Omgaan met ODD-CD in de klas
ODD-CD is een stoornis die lastig aan te pakken is. Kinderen met
ODD hebben over het algemeen weinig probleembesef. Ook zijn ze
voortdurend op zoek naar grenzen. Omdat hun gedrag in eerste
instantie vaak winst oplevert (de omgeving voelt zich bedreigd en
stemt toe) kan het kind de omgeving naar zijn hand zetten. De
invloed van het gedrag op andere kinderen in de klas is groot. Er
kan een onveilig groepsklimaat ontstaan als de autoriteit van de
leerkracht aangetast wordt.
Ondersteuning
Een stoornis als ODD of CD doet een behoorlijke aanslag op het
zelfbeeld, zowel op dat van ouders als van leerkrachten. Het kind
heeft een feilloze intuïtie om de zwakke plek van mensen te vinden,
waardoor ze emotioneel geraakt worden. Het is dan moeilijk te
blijven zien dat het kind er eigenlijk niet veel aan kan doen. Om
niet te gaan twijfelen aan eigen kunnen is het voor de leerkracht
belangrijk om ondersteuning te krijgen. Ook is het voor de
leerkracht prettig een time-outmogelijkheid te hebben.
Communicatie
Het is heel belangrijk dat u als ouder regelmatig met de
leerkracht praat. Zo kan voorkomen worden dat het kind de één tegen
de ander uitspeelt. U kunt daarnaast ook veel vertellen over de
stoornis ODD of CD, hoe u daar mee omgaat en hoe de leerkracht daar
het beste mee om kan gaan. Een 'heen-en-weer-schriftje' is een goed
middel om iedere dag even contact te hebben.
Medeverantwoordelijk
Het kind kan er weinig aan doen dat het ODD of CD heeft, maar
het kan wel leren omgaan met deze stoornis. Belangrijk is dus het
kind medeverantwoordelijk te maken voor zijn gedrag. Een manier zou
kunnen zijn het kind de gevolgen van zijn gedrag te laten zien en
hem dan eventuele schade zelf te laten verhelpen. Maakt u plannen,
spreek ze dan óók door met het kind. Praat mét hem, niet alleen
óver hem.
In de klas kan agressie besproken worden door rollenspellen te
spelen. Zo kan het kind zich bewust worden van zijn eigen gedrag en
de keuzes die hij maakt. Als het gedrag van uw kind verbetert, laat
het hem dan ook weten.
Triggers
Triggers zijn situaties die een bepaalde reactie uitlokken.
Iedereen heeft bepaalde triggers. Als de triggers voor het kind met
ODD/CD bekend zijn, kan misschien voorkomen worden dat het kind ze
tegenkomt en dus ontploft. Het gaat bijvoorbeeld om belemmeringen
door anderen, stress (bijvoorbeeld voor een repetitie), nieuwe
situaties, pesten en uitdagen.
Over omgang met docenten
U kunt met de leraar van uw kind bespreken hoe hij of zij het
beste kan omgaan met uw kind. Bijvoorbeeld dat de leraar:
- duidelijke grenzen stelt en duidelijke boodschappen geeft.
Niet: 'Wil je even komen?' Maar: 'Ik wil dat je nu even komt.' In
de vraagvorm heeft uw kind de mogelijkheid om nee te zeggen
- precies formuleert wat er van uw kind verlangd wordt. Niet:
'Luister nu eens' maar 'Ga zitten en kijk me aan'
- het negatieve gedrag niet negeert, maar benoemt. De drift
van het kind zou ook een gebrek aan verbale mogelijkheden kunnen
zijn. Uw kind is ermee geholpen als hij ook kan vertéllen wat er
aan de hand is
- niet in discussie gaat en probeert niet emotioneel te
worden
Tips voor schoolwerk
Kinderen met ODD of CD hebben vaak moeite met het organiseren
van hun schoolwerk. Plannen en structureren vinden ze lastig. Om
hierbij te helpen kan de leerkracht:
- helpen bij plannen en organiseren van het schoolwerk
- korte opdrachten geven met voldoende uitdaging
- complimenten geven na het goed volbrengen van een (deel)
taak
- zorgen voor structuur in het werk. Geef aan hoeveel tijd het
kind heeft voor de opdracht, op welke manier de opdracht gedaan
moet worden, wat het kind moet doen als de opdracht af is,
enzovoort
- het kind verantwoordelijkheden geven, ook voor zijn eigen
werk
- het kind aan het werk houden
Tips voor handelen bij conflicten
Agressief gedrag komt regelmatig voor bij kinderen met ODD of
CD. Als er een conflict ontstaat, is het handig van tevoren een
plan van aanpak bedacht te hebben. Zo wordt voorkomen dat de leraar
handelt uit emotie (wat overigens heel begrijpelijk is). Het is
zinloos om op zo'n moment in discussie te gaan. De leerkracht kan
wel:
- fysiek en verbaal agressief gedrag altijd afkeuren, maar niet
het kind zelf afkeuren
- het kind meteen uit de situatie halen en op een time-outplek
zetten
- het kind zo min mogelijk aanraken, want dat verergert de
boosheid
- het kind naar een afreageerplek laten gaan om de spanning weg
te nemen
- als alle gemoederen weer rustig zijn de situatie
nabespreken
- het kind eventueel alles laten opschrijven als hij dat
makkelijker vindt dan praten
- de andere leerlingen uitleggen wat ze moeten doen als de
situatie escaleert
Geplaatst op: 14-02-2012