Het vaststellen van ODD en CD
Ernstig agressief gedrag in de kinderleeftijd moet zeer
serieus genomen worden. Dit gedrag gaat in veel gevallen niet
vanzelf over. Te vaak wordt de hulpverlening pas benaderd als 'het
water al aan de lippen staat'.
Hulp bij agressieve gedragsstoornissen zal in de meeste
gevallen moeten worden gezocht bij kinder- en jeugdpsychiaters in
de geestelijke gezondheidszorg. Soms zal deze hulp moeten worden
gecombineerd met een vorm van jeugdhulpverlening, met name wanneer
een uithuisplaatsing wordt overwogen.
Een kinder- en jeugdpsychiater diagnosticeert een agressieve
gedragsstoornis aan de hand van gegevens uit gesprekken met ouders
en leerkrachten over de voorgeschiedenis van het kind of de jongere
en zijn eigen observaties in contacten met het kind of de jongere.
Bij kinderen is men zeer voorzichtig met de diagnose antisociale
gedragsstoornis, omdat agressief gedrag ook bij bepaalde
leeftijdsfasen kan horen en een kind nog niet uitontwikkeld
is.
Ouders kunnen zelf naar het Bureau Jeugdzorg stappen, of zich via
de huisarts of kinderarts naar een kinder- en jeugdpsychiater laten
verwijzen. De hulpverlening mag ouders niet afwijzen met het
argument dat de jongere eerst gemotiveerd moet zijn. Juist dan
hebben de ouders ondersteuning nodig, om zo adequaat mogelijk met
het niet-gemotiveerde gedrag van hun kind om te gaan.
Laatste wijziging: 14-02-2012