Thema: Seksualiteit • Balans • 26 november 2018

‘Nóg explicieter zijn als ouder: ga er maar aanstaan!’

Nog explicitier zijn als ouder ga er maar aanstaan

Veel ouders zijn terughoudend met seksuele voorlichting, juist als hun kind ADHD of autisme heeft. Sanna Maris van Rutgers Kenniscentrum vertelt hoe ouders hiermee kunnen omgaan.

Interview: Anouk van Westerloo

Seksuele opvoeding van kinderen is een belangrijke taak van ouders. En voor kinderen met een ontwikkelingsstoornis is het misschien wel nóg belangrijker. Wat zijn dan de specifieke aandachtspunten? Sanna Maris van Rutgers Kenniscentrum vertelt.

 

Het Rutgers Kenniscentrum zet zich in voor seksuele gezondheid en geeft onder meer advies over seksuele opvoeding. Samen met andere organisaties en onderzoekers heeft Rutgers in kaart gebracht wat de invloed is van verschillende beperkingen, stoornissen of problematiek op de seksuele ontwikkeling. Over ADHD zijn weinig onderzoeksgegevens beschikbaar. Er is wel onderzoek gedaan naar jongeren met ‘externaliserende gedragsproblemen’, zoals dat medisch gezien heet. En deze jongeren komen deels, vooral in het naar buiten gerichte gedrag, overeen met jongeren met ADHD.

 

Wat kwam er uit deze onderzoeken?

‘Je ziet bij deze groep bijvoorbeeld een groter risico op onbedoelde zwangerschap. Meisjes hebben een verhoogd risico op tienerzwangerschappen, net zoals tienerjongens daar eerder bij betrokken zijn. Van de onderzochte vrouwen, die terugkeken naar hun jeugd, had vier procent tussen het vijftiende en negentiende jaar een kind gekregen, en nog eens vijf procent had op die leeftijd een abortus gehad. Maar ik moet er echt bij zeggen dat dit geldt voor jongeren met een gedragsstoornis met externaliserend gedrag en moeite om impulsen te controleren. Daar kúnnen ook jongeren met ADHD onder vallen, maar het daadwerkelijke risico voor jongeren met ADHD kunnen we dus niet zo stellig zeggen. We kunnen op zijn hoogst zeggen dat de verwachting is dat dit ook opgaat voor jongeren met ADHD. Wat we verder bij deze groep met een gedragsstoornis zien, is een verhoogd risico op SOA’s en HIV en een hoger risico op seksuele grensoverschrijding. Daar valt een heel breed spectrum onder, van aanranding tot seksueel misbruik, maar ook seksueel geweld.’

 

Zijn zij dan eerder dader of slachtoffer?

‘Dat risico geldt voor beide. Als iemand zijn impulsen minder onder controle heeft, dan heeft hij of zij vaak minder zicht op mogelijke risico’s. Je kunt minder goed de gevolgen overzien van je acties. Je gaat misschien eerder met iemand mee, waar bij een ander een signaaltje afgaat. En tegelijkertijd ben je ook minder ontvankelijk voor de signalen van een ander. Dus dan zou het kunnen dat je ook eerder over andermans grenzen heengaat.’

 

Is er over jongeren met autisme wel meer bekend?

‘Bij autisme is meer onderzoek gedaan. Al gaat dat onderzoek vooral over jongens, omdat uit de onderzoeken blijkt dat autisme bij jongens vier keer vaker voorkomt dan bij meisjes, of in elk geval vaker wordt gediagnosticeerd. Wat we weten is dat de seksuele ontwikkeling hetzelfde verloopt als bij jongeren zonder autisme. Dus ze hebben deels dezelfde seksuele gevoelens en ervaringen. Heel lang werd echter verondersteld dat mensen met autisme aseksueel zouden zijn. Dat is door onderzoek van Jeroen Dewinter onder Nederlandse jongens dus nu weerlegd. Toch zie je internationaal bij ongeveer een kwart van de jongeren met autisme zonder verstandelijke beperking, dat zij geen behoefte hebben aan een partner of geen duidelijke seksuele interesse hebben. Het kan heel goed dat deze jongeren later nog seksuele interesses krijgen.

Verder is wel opvallend dat homo- en biseksualiteit bij volwassenen met autisme vaker voorkomt. We gaan ervan uit dat datzelfde geldt voor jongeren, maar dat die daar op hun jonge leeftijd nog niet helemaal uit zijn. Ook is er meer variatie op het spectrum van genderidentiteit. Voor sommige jongeren is dit wat meer ‘vloeibaar’, deze jongens voelen zich een beetje een meisje, en andersom. Wat niet betekent dat ze zich helemaal van het andere geslacht voelen en dit ook zouden willen zijn. Ook is voor sommige jongeren met ASS het aanvoelen van normen binnen een situatie moeilijker, en kunnen ze daardoor ongepast of seksueel grensoverschrijdend gedrag vertonen.’

 

Wat voor problemen kunnen er ontstaan op latere leeftijd?

