Afkortingen- en begrippenlijst syndroom van Asperger
De belangrijkste begrippen op het
gebied van Asperger/autisme spectrum stoornissen worden hieronder
toegelicht. De lijst is in alfabetische volgorde
weergegeven.
A . B . C . D . E . F . G . H .
I . J . K . L . M . N . O . P . Q
. R . S . T . U . V . W . X . Y .
Z
Asperger
Zie syndroom van Asperger.
ASS
Autisme Spectrum Stoornis, waaronder PDD-NOS, syndroom van
Asperger en autisme.
Autisme
Ontwikkelingsstoornis, tot uiting komend in een onvermogen
adequaat op mensen te reageren, op een bij de leeftijd passende
wijze.
Autismeteams
Multidisciplinaire teams bij Riagg's of gefuseerde
GGZ-instellingen die de diagnose autisme of stoornissen van het
autistisch spectrum kunnen stellen; ze maken behandelplannen en
geven cliënten, ouders, leerkrachten en anderen advies over omgaan
met autisme.
naar boven
Centrale coherentie
Het vermogen om kleine stukjes informatie van
bijvoorbeeld een situatie, taak of afbeelding, samen te voegen
tot een geheel en hieraan betekenis te geven (context).
Clusters
Binnen de rugzakregeling (LGF) onderscheiden we vier clusters
van speciale scholen:
Cluster 1: Visuele handicaps
Cluster 2: Auditief/communicatieve handicaps
Cluster 3: Lichamelijke en/of verstandelijke handicaps
Cluster 4: Psychiatrische stoornissen en ernstige leer- en/of
gedragsproblemen
Comorbiditeit
Het meer dan gemiddeld gelijktijdig voorkomen van
verschillende stoornissen (dyslexie heeft
bijvoorbeeld comorbiditeit met ADHD).
Contactstoornis
Niet (goed) met anderen kunnen communiceren.
CvI
Commissie voor de Indicatiestelling. Deze onafhankelijke
commissie beslist of een kind recht heeft op speciaal onderwijs,
waarna gekozen kan worden voor een speciale school of voor gewoon
onderwijs met een Rugzak.
naar boven
DSM IV (R)
Diagnostic Statistical Manual of Mental Disorders. Het
internationale classificatiesysteem van de Geestelijke
Gezondheidszorg. IV R staat voor 'vierde herziene versie'. Hierin
staat waaraan Asperger is te herkennen.
Executieve functies
De regiefuncties van de hersenen die essentieel zijn voor het
realiseren van doelgericht en aangepast gedrag, zoals starten,
stoppen en organiseren van een taak.
GGZ
Geestelijke GezondheidsZorg. Deelgebied binnen de
gezondheidszorg dat behandeling, begeleiding en verzorging biedt
aan mensen met psychische problemen. Biedt tevens preventie.
MCDD
Multiple Complex Developmental Disorder. Wordt beschouwd
als een variant van autisme, waarbij een stoornis in de regulering
van emoties voorop staat.
Lees meer bij Informatie over MCDD.
Mentale retardatie
Term uit de psychiatrie voor een verstandelijke handicap; begrip
dat staat voor de problematiek van mensen met beperkte
intellectuele vermogens (IQ minder dan 70).
naar boven
PCL
Permanente Commissie Leerlingenzorg. Beoordeelt of plaatsing op
een speciale school voor basisonderwijs noodzakelijk is.
PDD
Pervasive Developmental Disorders.
Informatieverwerkingsstoornissen met als kenmerken problemen met
sociale contacten, communicatie en beeldend vermogen (fantasie).
Hiertoe behoren onder meer autisme en aan autisme verwante
stoornissen, zoals PDD-NOS
en het syndroom van Asperger.
PDD-NOS
Pervasive Developmental Disorders Not Otherwise Specified.
Stoornissen die problemen veroorzaken op het gebied van sociale
contacten en communicatie, maar die niet voldoen aan de criteria
voor een autistische stoornis.
Per Saldo
Belangenvereniging van mensen met een persoonsgebonden budget
(PGB). Zie www.pgb.nl.
Pervasieve stoornis
Aanduiding van een groep stoornissen die doordringen in het
totale ontwikkelingsverloop, waaronder de sociale, motorische en
taalontwikkeling.
Preoccupatie
Zich herhalende, stereotiepe patronen van gedrag,
belangstelling en activiteit.
Pre-teaching
Begeleidingsmethode waarbij bepaalde lessen ter voorbereiding
van te voren met de leerling worden doorgenomen.
naar boven
Syndroom van Asperger
Contactstoornis behorende tot de autisme spectrum stoornissen
(ASS), waarbij sprake is van een gemiddelde tot hoge
intelligentie.
Theory of Mind (ToM)
Het menselijk vermogen om te beseffen dat andere personen
gedachten in hun hoofd hebben die hun gedrag bepalen. Het is een
basisvaardigheid om sociaal gedrag te kunnen leren en je te kunnen
verplaatsen in het gevoelsleven van een ander
(inlevingsvermogen)
Laatste wijziging: 22-06-2009