DCD in het gezin

Een kind met DCD komt ook thuis struikelblokken tegen, bijvoorbeeld bij:

  • Aankleden (juiste volgorde, knopen, ritsen, veters)
  • Eten (brood smeren en snijden, drinken zonder knoeien of beker omgooien)
  • School- of gymtas inpakken
  • Zichzelf wassen en afdrogen, tandenpoetsen
  • Op tijd de deur uit gaan naar school
  • Het organiseren van het huiswerk of het opruimen van tafel of speelgoed

Dit kan veel frustratie opleveren, zowel bij het kind als bij de ouders en broertjes en zusjes.

Voor het kind met DCD is het frustrerend om altijd meer tijd en energie te moeten steken in de dagelijkse dingen en te ervaren dat andere kinderen taken beter kunnen of sneller leren. Dit kan leiden tot een gevoel van falen en de frustratie zal thuis vaak geuit worden, op de plek waar het kind het meest vertrouwd en veilig is.

Ouders kunnen soms geïrriteerd raken door de onhandigheid van het kind. Als nog niet duidelijk is dat het kind DCD heeft, komt het ook voor dat een ouder denkt dat het kind lui is of ongemotiveerd. Dit kan ook tot spanningen leiden tussen ouders, als de één zegt dat het kind het wel kan maar gewoon niet wil, terwijl de ander zegt dat hij het echt niet kan. Zo kun je als gezin in een negatieve spiraal terecht komen. Dan kan het prettig zijn om begeleiding te krijgen van een Jeugd en Gezinsteam of een revalidatieteam, om als ouders weer op één lijn te komen. Dat kan de houding naar het kind veranderen, waardoor er een meer positieve en stimulerende sfeer in huis ontstaat. Het komt vaak voor dat kinderen met DCD clownesk gedrag vertonen of nieuwe dingen niet willen proberen, omdat ze denken dat ze het toch niet kunnen. Een kind moet veel worden gestimuleerd en geprezen om dat gedrag te veranderen en daarin hebben ouders een belangrijke rol.

Oefenen of aanpassen?

Natuurlijk is het belangrijk dat een kind met DCD allerlei motorische vaardigheden oefent en praktische dagelijkse taken leert uitvoeren. Dat kan bij een zorgverlener worden opgepakt, maar het regelmatig oefenen thuis kan ervoor zorgen dat een lastige vaardigheid als veters strikken of fietsen ook inslijpt en na een tijd automatisch gaat. Je kind heeft hierbij veel aanmoediging nodig en het helpt als je vaker kort oefent en het oefenen leuk probeert te maken. Hieronder staan tips en trucs voor thuis om daarbij te helpen.

Daarnaast kunnen allerlei taken gemakkelijker gemaakt worden door kleine aanpassingen, die kunnen helpen om sneller succeservaringen op te doen en frustraties te verminderen. Hieronder staan ook hiervan een aantal voorbeelden. Als je met je kind naar een behandelteam gaat kunnen meer tips gegeven worden die specifiek voor jullie situatie gelden.

Tips & trucs voor oefenen
  • Sluit aan bij de interesses van je kind en bij wat je kind graag wil leren.
  • Geef korte instructies en deel opdrachten op in stapjes.
  • Kijk op welke manier jouw kind het beste leert: door voordoen en nadoen, door mondelinge instructie, van een stappenplan op papier, of een filmpje op YouTube.
  • Laat je kind helpen bij dagelijkse praktische taken, zoals tafel dekken of eten klaar maken, en oefen daarbij de volgorde van de stappen door vragen te stellen. (Bijv.: wat moet je eerst doen? En wat daarna?)
  • Stel je kind vragen om er zeker van te zijn dat het de opdracht goed begrepen heeft.
  • Oefen lastige nieuwe taken met je kind op momenten dat daar de tijd voor is, bijvoorbeeld na school, in een weekeind of vakantie. (Veters strikken oefenen op het moment dat je haast hebt om op tijd op school te zijn geeft te veel stress.)
  • Oefen met de volgorde van aan- en uitkleden en wassen en afdrogen.
  • Vraag je kind of het zelf ideeën heeft of oplossingen weet om een lastige taak toch uit te kunnen voeren.
Tips & trucs voor aanpassen
  • Gebruik een planbord voor overzicht van de activiteiten in een week.
  • Geef je kind op een schooldag met gym of zwemmen gemakkelijke kleding aan.
  • Maak een sleutelring of sleutelhanger aan een ritssluiting vast.
  • Gebruik een bord met een opstaande rand en kies bestek met dikkere handvatten.
Sport en vrije tijd

Stimuleer je kind om actief te zijn, maar hou daarbij rekening met wat voor je kind haalbaar en plezierig is. Teamsporten zijn voor een kind met DCD vaak extra moeilijk, omdat de motorische onhandigheid en de moeite met het hebben van overzicht allebei een rol spelen. Dit hoeft een kind er niet van te weerhouden om plezier te beleven aan een teamsport. Wel kun je als ouder van tevoren even informeren wat de mogelijkheden zijn voor kinderen die wat ‘minder vaardig’ zijn. Een sportclub of team waar meer aandacht is voor recreatief sporten en het sociale gebeuren eromheen sluit waarschijnlijk beter aan, dan een vereniging of team waarbij het primair gaat om het winnen. Ook zou je kunnen kiezen voor wat meer individuele sporten als zwemmen, fietsen, schaatsen of skiën. Andere groepsactiviteiten die een kind met DCD in de vrije tijd kan doen zijn bijvoorbeeld muziekles, toneel, creatieve clubs of scouting.