Leerling heeft ook thuis recht op dyslexie-hulpmiddel

Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Gouda maakt zich schuldig aan discriminatie door een leerling niet toe te staan om een dyslexie-hulpmiddel mee naar huis te nemen. 

Dit staat in een recente uitspraak van het College voor de Rechten van de mens. Een leerling van een school in Gouda heeft vanwege zijn dyslexie zowel thuis en als op school speciale software nodig om de inhoud van schoolboeken tot zich te nemen. Op school gebruikt hij hiervoor Sprint-software. De school geeft toe dat de jongen deze software ook thuis nodig heeft om zijn huiswerk goed te kunnen maken. Thuisgebruik van het hulpmiddel wil de school echter niet financieren – dat zou een ‘onevenredig belastende’ aanpassing zijn.

Volgens het College voor de Rechten van de Mens maakt de school een verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte. De Sprint-software betreft volgens het College een ‘geschikte en noodzakelijke’ aanpassing omdat daarmee de belemmeringen worden weggenomen die de jongen als gevolg van zijn dyslexie ervaart bij het volgen van onderwijs. Dat het voor de school een ‘onevenredig belastende’ aanpassing zou zijn als hij de software ook thuis gebruikt, heeft de school volgens het College onvoldoende aannemelijk gemaakt.

Het College heeft de kwestie beoordeeld op verzoek van de moeder de leerling. De uitspraak was op 12 oktober 2017.