Dullaert: ‘Honderden thuiszitters meer dan gedacht’

Marc Dullaert
Marc Dullaert

Volgens oud-Kinderombudsman Marc Dullaert, aanjager van het Thuiszitterspact, zijn er ‘honderden’ thuiszitters meer dan tot nu toe werd gedacht. Hij roept scholen op om beter te kijken naar hun verzuimcijfers. 

 

 

Passend onderwijs moest leiden tot een daling van het aantal thuiszitters. Hoe staat het hiermee?

‘Nu alle gemeenten met een stofkam door hun bestanden gaan, komen er steeds meer thuiszitters boven water. Het gaat om honderden extra kinderen. Vaak bestaan er binnen één gemeente meerdere lijsten die, bijvoorbeeld om privacy-redenen, tot nu toe niet met elkaar werden gedeeld. Veel thuiszitters komen nu pas op onze radar en dat is  heel goed. Officieel gaat het op dit moment om 4200 kinderen die langer dan drie maanden thuiszitten en om 5500 kinderen met een vrijstelling van de leerplicht, maar ik zie reikhalzend uit naar de nieuwe cijfers die in december zullen worden gepubliceerd.’

Wat moet er volgens u op dit moment gebeuren? 

‘Scholen moeten veel eerder gaan signaleren dat er iets niet goed gaat in het leven van een kind. En dat kan door heel goed naar de verzuimcijfers te kijken. En dan bedoel ik nadrukkelijk niet alleen de cijfers van ongeoorloofd verzuim, maar óók die van het geoorloofde verzuim. Scholen gaan nu veel te lichtvaardig met dat geoorloofd verzuim om. Pas als leerlingen in vier weken tijd meer dan zestien uur thuis blijven wordt er een melding gedaan bij de leerplichtambtenaar. En als een kind zes keer in drie maanden verzuimt: nobody cares. Terwijl we uit ervaring weten dat verzuim de voorloper is van thuiszitten. De oorzaak van dat verzuim kan heel divers zijn, zoals ruzie thuis, rouw, een echtscheiding, pesten of een psychische aandoening.  Er moet veel meer worden gedaan om te voorkomen dat deze zaken leiden tot thuiszitten.’

Hoe moet die preventie eruitzien? 

‘Het lijkt mij goed als er een schil rond scholen wordt gevormd van, om enkele voorbeelden te noemen, gezinswerkers, leerplichtambtenaren, jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen. Zo’n kernpartnerteam moet heel snel onderzoek gaan doen zodra een kind vaak verzuimt of wordt geschorst. In Brabant zijn hier experimenten mee gedaan en dit heeft geleid tot een halvering van het aantal thuiszitters. Utrecht is er net mee begonnen. Het valt goed te vergelijken met de zogenoemde ZSM-teams – ZSM staat voor zorgvuldig, snel en op maat- waarmee partijen als het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming, politie en Slachtofferhulp snel kunnen optreden tegen veelvoorkomende misdrijven, waarbij ook veel aandacht is voor de dader. Samen met het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid ga ik nu een preventie-agenda opstellen waarin we dit idee uitwerken.’

Door onze redacteur Julie Wevers