Ontwikkelingsperspectief (OPP)

Scholen hebben met de invoering van de Wet passend onderwijs de plicht een ontwikkelingsperspectief (OPP) op te stellen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. In het ontwikkelingsperspectief staan het verwachte uitstroomniveau en de onderwijsdoelen voor een leerling. Door het instroomniveau en het verwachte uitstroomniveau te verbinden ontstaat een prognose of ontwikkelingslijn voor een leerling.

Let op: voor leerlingen in het reguliere basis- of voortgezet onderwijs die ondersteuning krijgen die onder de basisondersteuning valt, is geen ontwikkelingsperspectief nodig.

 

Instemmingsrecht

Met de motie Ypma is in 2013 verzocht om ouders instemmingsrecht te geven op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief (OPP). In het handelingsdeel staat welke ondersteuning de school wil bieden aan een leerling met een speciale zorgbehoefte.

Na een meerderheid in de Tweede Kamer heeft ook de Eerste Kamer op 7 februari 2017 ingestemd met het wetsvoorstel. Balans heeft samen met de NVA lange tijd gelobbyd om het instemmingsrecht op de politieke agenda te krijgen. Een petitie daarover is ruim 2800 keer ondertekend. Balans en de NVA zijn zeer verheugd dat de lobby en petitie een succes is geweest.

Het wetsvoorstel regelt de instemming van ouders op het handelingsdeel van het OPP en zorgt ervoor dat het handelingsdeel alsnog een verplicht onderdeel wordt van het OPP in het (V)SO. Dit betekent dat ouders van leerlingen die extra zorg nodig hebben op school mogen meepraten en meebeslissen over de zorg voor hun kind.

De bepaling treedt per 1 augustus 2017 in werking.

Gegevens

Voor het bepalen van de beginsituatie van het OPP zijn in elk geval de volgende gegevens relevant:

  • Onderwijskundig rapport en uitstroomadvies van toeleverende school (SO, BO of (S)BO)
  • Verloop schoolloopbaan
  • Schoolvorderingen (toetsgegevens)
  • Intelligentie
  • Zelfvertrouwen en zelfbeeld
  • Motivatie en leer-/werkhouding
  • Gedrag
  • Educatieve redzaamheid/lichamelijk functioneren (beperking, belastbaarheid, concentratie, fysieke factoren en dergelijke)
  • De mate van ondersteunend gedrag van ouders

 

Op overeenstemming gericht overleg (OOGO)

Binnen 6 weken nadat uw kind is geplaatst, stelt de school het ontwikkelingsperspectief (OPP) vast. De school voert hiervoor op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met ouders. Veel scholen in het voortgezet onderwijs betrekken ook de leerling bij het opstellen van het ontwikkelingsperspectief. Wanneer een leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, dan is dat zelfs verplicht.

Er vindt tenminste een maal per jaar een evaluatie plaats van het OPP. In het speciaal onderwijs wordt daarbij altijd gekeken naar terugstroommogelijkheden naar het reguliere onderwijs. 

 

Niet eens met het ontwikkelingsperspectief?

Bent u het niet eens met het ontwikkelingsperspectief van uw kind, dan is de school uw eerste aanspreekpunt. Komt u er samen niet uit, dan kunt u een onderwijsconsulent om advies vragen of bezwaar maken bij het schoolbestuur. U kunt uw geschil ook voorleggen aan de  geschillencommissie passend onderwijs. Deze commissie brengt binnen 10 weken een oordeel uit aan het schoolbestuur.

Het advies van de commissie is echter niet bindend voor de school. Dit betekent dat de school het advies, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een uitspraak van de rechter, naast zich neer mag leggen.

Wanneer u ervoor kiest uw geschil voor te leggen aan een onderwijsconsulent, kunt u niet ook gelijktijdig bezwaar maken. Het maken van bezwaar is echter wel nodig om in de toekomst eventueel een juridische procedure te kunnen starten. Het is raadzaam een eventueel traject waarbij gesprekken met school worden gevoerd of een onderwijsconsulent wordt ingeschakeld niet langer dan 4 weken te laten duren zodat u nog voldoende tijd heeft om een bezwaarschrift in te dienen bij het schoolbestuur.