Motorische stoornissen

De aard en vorm van motorische stoornissen lopen sterk uiteen. Stoornissen worden veelal ingedeeld aan de hand van symptomen. De reden hiervoor is dat de oorzaken niet altijd even duidelijk zijn.

Al in de babytijd kan er een vertraging zijn in het bereiken van de motorische mijlpalen. Hierdoor zit, kruipt en loopt een baby later. Een motorische stoornis kan zich ook pas veel later openbaren. Bijvoorbeeld wanneer een kind moeite heeft met schrijven of tijdens de gymles.

Daarnaast kan een motorische stoornis beperkt zijn tot een bepaalde gedraging of juist een breed scala aan gedragingen bevatten.

Er zijn scholen die een leerlingvolgsysteem aanhouden voor bewegen. Daarnaast kunnen ook de ouders zelf, andere ouders, een sporttrainer of een schoolarts problemen signaleren.

 

Motorische stoornissen en andere ontwikkelingsstoornissen

Motorische stoornissen komen ook vaak voor bij ontwikkelingsstoornissen zoals cognitieve, communicatieve, emotionele en andere gedrags- en leerstoornissen. Zo scoren kinderen met dyslexie, een autismespectrumstoornis (ASS), ADHD en Downsyndroom vaak net zo laag op een motorische taak als kinderen met DCD.

Een motorische stoornis beperkt de participatie van een kind, omdat dit vaak gepaard gaat met cognitieve en emotionele problemen. Kinderen met DCD krijgen vaak te maken met plagen en pesten. Beperkte participatie kan zelfs leiden tot ernstige psychische problemen. Zo hebben tieners met DCD vaker een negatief zelfbeeld en depressies dan tieners zonder DCD.