Wat is ODD of CD?

ODD en CD vallen onder de zogenaamde agressieve gedragsstoornissen. Kinderen met ODD (opstandig gedrag) zijn met regelmaat ongehoorzaam, driftig, zoeken ruzie en zijn snel gefrustreerd. Kinderen met CD (normoverschrijdend gedrag), pesten, bedreigen en intimideren en hebben een gebrek aan respect voor anderen.

Bij iedere peuter en kleuter kennen we de zogenaamde koppigheidsfase, en ook in de puberteit is opstandig en af en toe agressief gedrag vrij normaal. Pas als het negatieve gedrag ernstig is en vaker voorkomt dan gemiddeld, en daarnaast al langere tijd aanwezig is en niet wordt veroorzaakt door omstandigheden, wordt gesproken van een agressieve gedragsstoornis.

Kinderen en jongeren met ODD of CD hebben problemen met het reguleren van hun emoties; ze zijn snel gefrustreerd en weinig flexibel in het omschakelen van hun houding als een situatie plotseling verandert.

Onderstaande kenmerken zijn typerend voor deze gedragsstoornissen.

 

Kenmerken bij ODD
  • Driftig
  • Verzet zich tegen regels
  • Weigert zich te voegen naar wat de volwassene vraagt
  • Maakt vaak ruzie met volwassenen
  • Ergert anderen met opzet
  • Geeft de schuld van eigen fouten aan anderen
  • Is prikkelbaar, ergert zich vaak
  • Is boos of gepikeerd
  • Is hatelijk en wraakzuchtig

 

Kenmerken bij CD
  • Pest, bedreigt, intimideert
  • Gebruikt wapens en brengt lichamelijk letsel toe
  • Zet aan tot vechten
  • Mishandelt mens en dier
  • Dwingt tot seksueel contact
  • Steelt of liegt en vernielt met de bedoeling ernstige schade aan te richten
  • Spijbelt en loopt weg van huis

 

ODD

De afkorting ODD komt van de Engelse term oppositional defiant disorder. In het Nederlands heet dit oppositionele-opstandige stoornis. Kinderen met ODD zijn moeilijk in de opvoeding, ongehoorzaam en in verzet, maken ruzie, zijn driftig en houden zich niet aan de regels, maar feitelijk gewelddadig gedrag is niet aan de orde. Ze hebben wel problemen in de sociale omgang, vooral met volwassenen maar ook met leeftijdsgenoten. ODD komt bij ruim 3% van de kinderen voor. Regelmatig gaat de aandoening samen met andere stoornissen, bijvoorbeeld ADHD of een autismespectrumstoornis, maar ook met lees- of taalstoornissen, coördinatie-ontwikkelingsstoornis (DCD) of een lichte verstandelijke beperking. Hierdoor is de diagnose niet altijd eenvoudig te stellen.

 

CD

De symptomen van CD (de normoverschrijdend-gedragsstoornis) zijn ernstiger van aard dan die van ODD. CD is de afkorting voor de Engelse term conduct disorder. In het Nederlands heet dit gedragsstoornis. Deze kinderen vertonen voor hun omgeving niet-acceptabel gedrag. Ze kunnen agressief zijn of delinquent gedrag vertonen. Sommige kinderen zijn erg op zichzelf gericht en gaan niet veel met leeftijdsgenoten om. Als ze wel met een groep optrekken, vinden ze dat voor hen andere regels gelden.

Hun contacten zijn erop gericht om er persoonlijk voordeel uit te halen. Ze hebben een verminderd inlevingsvermogen. CD komt voor bij 2% van de kinderen en jongeren. De normoverschrijdend-gedragsstoornis komt regelmatig voor in combinatie met of als gevolg van andere stoornissen, bijvoorbeeld ADHD of een autismespectrumstoornis, maar ook een depressieve stoornis of een angststoornis komt voor.

Niet alle symptomen die jongeren met CD vertonen, komen al voor op jonge leeftijd. Er kan dan ook onderscheid worden gemaakt tussen een vorm beginnend in de kinderleeftijd en een vorm beginnend in de puberteit.

 

DSM

De termen ODD en CD zijn afkomstig uit de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) een van de meest gebruikte internationale classificatiesystemen in de geestelijke gezondheidszorg. De stoornissen in de DSM worden beschreven op basis van waarneembaar gedrag. Er worden kenmerken op een rij gezet die bij bepaalde problemen voorkomen en regels gesteld wanneer van een stoornis gesproken kan worden. Omdat de kennis over psychiatrische stoornissen toeneemt, wordt de DSM regelmatig bijgesteld. In 2013 is de vijfde versie uitgebracht. De DSM-5 zegt dus niets over de oorzaken, de gevolgen en de beste aanpak voor een kind. Dat soort informatie hoort wel bij de diagnose.

