print logo

Visie Balans op passend onderwijs

Balans heeft, samen met andere ouderorganisaties, een reactie gegeven op de brief 'Naar passend onderwijs' die de minister van OCW op 31 januari 2011 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Deze reactie verwoordt de actuele visie van Balans op Passend onderwijs.

Reactie op de brief 'Naar passend onderwijs'

Algemeen

De organisaties zijn uiterst teleurgesteld over de brief Naar passend onderwijs. De samenwerking tussen de schoolbesturen binnen het samenwerkingsverband (swv) wordt versterkt, maar de positie van individuele ouders en die van ouders binnen de medezeggenschapsraden blijft daar ver bij achter.

De samenwerking tussen het swv en de gemeentes wordt verder uitgebouwd, waarbij de samenwerking met organisaties uit het jeugdzorgdomein wordt opgezet met het doel: één kind, één gezin, één plan. De ouders staan in die samenwerking buitenspel, terwijl het gaat om hún kind, hún gezin. Hún plan zal het op de aangegeven wijze nooit worden. Daarvoor is het nodig dat mét de ouders wordt gesproken en niet over de ouders.

Zorgplicht

De zorgplicht, die met ingang van 1 augustus 2012 wordt ingevoerd, moet leiden tot meer maatwerk in het zorgaanbod voor de leerlingen. De kinderen met een zorgbehoefte krijgen volgens de minister een zo goed mogelijk passend onderwijsaanbod, waarbij rekening wordt gehouden met de zorgbehoefte van het kind en met de voorkeuren van de ouders. Maar rekening houden met de voorkeuren van de ouders biedt geen enkele garantie op het plaatsen van hun kind op de gewenste school. Zeker in het licht van een versobering van de regelingen omtrent het leerlingenvervoer, is een plaatsing thuisnabij noodzakelijk. Dat is met de voorstellen van de minister uit het zicht geraakt.

Daarbij is niet duidelijk vanaf welk moment de zorgplicht ingaat. Geldt de zorgplicht vanaf het moment van aanmelding voor álle leerlingen? Verder spreekt de minister op een uitzondering na over zorgplicht voor de school, terwijl zij feitelijk zorgplicht voor het bevoegd gezag bedoelt. Als de internetconsultatie hierin niet helder is, worden ouders (en anderen) op het verkeerde been gezet en levert dit een vertekend beeld op van de respons.

Individuele ouders

Ouders zijn betrokken bij school, schrijft de minister. Dat geldt voor bijna alle ouders wanneer ze eenmaal een keus hebben gemaakt. Maar voor het zover is, hebben ouders soms ondersteuning nodig, zeker wanneer ze weten dat hun kind specifieke onderwijskundige hulp nodig heeft. Om dan een goede, passende school te kunnen kiezen, is het wenselijk dat een ouder ondersteuning kan krijgen van een onafhankelijke instantie. Zeker in het overleg met de school is het noodzakelijk de ouders te versterken of zelfs bij te staan. De ouderorganisaties hebben daarover in het verleden diverse aanbevelingen gedaan, die niet terug te vinden zijn in de brief van de minister. Zij gaat ervan uit dat de ouders hun weg wel vinden naar een school. Dat zal voor veel ouders het geval zijn, maar in het bijzonder voor de ouders van zorgleerlingen is die keus er een van grote zorgvuldigheid. Binnen het swv zou dan ook sprake moeten zijn van een ondersteuningsmogelijkheid. Het Regionaal Expertisecentrum heeft momenteel als wettelijke taak om ouders te ondersteunen bij de schoolkeuze en bij de aanvraag van de indicatie. Een vergelijkbare vorm van ondersteuning wordt  nu node gemist in de plannen van de minister.

Icoon Pijl omhoog [1615] naar boven

Ontwikkelingsperspectief

Bij de beschrijving van het ontwikkelingsperspectief, met daarin de eventuele extra ondersteuning die een kind op school wordt geboden, wordt met de ouders overlegd. De status van dat overleg is onduidelijk. Waar binnen de regeling leerlingebonden financiering nu de instemming van ouders is vereist met betrekking tot het handelingsplan, moet dit worden gezien als een verzwakking van de positie van de ouders.

