Kerndoelen en leerlijnen in het onderwijs

Kerndoelen

Elke leerling krijgt op de basisschool vakken die wettelijk verplicht zijn. Per vak wordt dit beschreven in kerndoelen. Kerndoelen zijn samen met de referentieniveaus voor rekenen en taal de belangrijkste landelijke leerplankaders. De kerndoelen geven richtlijnen en minimumeisen voor het onderwijs en het niveau van kennis en vaardigheden. Het zijn streefdoelen. Ze geven aan wat uw kind aan het eind van de schooltijd moet weten en kunnen.

De overheid heeft de kerndoelen uitgewerkt in meer concrete tussendoelen in de zogenaamde referentieniveaus taal en rekenen. Deze beschrijven wat kinderen moeten beheersen aan het eind van de basisschool, eind vmbo, eind havo en eind vwo.

Kerndoelen dragen eraan bij dat er in de ontwikkeling van kinderen sprake is van een doorgaande lijn: een ontwikkelingslijn in het primair onderwijs zelf en een doorgaande lijn tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs.

De kerndoelen zijn beschreven in het boekje Kerndoelen Primair Onderwijs en Kerndoelen onderbouw voortgezet onderwijs. Sinds 1 augustus 2009 gelden er ook in het speciaal onderwijs richtlijnen voor wat leerlingen aan het eind van hun schooltijd moeten kennen en kunnen. De kerndoelen zeggen iets over het onderwijsaanbod, ze zeggen niets over de manier waarop dat aanbod door scholen moet worden vormgegeven. Het voordeel van globale doelen is dat zij de school veel ruimte bieden voor eigen keuzes en een eigen didactische invulling.

Ondanks dat deze kerndoelen voor het speciaal onderwijs zijn ontwikkeld kunnen scholen voor regulier basisonderwijs en speciaal basisonderwijs hier ook gebruik van maken als er voor leerlingen met een speciale onderwijsbehoefte vervangende doelen moeten worden gesteld.

Op 1 augustus 2013 is de Wet kwaliteit (v)so in werking getreden. Hierin staan verschillende maatregelen om de kwaliteit van het onderwijs in het (voortgezet) speciaal onderwijs te verbeteren. Als onderdeel van die kwaliteitsverbetering heeft de overheid ook kerndoelen vastgesteld voor het voortgezet speciaal onderwijs. Daarnaast bestaan er ook kerndoelen voor de uitstroomprofielen.

Voor zeer moeilijk lerende leerlingen of meervoudig gehandicapte leerlingen zijn er aparte kerndoelen die rekening houden met uiteenlopende beperkingen en niveaus.

 

Leerlijnen

Een leerlijn is een uitwerking van de algemene kerndoelen (zoals die door de overheid zijn vastgesteld) naar concrete doelen die omschrijven wat uw kind moeten kennen en kunnen. Deze zijn onderverdeeld in doelen per leerjaar, die op hun beurt zijn onderverdeeld in tussenstappen. Zie voor uitgewerkte leerlijnen van diverse vakken en schooltypen de website van CED-groep.

Een leerlijn geeft aan wat behandeld wordt per groep of klas. En ook wat behandeld moet zijn voordat een volgende stap kan worden gezet. De leerlijnen worden door scholen zelf omgezet in leerstof waardoor de invulling per school sterk kan verschillen.

 

Het didactische leeftijdsequivalent (DLE)

Op welk niveau uw kind staat met het beheersen van de leerstof wordt uitgedrukt in een cijfer: het didactische leeftijdsequivalent (DLE). Eén DLE is wat het gemiddeld kind na één maand op de basisschool onder de knie heeft. Deze telling begint vanaf groep 3. Een schooljaar omvat circa 10 maanden, zodat een DLE van 10 overeenkomt met wat het gemiddeld kind aan het einde van het eerste leerjaar of groep 3 heeft bereikt.

 

Vaardigheidsscores

Behalve DLE’s wordt op scholen bij (cito)toetsen van het leerlingvolgsysteem steeds vaker gebruik gemaakt van vaardigheidsscores. Hiermee kunnen resultaten van verschillende toetsen binnen een bepaald vak, bijvoorbeeld spelling, met elkaar vergeleken worden.

Een vaardigheidsscore is een getal op een vaardigheidsschaal (een soort meetlat), dat aangeeft hoe goed een leerling een bepaalde vaardigheid beheerst. Zo kunnen resultaten van uw kind op verschillende toetsmomenten met elkaar vergeleken worden.