederlandse kinderen hebben ook opvallend weinig plezier in lezen, zo blijkt uit internationale onderzoeken. 

Ook de rekenprestaties van Nederlandse basisschoolleerlingen blijven achter, zo blijkt uit het rapport van de inspectie. In 2017 verliet 7 procent van de leerlingen laaggecijferd de basisschool, terwijl nog niet de helft het streefniveau beheerste. 

(Voortgezet) speciaal onderwijs

Het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs steeg dit schooljaar (2017-2018) met ruim 700 leerlingen, zo blijkt uit het rapport. In het voortgezet speciaal onderwijs is het aantal nieuwe leerlingen, wederom, gedaald. 

Eenmaal op een speciale school keren slechts weinig leerlingen terug naar het reguliere onderwijs, zo constateert de inspectie. ‘De verwachting was dat er na de invoering van passend onderwijs meer leerlingen tijdelijk in het (voortgezet) speciaal onderwijs zouden worden opgevangen en na een kort of langer verblijf terug zouden gaan naar het regulier onderwijs, de school in de buurt waar ook broertjes en zusjes verblijven. Uit de cijfers blijkt dat niet.’  

Veel leerlingen die van het voortgezet speciaal onderwijs (vso) komen, slagen er niet in om verder te leren of om een baan te vinden, zo blijkt uit De Staat van het Onderwijs. Lees hier het artikel Vso-leerlingen zijn kansloos op de arbeidsmarkt.

 

Word lid balk