Bezwaarprocedures

Wanneer de ouders niet tevreden zijn over het aanbod van de school van hun keuze, worden zij verwezen naar de bezwaarprocedure van die school. Als die niets uithaalt, mogen de ouders via de CGB of de rechter proberen een plaats op de gewenste school te krijgen. En dat is een weg die een ouder niet wenst te gaan. De in een eerder stadium door de ouderorganisaties aangegeven weg van ondersteuning in een lichte en zware variant, onder andere via de onderwijsconsulenten, komt niet in de plannen van de minister voor. Die weg is er een van begeleiding en het zoeken naar een oplossing. De procedure van de minister is er een van strijd en die kan een ouder niet winnen, zelfs niet met een positieve uitspraak van de rechter.

Daarnaast zal de gekozen richting onvermijdelijk leiden tot een verharding in de onderlinge verhoudingen tussen scholen en ouders van zorgleerlingen en een verdere juridisering van de relatie tussen ouders en school. De voorstellen van de ouderorganisaties beoogden juist een laagdrempelige, breed gedragen bindende geschillenregeling in te stellen om een verdere juridisering tussen ouders en school te voorkomen. Het mag niet zover komen dat ouders zonder rechtsbijstandsverzekering geen onderwijs voor hun kind kunnen krijgen.

Ouders als collectief

Ouders en personeel hebben inspraak bij de beslissingen die in het swv worden genomen, aldus de minister. Die inspraak zal worden geborgd. In de huidige WMS is in artikel 10 lid b een instemmingsbevoegdheid gegeven aan de hele MR. Deze bevoegdheid betreft de vaststelling of wijziging van het zorgplan. In de brief van de minister wordt dit zorgplan genoemd als het plan dat in het swv de totale zorgstructuur beschrijft. Daarover gaat de (G)MR van ieder aan het swv deelnemend schoolbestuur. Binnen het swv participeren veel schoolbesturen en daardoor evenzoveel (G)MR'en. De ouderorganisaties hebben in het recente verleden ideeën en modellen aangedragen voor de belangenbehartiging van ouders én personeel in zogenaamde al dan niet bovenbestuurlijke themaraden, waarbij deze raden door middel van een verplichte raadpleging van diverse (ouder)groeperingen hun uiteindelijke oordeel over het zorgplan kunnen geven. Deze modellen brengen de ouderorganisaties noodgedwongen opnieuw onder de aandacht van de Minister en de Tweede Kamer, omdat deze niet terug te vinden zijn in de brief en om daarmee invulling te geven aan de betrokkenheid van ouders op het collectieve vlak.

Op schoolniveau wordt een onderwijszorgprofiel gecreëerd. Hierin staat beschreven hoe de basiszorg van de school eruitziet en welke gespecialiseerde zorg kan worden geboden met behulp van het swv. Ouders krijgen via de schoolgids informatie over dit onderwijszorgprofiel. De minister geeft niet aan op welke wijze de ouders worden betrokken bij het ontwikkelen en het uiteindelijk vaststellen van dat profiel. Wel wordt de positie van de personeelsleden hierbij benoemd. De basiszorg is in de ogen van de ouderorganisaties een onderwerp, dat door team en ouders samen wordt beschreven en ingevuld, terwijl de uitwerking van de gespecialiseerde zorg door het team wordt aangegeven en wordt toegevoegd aan de basiszorg.

Icoon Pijl omhoog [1615] naar boven

Rechtsbescherming

Bij het niet toelaten van een leerling of bij een bezwaarprocedure met betrekking tot het aanbod van de school kan een ouder zich wenden tot de klachtencommissie, waarbij de school is aangesloten. De vigerende praktijk van de klachtencommissies leidt tot een advies aan het schoolbestuur in die gevallen waarin de ouder in het gelijk wordt gesteld. Dat advies kan het schoolbestuur naast zich neerleggen, waardoor de ouder met lege handen staat. De bezwaarprocedure leidt via de klachtenregeling tot niets, nog daargelaten dat een klachtencommissie over bejegening en niet over inhoud beslist. Een laagdrempelige geschillenprocedure voor individuele geschillen, met daarbij een bindende uitspraak voor alle partijen is onmisbaar.

