ADHD vaststellen

ADHD is een diagnose die door een deskundige wordt gesteld. Deze gebruikt daarbij gegevens van derden (ouders/leerkrachten). De diagnose kan daardoor altijd een subjectief element bevatten. Reden te meer om zeer zorgvuldig te werk te gaan.

Er is bovendien geen waterdichte scheiding tussen iemand met en iemand zonder ADHD. Elk kind heeft in meer of mindere mate weleens last van concentratieproblemen of hyperactiviteit en impulsiviteit. Bij ADHD is sprake van meer dan gemiddeld afwijkend gedrag, dat vaker en in ernstiger mate voorkomt dan normaal én tot problemen leidt.

Hulp zoeken

De meeste mensen gaan eerst naar de huisarts wanneer zij problemen met hun kind ervaren. De huisarts stelt vast of er aanwijzingen zijn die kunnen duiden op ADHD en verwijst indien nodig door naar de kinder- en jeugdpsychiater of kinderarts die gespecialiseerd is in ADHD. Ook een psycholoog mag DSM-diagnoses stellen als hij zich hiertoe bekwaam acht; dat geldt in ieder geval voor de GZ-psycholoog BIG, klinisch (neuro)psycholoog BIG, orthopedagoog-generalist en kinder- en jeugdpsycholoog NIP met ervaring in de diagnostiek en behandeling van ADHD.

Vragenlijsten

Vaak zal aan ouders en leerkrachten gevraagd worden ter voorbereiding van het consult een aantal vragenlijsten in te vullen. Meestal wordt er gewerkt met de Nederlandse versie van de CBCL (Child Behaviour Checklist) en voor leerkrachten de TRF (Teacher’s Report Form).

Het onderzoek en de diagnose

De deskundige die gaat onderzoeken of er bij uw kind sprake is van ADHD, zal altijd eerst nagaan of het gedrag misschien uit iets anders voortkomt. Hij zal daarom veel vragen stellen over de algemene gezondheid, de thuissituatie en de familiegeschiedenis. Deze vragen komen niet voort uit ongepaste nieuwsgierigheid en zijn ook niet bedoeld om een schuldvraag te beantwoorden. Ze zijn noodzakelijk voor het onderzoek.

Aanvullend onderzoek

Wanneer er twijfels zijn over de algemene gezondheid van het kind of er problemen vermoed worden met bijvoorbeeld het gehoor, volgt er een verwijzing naar een kinderarts, kinderneuroloog, revalidatiearts, kno-arts of oogarts. Aanvullende onderzoeken zoals een EEG, ECG en laboratoriumonderzoek worden niet standaard gedaan voor de diagnose ADHD, maar alleen aangevraagd als de verkregen informatie daartoe aanleiding geeft.

Voor meer informatie over het stellen van een diagnose bij ADHD kunt u kijken bij het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie bij informatie voor ouders en voor professionals.

Bent u ouder/familielid van een kind met ADHD, en wilt u weten of u ook kans heeft op ADHD? Vul dan onderstaande ultrakorte vragenlijst in.

1. Voelt u zich doorgaans onrustig?  (bijvoorbeeld: gejaagd, moeite met stilzitten, friemelen, veel sporten, of bewegelijk zijn) Ja/nee
2. Heeft u doorgaans de neiging eerst te doen en dan pas na te denken?  (bijvoorbeeld: dingen eruit flappen, teveel geld uitgeven, of ongeduldig  zijn)  Ja/nee
3. Heeft u doorgaans concentratieproblemen? (bijvoorbeeld: snel afgeleid zijn, dingen niet afmaken, snel verveeld,  vergeetachtig, of chaotisch zijn) Ja/nee

Indien het antwoord op één of meer van bovenstaande vragen ‘ja’ is:
4. Heeft u dit altijd gehad? (zolang u zich kunt herinneren, of bent u het grootste deel van uw  leven zo geweest)  Ja/nee

Als vraag 1 = ja, en/of vraag 2= ja, en/of vraag 3 = ja, EN vraag 4 is ja
Dan moet de uitslag luiden: ‘Verhoogde kans op ADD of ADHD

Ongeacht het aantal ja’s op vraag 1 tm 3, als vraag 4 = nee, dan is er ‘Geen verhoogde kans op ADD of ADHD
(reden: voor verdenking op ADHD moet iemand een of meer kenmerken LEVENSLANG hebben).

Lees meer: Ultrakorte Vragenlijst voor ADHD bij volwassenen obv DSM-5

Voor verdere diagnostiek kunt u zich wenden tot PsyQ of het ADHDnetwerk.

Lees verder ADHD behandelen

Voor vragen kunt u bellen of mailen met BalansAdvies.