Op weg naar de Sint Olavsroute

Journalist en tekstschrijver (én lid van het Expertteam van Balans) Francine Postma is moeder van twee zoons met autisme en ADHD.

Zelf weet ze sinds kort dat ze ADD heeft.

In mei en juni 2018 loopt Francine de Sint Olavsroute, een pelgrimstocht van ruim 560 kilometer door Zweden en Noorwegen. Ze haalt hiermee geld op voor het BalansFonds.

In deze column doet ze verslag van de voorbereiding op haar tocht.

Over ruim een maand is het zo ver: dan vertrek ik naar Zweden, om zes weken achter elkaar te gaan lopen. Helemaal alleen. Vooral dat laatste roept reacties op. “Dat je dat durft”, zeggen mensen. Of: “Wat ongezellig, zo in je eentje”. Mijn buurvrouw verzuchtte, dat ze na een dag al heimwee zou hebben naar haar kinderen. Toen ik dat hoorde, schaamde ik me.

Zelf kijk ik er namelijk heel erg naar uit om zes weken alleen te zijn. Eerlijk gezegd snak ik ernaar. Wat zegt dat over mij? Ben ik een asociaal mens, of, erger nog: een ontaarde moeder? Wie laat zijn bloedjes van kinderen, Nota Bene met een ontwikkelingsstoornis, nou zes weken in de steek, om zelf te gaan lopen in the middle of nowhere?

Niemand heeft het met zoveel woorden tegen me gezegd, maar ik heb de verwondering en het ongemak wel gevoeld, bij sommige mensen. Eerst, toen ik vertelde dat ik zes weken wegging. Daarna, toen ik mijn pelgrimstocht koppelde aan een inzamelactie voor Stichting MIND en het Balans Fonds. En helemaal nadat ik een persoonlijk verhaal op Facebook had geplaatst, over wat ik zo zwaar vind aan het hebben van kinderen met autisme en ADHD. En een filmpje, waarin ik vertel over mijn eigen psychische problemen.

Ik kreeg heel veel lieve reacties op die posts. Sommige mensen, ook in mijn directe omgeving, reageerden niet. Dat vond ik moeilijk. Betekende dat, dat ze mijn actie afkeurden? Vonden ze het raar, dat ik zo openhartig ben over mijn kinderen en mijzelf? Vonden ze me misschien ijdel, of egoïstisch, omdat ik mezelf zo in de spotlights zet?

De afgelopen maand had ik het heel moeilijk met deze ‘niet-reacties’. Ik bleef me maar afvragen wat ik verkeerd had gedaan, en wat ik kon doen om dat recht te zetten. Tot ik besefte dat ik in een oude val trapte. Ik keek naar wat er – in mijn ogen – niet goed was en wilde dat oplossen. Maar dat hoeft helemaal niet. Ik hoef niet van iedereen goedkeuring te krijgen. Het is oke als mensen niet reageren. Dat betekent niet dat ze mijn actie afkeuren. En zelfs als ze dat wel doen, is het ook oke. Dat maakt mijn actie niet verkeerd, of nutteloos.

Laat ik kijken naar wat er wel goed gaat en dankbaar zijn voor alle lieve, positieve reacties die ik heb gekregen.  Toen ik dat besefte, viel er een last van mijn schouders en kon ik me weer richten op de praktische voorbereidingen op mijn tocht.

Intussen loop ik 25 kilometer zonder blaren – dankzij de juiste schoenen, steunzolen, regelmatige bezoekjes aan de pedicure en de podotherapeut, goede wandelsokken, wandelwol en een dagelijkse smeersessie met voeten crème. Mijn man heeft zes weken onbetaald verlof opgenomen, om er voor de kinderen te kunnen zijn als ik weg ben. Hulde aan hem en aan zijn werkgever – zonder hen had ik dit niet kunnen doen!

En mijn kinderen? Die weten dat het eraan zit te komen. Ik neem regelmatig met ze door wat ik ook alweer ga doen, hoe lang ik wegblijf en waarom ik dat doe. Ik druk ze op het hart dat we elkaar ook tijdens mijn tocht regelmatig zullen spreken en ook zien, via skype. Maar het blijft abstract voor ze, merk ik. Ze kunnen er nog niet echt bij, ondanks de aftelkalender, ondanks alle gesprekjes die we erover hebben gevoerd. Het echte besef komt pas op het moment zelf, bij het afscheid.

Daar kijk ik dan weer niet naar uit…