print logo

Theorieën over PDD-NOS

Er is in de loop van de tijd een aantal psychologische theorieën ontwikkeld over autismespectrumstoornissen. Deze theorieën zouden de kenmerken van de ASS-varianten moeten verklaren en aansluiten bij de neurobiologische inzichten. De psychologische theorieën zijn vooral bedoeld om de kenmerken van personen met een autismespectrumstoornis in een verband te brengen.

Hieronder volgt een overzicht van de bestaande psychologische theorieën en nieuwe denkrichtingen over autismespectrumstoornissen.

Bestaande psychologische theorieën:

Nieuwe denkrichtingen over ASS:


Bestaande psychologische theorieën

Centrale coherentie

De theorie van de centrale coherentie (CC) gaat uit van een beperking van het kunnen komen tot een samenhangend (oftewel coherent) beeld. Personen met een stoornis binnen het autistisch spectrum hebben een tekort in centrale coherentie. Het zicht op details bij personen met autisme is sterker dan gemiddeld ontwikkeld, waardoor het inzicht voor het gehele samenhangende beeld (van een plaatje of situatie) trager verloopt. Mensen met autisme hebben dus vaak een goed oog voor detail, maar hebben moeite om van de details een samenhangend geheel te maken. Daar hebben zij meer tijd voor nodig.

Theory of Mind

De Theory of Mind (ToM), ook wel mindreading of mindblindness genoemd, is het vermogen van mensen om zich een beeld te vormen van het gezichtspunt van een ander en indirect ook van zichzelf. Personen met autisme hebben een achterstand in hun ontwikkeling van vaardigheden waarmee ze inzicht ontwikkelen in wat er in de gedachten van andere mensen omgaat. Daardoor kunnen ze zich moeilijk in anderen verplaatsen.

Het gevolg is dat ze in het sociale verkeer ook niet op die inzichten kunnen varen en voortdurend in onzekerheid leven over de bedoelingen en voorspellingen van het gedrag van een ander persoon.

Icoon Pijl omhoog [1615] Naar boven

Executief functioneren

Onder executieve functies (EF) worden de hogere controlefuncties van de hersenen verstaan. Deze besturingsfuncties zijn denkprocessen die cruciaal zijn bij het plannen van acties en het doelgericht oplossen van problemen. Ze omvatten ondermeer het stap-voor-stap kunnen plannen, impulscontrole, onderdrukken van voor de hand liggende maar foute reacties, aanpassen van strategieën, georganiseerd kunnen zoeken en zelfmonitoring.

Kinderen met een autismespectrumstoornis hebben een tekort aan executieve functies. Ze vinden het vaak moeilijk om goed te plannen en te organiseren, en om flexibel om te gaan met veranderingen.

Geldigheid theorieën

In de loop van de tijd zijn er veel discussies ontstaan over de geldigheid van deze theorieën. Meestal verklaren ze een deel van de problemen en spreken andere kenmerken van autisme deze juist weer tegen. Recent zijn er met name door autismedeskundige Simon Baron-Cohen nieuwe denkrichtingen ontwikkeld in de psychologische verklaringen van ASS. Deze hebben geleid tot nieuwe inzichten in de cognitieve stijl (manier van denken en leren) van deze personen.

Icoon Pijl omhoog [1615] Naar boven

Nieuwe denkrichtingen

In zijn boek 'Autisme en Asperger, de stand van zaken' (Uitgeverij Nieuwezijds Amsterdam 2009) bespreekt autismedeskundige Simon Baron-Cohen twee nieuwe psychologische theorieën over de achtergrond van autisme:

  • de theorie van empathiseren versus systematiseren
  • de magnocellulaire theorie

Empathiseren versus systematiseren

De theorie van empathiseren versus systematiseren verklaart de sociale en communicatieve problemen bij ASS op basis van achterstanden en tekorten in het empathisch vermogen. Tegelijkertijd verklaart deze theorie de sterke punten van deze personen op basis van een goed of zelfs superieur vermogen tot systematiseren.

Systematiseren is de drang tot het analyseren of ontwikkelen van systemen. Dat kunnen allerlei soorten systemen zijn, maar het kenmerk ervan is dat het regels volgt.

Baron-Cohen gaat zelfs zo ver dat hij de theorie doortrekt naar het verschil tussen een vrouwelijk brein (met meer aanleg voor sympathiseren) en een mannelijk brein (met meer aanleg voor systematiseren). Bij ASS zou dan sprake zijn van een extreem mannelijk brein. Dit wordt in verband gebracht met de hoeveelheid testosteron bij de zich ontwikkelende (mannelijke) foetus.

Deze theorie stelt dus dat mensen met ASS sterk gericht zijn op technische details en resultaten (systematiseren) en juist weinig op contact en samenwerking (empathiseren).

De magnocellulaire theorie

De magnocellulaire theorie is in feite een neurobiologische theorie om autisme te verklaren vanuit een tekort in het visuele systeem in de hersenen. Hierbij wordt verondersteld (en deels bewezen) dat er een tekort is in het magnocellulaire systeem in de hersenen waarmee iemand contrasten en bewegingen waarneemt. Het parvocellulaire systeem, waarmee iemand diepte en kleur kan waarnemen, zou juist wel goed functioneren.

Tegen deze theorie is in te brengen dat personen met autisme niet alleen problemen hebben met het verwerken van visuele prikkels, maar vaak ook met de verwerking van andere zintuiglijke prikkels zoals geluiden, warmte en koude, enzovoort.

Laatste wijziging: 19-04-2012

Advies- en Informatielijn

(0900) 20 200 65

Open: ma-vr 9.30-13.00 uur
Kosten: € 0,25 per minuut

Ledenadministratie

(030) 225 50 50

Open: ma-vr 9.00-17.00 uur
Kosten: normaal tarief

Mail Balans

Adresgegevens:

Postadres:

Postbus 93
3720 AB Bilthoven

Contact met Balans

Bezoekadres:

Soestdijkseweg-Zuid 217
3721 AD Bilthoven

twitter | facebook
Copyright 2012 Balans Digitaal  | Disclaimer