‘Sommige mensen met autisme vinden het bijvoorbeeld lastiger om relaties te onderhouden, en soms is het al moeilijk om een relatie aan te gaan door communicatieve problemen. Vooral de ontwikkeling in de puberteit loopt gelijk met die van andere jongeren, maar op latere leeftijd, vanaf een jaar of 25, veranderen er wel dingen. Dan zie je dat ze minder op het gemiddelde zitten qua relatievorming.

Wat je ook ziet bij mensen met autisme zijn onconventionele seksuele interesses en gedragingen: seksuele parafilieën. Het is niet helemaal duidelijk of dat nu daadwerkelijk meer voorkomt bij jongeren met autisme dan bij andere jongeren. Wat je wel ziet is dat door een aantal specifieke kenmerken van autisme (zoals repetitief gedrag en rituelen) er een obsessie of een preoccupatie kan ontstaan. Maar als jij opgewonden raakt van bijvoorbeeld rubber, om maar iets te noemen, dan hoeft dat helemaal geen probleem te zijn, zolang je dat kunt inpassen in jouw seksuele leven en anderen geen schade toebrengt.

 

Belangrijk is vooral een goede begeleiding op het gebied van seksuele vorming, juist op die persoonlijke autismekenmerken. Iedere persoon met autisme is namelijk anders. Sommige jongeren raken in de war van lichamelijke veranderingen tijdens de puberteit en worden heel angstig, andere helemaal niet. Het is vooral maatwerk, je kunt niet zo makkelijk uitspraken doen die gelden voor de hele groep.’

 

Je moet dus vooral je eigen kind goed kennen en inspelen op zijn specifieke behoefte?

‘Ja, en ik denk dat juist ouders vaak heel goed herkennen wat hun kind eigenlijk bedoelt, niet begrijpt of waar het angstig voor is. Zo kwam ik een voorbeeld tegen van een jongen met autisme die gek was op patroontjes. Als hij dan een mooi patroon zag op iemands T-shirt, ging hij ernaartoe om te voelen. Maar als hij dat doet, raakt hij ook weleens iemands borsten aan. Terwijl het hem daar helemaal niet om gaat, hij wil alleen dat patroon aanraken. Zo’n jongen wordt al snel weggezet als ‘dader’ als mensen om hem heen de autismekenmerken niet begrijpen. Maar als je weet wat hij eigenlijk bedoelt, dan kun je het beter plaatsen en hem ook beter begeleiden en bijsturen. Juist voor deze jongeren is het belangrijk dat ze, net als andere jongeren, de ruimte krijgen om te experimenteren en te leren. Om die gezonde seksuele ontwikkeling te doorlopen.’

 

Krijgen deze jongeren die experimenteerruimte dan minder?

‘Vaak zie je dat deze kinderen een bepaalde kwetsbaarheid hebben, zoals de jongen uit het voorbeeld, en dat dan vanuit een bescherming een beperking wordt opgelegd. Dat de juf of de ouder zelf denkt, als hij vlak naast een meisje zit op de glijbaan: ik haal ze maar vast uit elkaar, want straks gaat hij aan haar shirtje voelen… Kinderen en jongeren met dit soort problematiek worden vaak juist niet steviger en weerbaarder gemaakt, maar eerder afgeschermd. En door te beperken, ontneem je die jongen of dat meisje de veilige ruimte om competenties zelf te ontwikkelen.’

 

We maken er als volwassenen iets seksueels van, terwijl dat er helemaal niet achter zit…

‘Zeker bij jonge kinderen, zonder of met een diagnose, doen we dat snel. Als er echt grensoverschrijdend gedrag is en iemand is niet bij te sturen, dan is het natuurlijk heel anders. Maar op het moment dat een kind nog in de experimenteerfase zit, dan moet hij of zij de kans krijgen om de normale grenzen te ontdekken: wanneer zegt iemand ja en wanneer nee, hoe voelt het om verliefd te zijn, ik wil graag een keer zoenen, wil die ander dat ook? Dan moet je niet gaan afschermen vanuit een negatieve blik, maar begeleiden en positieve ervaringen op laten doen. Je moet relatievaardigheden aanleren, communicatievaardigheden. Net zoals je dat voor vriendschap nodig hebt, geldt dat ook voor seksualiteit.’

 

Maar hoe doe je dat dan?

‘Je begint al vanaf de geboorte met seksueel opvoeden, dat is zo bij ieder kind. En door de tijd heen pas je de informatie aan, aan de behoefte en leeftijd van je kind. Je pakt dagelijkse aanleidingen aan om erover te praten. Bijvoorbeeld een zwangere vrouw die op visite komt, dat is weer even een momentje om het te hebben over hoe die baby daar in de buik is gekomen.

Bij kinderen en jongeren met autisme is het verder vooral van belang dat je heel gedetailleerd bent, maar zonder af te schrikken. Je kunt desnoods filmpjes en plaatjes gebruiken. Bedenk goed wat de specifieke kenmerken zijn bij jouw kind, waar je vervolgens op kunt inspelen. Bereid ze ook goed voor op de veranderingen die in de puberteit staan te gebeuren, en begin daar al vroeg mee, zeker vanaf een jaar of tien. Borsten krijgen, masturberen, schaamhaar, ongesteld worden, de eerste zaadlozing bij jongens, vaginale afscheiding; het zijn allemaal dingen waar sommige tieners met autisme behoorlijk van kunnen schrikken als ze er niet op zijn voorbereid. Ik ken verhalen van tienermeisjes die hun borsten afplakken om ze terug te duwen, en niet omdat ze een jongen willen zijn, maar omdat ze het eng vinden.

