Bijkomende problemen bij PDD-NOS
Naast de kernproblemen van PDD-NOS - de neiging zich afzijdig te
houden van sociale contacten en daardoor minder goed gevoel voor
het omgaan met anderen, inclusief de angst daarvoor - zijn er vele
soorten bijkomende problemen.
Zintuiglijke verwerking
Veel kinderen met PDD-NOS verwerken zintuiglijke prikkels zoals
zien, horen en voelen op een afwijkende manier. Soms te sterk en
soms te zwak dan zijn ze hyper of hypogevoelig voor informatie die
via ogen, oren of huid binnenkomt. Dat kan voor veel problemen
zorgen. Denk bijvoorbeeld aan het niet goed voelen van
temperatuurwisselingen en het instellen van badwater.
Eetproblemen
Ook eetproblemen kunnen ontstaan door de afwijkende manier van
verwerken van zintuiglijke prikkels. Het eten kan als aangenaam
maar ook als zeer onaangenaam ervaren worden. Vanuit de sterke
behoefte aan routines of rituelen kan een meer of minder stereotiep
eetpatroon ontstaan. Het kind wil bijvoorbeeld de maaltijd graag
elke dag op hetzelfde tijdstip en wil altijd op dezelfde plaats aan
tafel zitten.
Doordat kinderen met autisme vaak focussen op kleine details kan
ook hierdoor het eetpatroon beïnvloed worden. Ze willen niet eten
van een ander bord met ander bestek, en geen ander merk mayonaise,
of ze willen niet dat het vlees de groenten raakt.
Soms weigeren kinderen iets te eten of te drinken waar ze voorheen
geen probleem mee hadden. Het is mogelijk dat ze dan een koppeling
maken tussen een onaangename ervaring en een detail. Bijvoorbeeld
een kind dat zijn tong verbrandt aan de spinazie en daarna niets
groens meer wil eten.
Ook kan het zijn dat kinderen geen hongergevoel hebben of
problemen met smaak of textuur van voedsel.
Soms kan een gebrek aan controle over de spieren die een rol
spelen bij het kauwen en slikken een oorzaak zijn van eetproblemen.
Deze problemen worden doorgaans al duidelijk wanneer van borst- of
flesvoeding op vast voedsel wordt overgeschakeld.
Problemen met ontlasting
Kinderen met een autismespectrumstoornis, waaronder ook PDD-NOS
valt, hebben nogal eens problemen met hun stoelgang. Vaak is de
oorzaak verstopping. Verstopping kan ontstaan als een kind een keer
een pijnlijke ervaring heeft gehad met het naar de wc gaan, en
daarna bang is geworden om te poepen. Het kind houdt zijn
ontlasting op, waardoor het zich ophoopt in de darmen en harder
wordt. Zo kan overloopdiarree ontstaan: het kind verliest
onvrijwillig ontlasting. Kinderen kunnen hier angstig, somber of
opstandig van worden. Gedragstherapie kan helpen dit probleem op te
lossen, naast het behandelen van de obstipatie zelf.
Slaapproblemen
PDD-NOS is zelf geen oorzaak van slaapproblemen. Maar toch
hebben kinderen met PDD-NOS er soms last van. Iets anders wat
gepaard gaat met de diagnose moet dan het slaapprobleem kunnen
verklaren. De wetenschap heeft nog geen antwoord op het feit dat
kinderen met autisme vaak slaapproblemen hebben. Als oorzaak van
slaapproblemen wordt vaak genoemd:
- angst, niet veilig voelen, te veel stress
- obsessief piekeren
- het gevoel geen controle te hebben over de situatie
- het concept gaan slapen niet ten volle begrijpen
- hypergevoelig zijn voor omgevingsgeluiden, geuren, visuele
prikkels, textuur van de stof van de nachtkledij of lakens
- gevoelig zijn voor voedingsmiddelen zoals suiker of
cafeïne
- gebruik van medicatie, bijvoorbeeld Ritalin
- te weinig melatonine aanmaken
Slaapproblemen zijn hardnekkig en gaan meestal niet vanzelf
over, maar zijn in principe wel goed te behandelen.
Spraak-taalproblemen
Bij veel kinderen met PDD-NOS is er een afwijkende
spraakontwikkeling. Soms komt de spraak pas laat op gang. Vaak is
er door een afwijkende intonatie van de stem een 'ouwelijk'
spraakgebruik. Meestal wordt taal door hen te letterlijk
genomen.
Intelligentie
Volgens de laatste onderzoeken heeft 15-20% van de kinderen met
een autismespectrumstoornis ook een verstandelijke beperking.
Waarschijnlijk ligt dit percentage bij klassiek autisme iets hoger.
Hoe hoog het percentage is bij PDD-NOS is niet duidelijk. Er wordt
al 60 jaar onderzoek naar gedaan naar dit soort percentages. De
uitkomsten zijn erg afhankelijk van de diagnostische criteria en
het niveau van functioneren.
Motoriek
Veel kinderen met PDD-NOS bewegen zich houterig. Op jonge
leeftijd wordt de neiging gezien op de tenen te lopen of met de
armen te ' fladderen'.
Gelijktijdig voorkomende stoornissen (comorbiditeit)
Psychiatrische stoornissen gaan vaker dan gemiddeld samen met
andere stoornissen. PDD-NOS gaat vaker dan gemiddeld samen met: ADHD, Het syndroom
van Gilles de la Tourette (GTS), angststoornissen, dwangstoornissen
en depressies. Ook kan er vaker comorbiditeit zijn met specifieke
leerproblemen, zoals dyslexie en dyscalculie.
NLD (non-verbale leerstoornis)
Dit is een diagnostisch concept uit de neuropsychologie dat veel
overlap heeft met de kinderpsychiatrische diagnose PDD-NOS. Het
NLD-concept biedt handvatten voor begeleiding van kinderen met
PDD-NOS. Lees meer hierover bij Wat is NLD?.
Lees
verder bij: Oorzaak en gevolgen
Bron: Sociaal onhandig. De opvoeding van kinderen met PDD NOS
en ADHD
Redactie: L. van der Veen-Mulders, M. Serra, B.J. van den
Hoofdakker, R.B Minderaa.
Uitgeverij: Van Gorcum, Assen ( 2001) ISBN: 90-232- 3495-2.
Laatste wijziging: 14-03-2012