Kinderpsychiaters uiten grote zorgen over jeugd-ggz

Kinder- en jeugdpsychiaters vinden dat hun vak ernstig is beschadigd door de decentralisatie van de jeugd-ggz naar gemeenten. Kinderen ondervinden hiervan volgens hen voortdurend de nadelige gevolgen.

Dit blijkt uit een enquête van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), waaraan 240 kinder- en jeugdpsychiaters deelnamen, ongeveer de helft van het totale aantal in Nederland. De psychiaters noemen diverse knelpunten, zoals het sluiten of inkrimpen van kinderpsychiatrische afdelingen van ggz-instellingen en het grote tekort aan bedden in de opvang voor suïcidale adolescenten, voor kinderen met autisme, met eet- en hechtingsstoornissen en psychische trauma’s.

Ook gemeentelijke bezuinigingen spelen een rol. Door ontslagen vallen teams binnen ggz-instellingen uit elkaar. Daarnaast lopen de wachtlijsten zo hoog op, dat psychiaters lang op zoek moeten naar een specialistische behandelplek, soms zelfs ver buiten de leefomgeving van een kind.

Door het verschil in lokale budgetten kan een kind uit de ene gemeente minder gebruik maken van psychiatrische zorg dan een kind uit een andere gemeente, tot grote frustratie van de psychiaters. Zes op de tien kinder- en jeugdpsychiaters geeft aan collega’s te kennen die na 2015 gestopt zijn met het vak. Ruim 54 procent van de beroepsgroep wil graag terug naar de situatie van vóór 2015. Toen viel de kinder- en jeugdpsychiatrie nog onder de zorgverzekeraars.

De NVvP noemt de respons op de enquête opvallend hoog. Dit laat volgens de vereniging zien ‘hoezeer kinderpsychiaters ervaren dat hun professie in de kern is geraakt’.

 

Meer informatie: Zie de volledige onderzoeksresultaten uit de enquête van de NVvP.

Bron: Nrc.nl