In de onderwijswetgeving zijn geen voorschriften voor scholen
opgenomen over het bevorderen of laten doubleren van leerlingen. De
school beslist of uw kind overgaat naar een volgend
leerjaar. De overgangsregels van de school staan in de
schoolgids.
Vindt de school dat uw kind alleen onder voorwaarden kan
overgaan, dan moet de school dit uitdrukkelijk vermelden op het
eindrapport. Daarnaast moet de school dit schriftelijk melden aan
ouders of verzorgers. De school moet daarbij aangeven aan welke
voorwaarden uw kind moet voldoen om definitief te kunnen worden
bevorderd. Ook moet de school melden wanneer de definitieve
beslissing valt. De school heeft hiervoor een bepaalde periode de
tijd: tussen 1 oktober en 1 januari van het volgende kalenderjaar.
Dat betekent dat als uw kind na de zomervakantie weer naar school
gaat, er uiterlijk op 31 december van dat jaar een beslissing moet
liggen of uw kind aan de gestelde voorwaarden heeft voldaan en
definitief over is.
Vmbo
Leerlingen op het vmbo mogen maximaal vijf jaar over hun
opleiding doen. Overschrijden ze de maximale verblijfdsduur dan
mogen ze niet overstappen naar een lager niveau voor voortgezet
onderwijs, maar moeten ze doorstromen naar het middelbaar
beroepsonderwijs (mbo). Omdat de leerlingen geen diploma hebben,
nemen ze deel aan een niveau 1-opleiding. Mochten leerlingen alsnog
een vmbo-diploma willen halen, dan kunnen ze dit doen via een
staatsexamen of door het volgen van particulier onderwijs.
Binnen de vijf jaar maximale verblijfsduur mogen leerlingen wel
overstappen naar een lager niveau. Bijvoorbeeld als ze één keer
zijn blijven zitten en een tweede keer dreigt.
Leerlingen die praktijkonderwijs binnen het vmbo volgen, mogen
op school blijven tot het schooljaar waarin ze 19 jaar worden. Dit
kan met toestemming van de Inspectie van het Onderwijs met een jaar
worden verlengd. Leerlingen kunnen dan op school blijven tot het
schooljaar waarin ze 20 jaar worden.
Havo/vwo
Leerlingen van het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) en
het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) mogen maximaal
vijf jaar doen over de eerste drie leerjaren.
Overschrijden leerlingen deze maximale verblijfsduur, dan mogen
ze niet overstappen naar een lager niveau voor voortgezet
onderwijs, maar moeten ze doorstromen naar het middelbaar
beroepsonderwijs (mbo). Omdat de leerlingen geen diploma hebben,
nemen ze deel aan een niveau 1-opleiding. Mochten leerlingen alsnog
een havo- of vwo-diploma willen halen, dan kunnen ze dit doen via
een staatsexamen of door het volgen van particulier onderwijs.
Binnen de vijf jaar maximale verblijfsduur mogen leerlingen wel
overstappen naar een lager niveau. Bijvoorbeeld als ze één keer
zijn blijven zitten en een tweede keer dreigt. Dan kunnen ze het
vmbo of de onderbouw van het havo afronden.
De bovenbouw van havo en vwo kent geen verplichte maximale
verblijfsduur. De school bepaalt de maximale verblijfsduur. De
meeste scholen hebben in het schoolreglement opgenomen dat
leerlingen maximaal één keer mogen blijven zitten en één keer mogen
zakken voor het examen (of twee keer blijven zitten in
verschillende klassen). Daarna moeten leerlingen van school af.
Uitzonderingen
In bepaalde situaties kan de verblijfsduur op het vmbo of de
eerste drie jaar van het havo/vwo worden verlengd naar zes
jaar:
- Als leerlingen buiten Nederland basisonderwijs hebben gevolgd.
Ze kunnen een extra leerjaar krijgen als ze aan het begin van het
vijfde leerjaar nog geen 18 jaar zijn.
- Als leerlingen langdurig ziek zijn of door overmacht een groot
deel van het onderwijs niet hebben kunnen volgen.
De Inspectie van het Onderwijs (Onderwijsinspectie) beoordeelt
op basis van een verzoek van de school of leerlingen hiervoor in
aanmerking komen.