Schorsing en verwijdering

Schorsen en verwijderen in het basisonderwijs

Een basisschool mag een kind in bepaalde gevallen schorsen of verwijderen. Dan heeft het kind (tijdelijk) geen toegang tot de school.

Een leerling mag voor maximaal één week worden geschorst, ook als u voornemens bent de leerling van school te verwijderen of als u een oplossing zoekt binnen de school. Dat gebeurt altijd door het bevoegd gezag, net als bij verwijderingen.

Ook in geval van verwijdering is het bevoegd gezag de partij die dit formeel besluit. Als het bevoegd gezag een leerling wil verwijderen, dient zij eerst de betrokken groepsleraar te horen en een andere school te zoeken. Voorheen had het bestuur de plicht om acht weken naar een andere school te zoeken voor de leerling. Daarna hield de inspanningsverplichting op. Met de invoering van passend onderwijs is deze inspanningsverplichting veranderd. De leerling mag niet meer van school verwijderd worden voordat het bestuur een andere school bereid heeft gevonden om de leerling te plaatsen.

 

Schorsen en verwijderen in het speciaal onderwijs

Schorsing en verwijdering zijn voor leerlingen ingrijpende maatregelen. Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs worden juist in staat geacht om te kunnen gaan met gedragsproblemen van leerlingen. Hierbij past dat zij zich kunnen verantwoorden voor het schorsen of verwijderen van leerlingen.

 

Schorsen en verwijderen in het voortgezet onderwijs

Een school voor voortgezet onderwijs mag uw kind schorsen. Uw kind heeft dan tijdelijk geen toegang tot de school of tot bepaalde lessen.

Een school voor voortgezet onderwijs mag uw kind maximaal 1 aaneengesloten week schorsen. Duurt de schorsing langer dan 1 dag? Dan moet het schoolbestuur de inspectie schriftelijk op de hoogte brengen. Ook moet het schoolbestuur de reden van de schorsing vermelden.