Toestemmingsvereiste voor jeugdhulpverlening

Voor alle jeugdhulp is in beginsel de toestemming van de jeugdige of zijn wettelijk vertegenwoordigers vereist. Daarbij wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van de jeugdige.

 

Intrekken toestemming

Het kan zijn dat ouders of wettelijk vertegenwoordigers eerder toestemming hebben gegeven voor de jeugdhulpverlening maar deze tijdens de behandeling al intrekken. Dit heeft gevolgen voor de jeugdhulpverlening omdat deze bij het ontbreken van toestemming in principe gestaakt moet worden.

Een beëindiging van de jeugdhulpverlening hoeft geen ingrijpende gevolgen voor de jeugdige te hebben, maar kan dit wel hebben. Als ouders bijvoorbeeld hun toestemming voor opname in een gesloten instelling intrekken dan kan dit bezwaarlijk zijn voor de gezondheid van de jeugdige. Die is in de regel niet zomaar opgenomen in een gesloten instelling.

In deze situatie heeft de wetgever een uitzondering gecreëerd. De wet voorziet in de mogelijkheid van opname in een gesloten instelling zonder toestemming van de ouders voor een maximale duur van 14 dagen. Gedurende deze periode kan een verzoek worden gedaan voor het treffen van een (voorlopige) kinderbeschermingsmaatregel, zoals een ondertoezichtstelling.

 

Geen toestemming

Het kan ook zijn dat ouders en/of een jeugdige zich al vanaf het eerste moment verzetten tegen de jeugdhulpverlening. Wanneer toestemming van ouders of een jeugdige voor de verlening van jeugdhulpverlening van het eerste moment ontbreekt en de ontwikkeling van de jeugdige wordt ernstig bedreigd kan een verzoek bij de kinderrechter worden ingediend voor het treffen van een kinderbeschermingsmaatregel (ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing, beëindiging ouderlijk gezag).