‘Er zijn te weinig bewezen effectieve behandelingen autisme’

kinder- en jeugdpsychiater Wouter Staal
Wouter Staal

Kinder- en jeugdpsychiater Wouter Staal wil dat er meer bewezen effectieve interventies beschikbaar komen voor kinderen en jongeren met autisme. Dit hoopt hij te bereiken met zijn nieuwe leerstoel aan de Universiteit Leiden.

Wouter Staal, kinder- en jeugdpsychiater bij het Radboudumc en Karakter, wordt in mei 2018 bijzonder hoogleraar autisme aan het instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Hij zal zich vooral gaan bezig houden met neurobiologie, neurocognitie en behandeling. Staal is opleider van kinder- en jeugdpsychiaters en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Autisme en oudervereniging Balans.

Wat gaat u precies doen in Leiden? 

‘Ik wil ervoor gaan zorgen dat effectieve interventies voor kinderen en jongeren met autisme sneller in de klinische praktijk terechtkomen, een leerstoel helpt om de aandacht hiervoor scherp te houden. Op dit moment zijn er nog te weinig interventies waarvan vaststaat dat ze werken. En als die evidentie er wél is, duurt het veel te lang voordat kinderen en jongeren er gebruik van kunnen maken. Neem bijvoorbeeld de muziektherapie van Stichting Papageno. Daar is evidentie voor, desondanks is er tot nu toe slechts een beperkt aantal therapeuten dat deze therapie kan geven.’

Zijn er ook al interventies die effect hebben op de kernsymptomen van autisme, zoals problemen op sociaal gebied?

‘Er zijn sterke aanwijzingen dat de in de Verenigde Staten ontwikkelde behandeling Pivotal Response Treatment, PRT, de sociale vaardigheden van kinderen onder de 6 jaar versterkt. Daarom onderzoeken wij op dit moment bij het Universitair Centrum Karakter bij hoe je ouders op effectieve wijze kunt trainen tot co-therapeut, zodat ze hun kind thuis zelf kunnen trainen in PRT. Als we weten hoe dat moet – en de eerste resultaten zijn veelbelovend – willen we deze training heel snel kunnen aanbieden binnen Karakter, maar ook aanbevelen als effectieve behandeling bij het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Daarnaast  hopen wij te kunnen bewijzen dat PRT ook bij oudere kinderen en jongeren werkt, daarom analyseren wij bij Karakter op dit moment de data van honderden internationale wetenschappelijke artikelen op dit gebied.’

Uw leerstoel richt zich ook op neurobiologie en neurocognitie. Wat hebben mensen met autisme daar in het dagelijks leven aan? 

‘Neurobiologie gaat over hersenstructuren en hersenactiviteit, neurocognitie over wat mensen daar in de praktijk mee kunnen, zoals emoties beleven, plannen en taal verwerven. Behandeling of begeleiding door iemand zonder kennis van neurobiologie en neurocognitie is vaak gedoemd te mislukken. En die kennis komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. De hersenontwikkeling verloopt bij mensen met autisme echt heel anders, zo hebben ze bijvoorbeeld een latere sociaal-emotionele rijping. En zij kunnen goede verstandelijke vermogens hebben, maar desondanks heel traag zijn in de informatieverwerking. Als je daar geen rekening mee houdt, kan iemand uiteindelijk depressief worden of zelfs psychotisch. Als een werkgever een volwassen man met autisme bijvoorbeeld opeens verplicht om te gaan ‘flexwerken’, dan gaat dat mis. Niet omdat hij niet goed in zijn werk is, maar omdat zijn neurobiologie maakt dat hij informatie slecht kan filteren. Mijn advies aan die werkgever zou dan ook luiden: stel het niet verplicht, niet voor deze persoon.’

Door onze redacteur Julie Wevers