Taalontwikkelingsstoornissen en andere stoornissen

Taalontwikkelingsstoornissen komen vaak voor bij kinderen. Er zijn meerdere hersenstructuren en een verscheidenheid aan verstoorde informatieverwerkingsprocessen bij betrokken. Dit maakt dat er veel comorbiditeit is met andere ontwikkelingsstoornissen zoals dyslexie, ADHD en autismespectrumstoornissen (ASS).

 

Taalontwikkelingsstoornissen

Taalontwikkelingsstoornissen (TOS) zijn relatief onbekend in onze samenleving. Toch heeft vijf procent van de bevolking ermee te maken. In de hersenen van mensen met TOS lopen verbindingen tussen hersengebieden anders. Daardoor wordt taal minder goed verwerkt. Zo heeft iemand met TOS moeite met het onthouden en leren van woorden of klanken.

Een taalontwikkelingsstoornis is een onzichtbare beperking wat soms kan leiden tot onbegrip. Van iemand die anders praat of moeite heeft om dingen te begrijpen wordt vaak gedacht dat diegene een verstandelijke beperking heeft. Echter, bij TOS staat de taalstoornis op zichzelf. Dit is dus geen gevolg van een verstandelijke beperking of onvoldoende taalaanbod.

Daarbij is een taalontwikkelingsstoornis moeilijk uit te leggen. TOS wordt vaak verward met dyslexie, stotteren, een algemene taalachterstand of een autismespectrumstoornis (ASS).

In 2014 is de term ernstige spraak- en taalmoeilijkheden (ESM) officieel vervangen door de term taalontwikkelingsstoornis (TOS).