Typen gehechtheidsgedrag

Ainsworth deed onderzoek naar typen gehechtheidsgedrag. In het onderzoek werd een kind in een vreemde omgeving even door de moeder alleen gelaten. Ainsworth observeerde de reactie van het kind wanneer de moeder weg was en wanneer de moeder terugkwam.

Uit dit onderzoek kwamen vier typen gehechtheid:

Type A: Onveilig-vermijdend gehechte kinderen

Als een kind de opvoeder actief vermijdt na een korte scheiding. Deze groep kinderen heeft ervaren dat hun opvoeder vaak afwijzend of zakelijk is en gedraagt zich zelfstandig.

Type B: Veilig gehechte kinderen

Als een kind na een korte scheiding van de opvoeder minimaal onveilig gehechtheidsgedrag laat zien. Deze kinderen gaan nieuwe taken aan, zijn angstig wanneer de opvoeder uit het zicht is en zoeken toenadering als de opvoeder terugkomt, waarna ze weer verder exploreren.

Type C: Onveilig-afwerend gehechte kinderen

Als een kind ambivalent gedrag vertoont door zich vast te klampen aan de opvoeder na een korte scheiding, maar niet te troosten is door afwerend gedrag. Het kind reageert boos en verontwaardigd als de opvoeder terugkomt.

Type D: Gedesorganiseerd gehechte kinderen

Als een kind tegenstrijdig gedrag vertoont en bijvoorbeeld bij binnenkomst van de opvoeder op hem of haar afloopt, maar halverwege weer terugloopt. De toenadering levert stress en angst op. De omgang met de opvoeder is vaak inconsequent en onvoorspelbaar geweest. Vaak is er ook sprake van een trauma of een andere ingrijpende gebeurtenis.