Veranderingen zorgstelsel ggz

Vanaf 2014 zijn de eerste- en tweedelijns ggz vervangen door een nieuw stelsel: de generalistische basis ggz en de gespecialiseerde ggz. De huisarts speelt een grotere rol, samen met de praktijkondersteuner.

 

De huisartszorg en praktijkondersteuning

De huisarts is en blijft de verwijzer naar de ggz. Hij bepaalt of sprake is van (een vermoeden van) een DSM-5 stoornis en waar deze kan worden behandeld. Vallen de klachten niet onder de ggz dan moet de huisarts behandelen. De huisarts bepaalt zelf hoe en bij wie hij deze zorg onderbrengt, bijvoorbeeld bij een vaste praktijkondersteuner of via consulten door een psycholoog of psychiater.

Sinds 1 januari 2017 wordt binnen de dbc-systematiek voor de ggz en forensische zorg met het diagnoseclassificatiesysteem DSM-5 gewerkt. DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders en is een van de meest gebruikte internationale classificatiesystemen in de geestelijke gezondheidszorg.

Zorginstituut Nederland gebruikt de DSM-5 per 1 januari 2017 om de verzekerde aanspraken geneeskundige ggz te bepalen. Daarmee is de DSM-5 ook leidend voor de klinische praktijk.

 

De generalistische basis ggz

De generalistische basis ggz bestaat uit de eerdere eerstelijnszorg en een deel van de tweede lijnszorg. De vergoede zorg uit het basispakket van de zorgverzekeringswet wordt hiervoor uitgebreid. Het maximum van vijf zittingen met een eigen bijdrage van 20 euro per zitting is komen te vervallen.

Hiervoor in de plaats zijn er vier zorgproducten met een vaste vergoeding:

  1. Generalistische basis ggz kort
    Voor de lichte, enkelvoudige maar aanhoudende stoornissen met een laag risico (ca 300 behandelminuten).
  2. Generalistische basis ggz middel
    Voor stoornissen van matige ernst, een enkelvoudig of laag complex beeld en laag tot matig risico (ca 500 behandelminuten).
  3. Generalistische basis ggz intensief
    Met een ernstige problematiek een enkelvoudig of laag complex beeld en laag tot matig risico (ca 750 behandelminuten).
  4. Generalistische basis ggz chronisch
    Voor cliënten met stabiele chronische problematiek, waarbij sprake is van een laag tot matig risico. Vaak hebben cliënten een traject binnen de ggz achter de rug en is er veelal sprake van onderliggende persoonlijkheidsproblematiek (ca 750 behandelminuten).

De behandeling vindt plaats binnen 1 van deze 4 producten. Aan het begin van het traject stellen behandelaar en patiënt een behandelplan vast. De zorgproducten bestaan uit de intake, aanvullende diagnostiek, consulten en consultatie van andere specialisten. Ook de tijd voor overleg, rapportage en administratie vallen binnen deze producten. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft inmiddels prestaties en tarieven vastgesteld.

 

De gespecialiseerde ggz

In de gespecialiseerde ggz vindt vanaf 2014 de behandeling plaats van complexe en/of risicovolle (DSM-) stoornissen die eerst in de tweedelijnszorg vielen. Het gaat om ingewikkelde zorg die niet binnen de kortdurende producten van de generalistische basis ggz kan worden gegeven. Deze zorg wordt geleverd door de gespecialiseerde professionals, psychotherapeuten of psychologen in een behandelteam, in vrijgevestigde praktijken dan wel multidisciplinaire teams. Het betreft naar schatting zo’n 80% van de eerdere tweedelijnszorg. De bekostiging van deze zorg volgens de DBC-productenstructuur is hetzelfde gebleven.