Zoom niet alleen in op alle gevaren en risico’s, geef ook juist ruimte aan de positieve ervaringen. Vertel ook wat fijn en prettig is. Besteed gericht aandacht aan wensen en grenzen, van jezelf en van de ander. En vergeet niet extra aandacht te besteden aan homo- en biseksualiteit en de genderidentiteitsontwikkeling.Het belangrijkste voor jongeren met autisme is dat je in de seksuele opvoeding rekening houdt met de specifieke aspecten van autisme, zoals sensorische onder- of overgevoeligheid, het vinden van een partner, onderhouden van een relatie en het belang van praten over wensen en grenzen. Zo kan bijvoorbeeld aanraking door de één als vervelend worden ervaren en bij de ander nauwelijks gevoel teweegbrengen. Soms maakt dat bijvoorbeeld klaarkomen lastiger of gaat het juist heel snel. Een open gesprek over dit onderwerp en voorbereiding voor jou als ouder is dan belangrijk. Je kunt hier ook hulp bij vragen, zodat je over de seksuele ontwikkeling kunt praten als positief en normaal onderdeel van het leven.’

 

En wacht niet af tot je kind (met of zonder diagnose) zelf met vragen komt, want die komen misschien niet?

‘Nee, absoluut niet wachten, dat is echt onze kernboodschap. Je ziet vaak dat ouders wachten omdat ze het zelf moeilijk vinden om erover te praten. Maar je kind vindt het ook niet makkelijk en voelt aan dat jij dat ook lastig vindt, dus komen die vragen misschien wel nooit. Bovendien weet een kind vaak helemaal niet wát hij dan zou willen vragen. Seksuele opvoeding is echt een taak van ouders, net zoals je je kind leert fietsen, hoort dit er ook bij. Je stimuleert en je empowert, je zorgt dat ze het zelf kunnen later, maar je waakt voor de risico’s.’

 

Waarom vinden ouders het toch zo moeilijk?

‘Het kan te maken hebben met wat je zelf hebt meegekregen. Toch heb ik wel het idee dat er meer aandacht voor is tegenwoordig. Er komt natuurlijk telkens een nieuwe generatie ouders bij en het blijft zich ontwikkelen. Ook de onderwerpen waar je het over moet hebben, ontwikkelen. Dertig jaar geleden hoefden we ons nog niet druk te maken om sexting, nu wel. Hoe je daarmee omgaat kunnen ouders van nu dus niet van hun eigen ouders hebben geleerd. Als ouder loop je sowieso een beetje achter de feiten aan als het gaat om jongeren. Heb jij eindelijk Facebook ontdekt, zitten jongeren alleen nog maar op Instagram. Toch heb je tegelijkertijd wel een meer overstijgende blik. Het gesprek aangaan is altijd goed, zoek de dialoog, dat is beter dan alleen maar informatie ‘zenden’. Vraag dingen: hoe zou jij dat doen als je in een bepaalde situatie komt? Wat deel je wel en wat niet op sociale media en wat kunnen de gevolgen zijn? En wat zijn de gevolgen als je een foto van iemand anders zomaar doorstuurt naar anderen?

Ouders met kinderen zonder stoornis vinden het dus al lastig, en ouders van kinderen met bijvoorbeeld ADHD moeten nóg explicieter zijn. Ga er maar aanstaan! Dus ik zeg altijd: duimen omhoog voor alle ouders die hiermee bezig zijn. Want het is gewoon lastiger. Maar het mooie is ook dat je als ouder je eigen kind heel goed kent en dus veel handvatten hebt om op in te spelen. Je moet alleen die omschakeling maken, dat de begeleiding die je je kind al geeft op alle andere vlakken, ook opgaat op het gebied van seksualiteit en relaties. Je moet je schroom opzij zetten.’

 

Sanna Maris is consultant bij Kenniscentrum Rutgers. Daarvoor was zij preventie-interventiemedewerker bij GGD Rotterdam-Rijnmond en pedagogisch medewerker bij SKON.

 

Richtlijn seksuele ontwikkeling

Wat moeten jeugdprofessionals  weten over seksuele ontwikkeling? Hoe kun je kinderen, jongeren en hun ouders ondersteunen bij een gezonde seksuele ontwikkeling? Wat kun je doen als er iets is wat dat in de weg staat en hoe maak je seksueel gedrag bespreekbaar? Rutgers en TNO zijn op dit moment samen met cliënten, professionals en deskundigen bezig om een richtlijn voor Jeugdhulp en Jeugdbescherming over seksuele ontwikkeling op te zetten. De richtlijn zal in januari 2020 worden gepubliceerd op richtlijnenjeugdhulp.nl