Kwaliteit van het onderwijs

Om het onderwijs beter te kunnen afstemmen op de onderwijsbehoefte van ieder kind, wordt het leerlingvolgsysteem (LVS) verplicht. Dat LVS wordt onderdeel van een stelsel van uniforme toetsing in het po en vo. De minister geeft aan dat met de resultaten van die toetsen, de scholen en docenten in staat moeten zijn hun onderwijs aan te passen aan wat de leerlingen nodig hebben. Maar daar is veel meer voor nodig, want binnen het huidige stelsel hebben al veel scholen in het po een LVS, waarmee zij de kinderen met achterstanden zo goed mogelijk proberen te begeleiden. En dat laatste lukt ca. 50 procent van de docenten in het po (en vo) niet, zo geeft de minister zelf aan. Een verplichte invoering van een stelsel van toetsen garandeert dan ook op geen enkele wijze dat het omgaan met verschillen in de klas beter verloopt. Adaptief onderwijs staat nog steeds op veel scholen in de kinderschoenen. Dat verandert niet met de invoering van toetsen.

De minister wil af van een systeem waarin kinderen snel als hulpbehoevend worden bestempeld. Het gaat echter nog steeds om dezelfde kinderen, die hoe dan ook kwalitatief goed onderwijs nodig hebben. In het nieuwe stelsel wordt de werkwijze van WSNS (voor lichte leerlingenzorg) uitgebreid met de zwaardere zorg. Dit terwijl de inhoudelijke doelstellingen van WSNS niet zijn gehaald. De samenwerkingsverbanden komen in de knel wat betreft de beperkte budgetten en de invulling van hun verantwoordelijkheid. Derhalve is er straks sprake van 84 x 2 mini-ministeries met eigen indicatiesystemen en ligt willekeur op de loer. Er zijn geen landelijke waarborgen aangebracht voor bijvoorbeeld het behouden van de kennis van de REC's.

Bezuinigingen

Door de scholen meer te laten doen met minder middelen, zal de benodigde kwaliteitsslag niet worden gemaakt die noodzakelijk is om alle kinderen het onderwijs te bieden dat ze nodig hebben. De leerkrachten gaan niet door de invoering van een LVS ineens beter om met verschillen in de klas. Ook de samenwerking met andere partijen die in de zorgketen actief zijn, leidt niet per definitie tot een betere onderwijskwaliteit. Grotere groepen in het speciaal onderwijs, uitgeklede ambulante begeleiding, het wegsnijden van de nodige middelen om kinderen met een ZML-indicatie  leerlijnen en faciliteiten te bieden in het reguliere onderwijs, het korten op specifieke begeleidingstrajecten in het voortgezet onderwijs als Rebound zullen ervoor zorgen dat het aantal thuiszitters toeneemt. Wanneer deze leerlingen weer naar school gaan zorgt dit voor extra druk voor leraren en voor de andere kinderen in de klas. Geen van beide is in het belang van de kwetsbare leerlingen die passend onderwijs nu juist wil bereiken.

Icoon Pijl omhoog [1615] naar boven

Referentiekader

De sectororganisaties gaan het referentiekader verder uitwerken voor het onderwijsveld als handreiking bij het inrichten van het zorgcontinuüm en bij het passend onderwijs in de praktijk. De aanbeveling van de ECPO om een duidelijke uitspraak te doen over de status van dit document, wordt door de minister niet overgenomen. De vraag doet zich daardoor voor hoe de balans is tussen de zorgplicht enerzijds en het referentiekader anderzijds. Met betrekking tot het toezicht door de Inspectie op het referentiekader en de zorgplicht is duidelijkheid hierover gewenst.

Verantwoorde invoering nieuw stelsel

De commissie-Dijsselbloem heeft heldere aanbevelingen gedaan voor verantwoorde invoering van een nieuw stelsel. Een reëel tijdpad en budget zijn absolute voorwaarden. Gezien de invoeringsdatum van 1-8-2011 en de bezuinigingen lijkt een verantwoorde invoering steeds minder haalbaar. Leerlingen, ouders en leerkrachten mogen daar niet de dupe van worden.

Laatste wijziging: 19-04-2011

Advies- en Informatielijn

(0900) 20 200 65

Open: ma-vr 9.30-13.00 uur
Kosten: € 0,25 per minuut

Helpdesk Dyslexie

(0800) 5010

Open: ma-vr 10.00-15.00 uur
Kosten: gratis

Mail de Helpdesk Dyslexie

Adresgegevens:

Postadres:

Postbus 93
3720 AB Bilthoven

Contact met Balans

Bezoekadres:

Soestdijkseweg-Zuid 217
3721 AD Bilthoven

twitter | facebook
Copyright 2012 Balans Digitaal  | Disclaimer