Motorische vaardigheden

Motoriek speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van baby’s en kinderen. Door te spelen en te bewegen leert een kind de wereld om zich heen verkennen. Motoriek en de algehele ontwikkeling zijn dan ook sterk met elkaar verbonden.

 

Motorische ontwikkeling

De motorische ontwikkeling is gericht op het leren bewegen. Er wordt vaak onderscheid gemaakt in grove (of grote) en fijne (of kleine) motoriek. Met grove motoriek worden vaardigheden als lopen en fietsen bedoeld. Voor fijne motoriek is vaak meer aandacht of concentratie nodig. Hierbij gaat het om de ontwikkeling van het grijpen. Hier horen bewegingen als knippen en schrijven bij.

Zowel aanleg als omgeving zijn van belang binnen de motorische ontwikkeling. Aanleg en omgevingsfactoren beïnvloeden elkaar voortdurend. Recente inzichten zijn gebaseerd op de ideeën van neurobioloog Gerald Edelman en zijn neurale groepselectietheorie. Deze theorie gaat ervan uit dat alleen het basisprogramma van de motorische ontwikkeling genetisch bepaald is, maar dat het tijdstip waarop deze mijlpalen bereikt worden sterk varieert per kind.

De leeftijd waarop kinderen een bepaalde vaardigheid ontwikkelen verschilt dan ook sterk. Het zenuwstelsel van een individueel kind vindt op zijn eigen manier en eigen tempo bepaalde oplossingen.

 

Verloop motorische ontwikkeling

Motorisch gedrag begint al in de baarmoeder. Voorbeelden daarvan zijn stap-, arm-, en beenbewegingen. In het eerste levensjaar omvat de babymotoriek motorische mijlpalen als kruipen, zitten en staan. Peuters en kleuters ontwikkelen daarna meer fundamentele vaardigheden als rennen en springen. Kinderen oefenen motorische vaardigheden vaak al tijdens spontaan spel. Zeker bij een bewegingsspel, het spelen met blokken of tekenen.