Diagnose van DCD
Signalen van afwijkende motoriek zijn op jonge leeftijd niet
eenvoudig te constateren. De ontwikkeling van het zenuwstelsel van
jonge kinderen met de daarbij behorende zogenaamde motorische
mijlpalen kent een grote variatie.
Bij de helft van de kinderen bij wie later DCD-problemen worden
geconstateerd, wordt dat op de peuter- en kleuterleeftijd niet
opgemerkt. Aan de andere kant kunnen op jonge leeftijd
DCD-problemen worden geconstateerd die later vanzelf
verdwijnen.
Om DCD vast te kunnen stellen is observatie en onderzoek nodig
van het kind, door bijvoorbeeld een revalidatie- of kinderarts,
kinderfysiotherapeut of neuroloog. Op basis hiervan wordt een
voorstel gedaan voor een eventuele behandeling van uw kind.
Voor observatie door een revalidatie- of kinderarts of
neuroloog is een verwijzing nodig van de huisarts. Voor een
observatie of test door de kinderfysiotherapeut is dit
niet nodig.
Bijkomende stoornissen
Een niet optimaal ontwikkeld zenuwstelsel kan ook gevolgen
hebben op andere ontwikkelingsgebieden. Zo hebben kinderen met DCD
vaker dan gemiddeld last van spraakstoornissen en problemen bij het
zindelijk worden. Daarnaast gaat DCD meer dan gemiddeld gepaard met
ADHD, PDD-NOS, het syndroom van Asperger en
leerstoornissen en kampen kinderen met DCD meer dan het gemiddelde
kind met een laag zelfbeeld.
Lees verder bij: Aanpak en behandelling van
DCD