ODD en CD staan in de DSM-5 vermeld bij de Disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen. Al deze stoornissen hebben betrekking op problemen met zelfcontrole van emoties en gedrag, waarbij de rechten van anderen worden geschonden. Kenmerkend is dat dit gedrag de persoon in conflict brengt met algemeen geldende normen en hij of zij moeite heeft met het accepteren van autoriteitsfiguren.

 

Oorzaken

Lange tijd werd gedacht dat kinderen als een onbeschreven blad zonder eigenschappen werden geboren en door hun omgeving ‘antisociaal’ werden gemaakt. Nu weten we dat kinderen worden geboren met bepaalde (in aanleg aanwezige) eigenschappen die hen eerder in een situatie brengen die dergelijk gedrag uitlokt. De kwetsbaarheid van een kind voor het ontwikkelen van een gedragsstoornis kan dus voor een deel erfelijk bepaald zijn. Er zijn ook factoren die een groter risico op een gedragsstoornis met zich meebrengen; bijvoorbeeld een laag IQ, een ontwikkelingsachterstand, taalproblemen, gebrek aan schuldgevoel, impulsiviteit, aandachtsproblemen, pesten en gepest worden. De opvoeding is ook belangrijk. De kans op problemen neemt toe als de ouders niet consistent zijn, geen duidelijke regels stellen of weinig betrokken zijn. Het gaat dus om een combinatie van aanleg en omgeving.

 

Risicofactoren

Naast genetische factoren spelen omgevingsfactoren een belangrijke rol. De kans op ODD of CD is groter als er sprake is van alcohol- of drugsmisbruik van de ouders of als de ouders huwelijksproblemen hebben, crimineel gedrag vertonen en als het kind uit een groot gezin komt. Ook als ouders weinig steun geven en weinig betrokken zijn bij hun kinderen, zichzelf ook agressief gedragen en niet consequent handelen, is de kans op het ontwikkelen van ODD of CD groter. Roken tijdens de zwangerschap verhoogt het risico en ook kinderen die lichamelijk zijn mishandeld of verwaarloosd, hebben een grotere kans op gedragsproblemen en crimineel gedrag als volwassene.

 

Beschermende factoren

Niet alle kinderen en adolescenten die aan meerdere risicofactoren worden blootgesteld, ontwikkelen een gedragsstoornis. En lang niet alle kinderen en adolescenten met een gedragsstoornis ontwikkelen later een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De invloed van risicofactoren kan worden gecompenseerd door beschermende factoren.

Beschermende factoren kunnen zijn:

  • Een bovengemiddelde intelligentie en sociale vaardigheden
  • Een goed ontwikkeld aanpassingsvermogen (veerkracht)
  • Een hechte relatie met ten minste één gezinslid of ouder
  • Een hechte relatie met iemand buiten het gezin (bijvoorbeeld iemand van de sportclub of een leerkracht)
  • Een sterke relatie met vrienden die geen antisociaal gedrag vertonen
  • Succesvol een opleiding volgen
  • Een gezond gevoel van eigenwaarde
Bijkomende problemen en comorbiditeit

ODD en CD gaan vaker dan gemiddeld samen met andere psychiatrische stoornissen of ernstige problemen. Bij deze kinderen komen vaker dan gemiddeld voor: ADHD, stemmings- en angststoornissen, cognitieve problemen, syndroom van Gilles de la Tourette, autismespectrumstoornissen, emotionele stoornissen en middelenmisbruik.

 

ADHD

Geschat wordt dat 10 tot 35% van de kinderen met ODD of CD daarnaast ook ADHD heeft. Vaak heeft een kind eerst ADHD en ontwikkelt dan later ODD of CD. Kinderen met CD én ADHD hebben minder goede vooruitzichten dan kinderen die alleen CD hebben. Ze zijn agressiever, gedragen zich crimineler als jongere en plegen meer geweldsdelicten als volwassene. Ook maken ze meer kans op het ontwikkelen van een persoonlijkheidsstoornis.

 

Gilles de la Tourette

CD gaat vaker samen met het syndroom van Gilles de la Tourette. Een specifiek deel van de hersenen (de basale ganglia) is zowel betrokken bij het ontstaan van tics als bij het beheersen van impulsen.

 

Stemmings- en angststoornissen

Kinderen met CD of ODD hebben relatief vaak last van stemmings- en angststoornissen. Van de kinderen met CD heeft naar schatting 15 tot 30% last van een depressie. Deze kinderen hebben meer zelfmoordneigingen, maar zijn juist weer minder agressief dan de kinderen met alleen CD. Meisjes hebben vaker dan jongens een depressie, een stoornis in middelengebruik of een angststoornis, maar lopen minder kans op een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De combinatie met angststoornissen komt meer voor bij kinderen met ODD dan CD.

 

Middelengebruik

Ongeveer de helft van de kinderen met CD ontwikkelt een stoornis in het gebruik van middelen. Pubers en jongeren met ODD beginnen eerder met roken, gebruiken meer tabak, drugs en alcohol en lopen meer risico om verslaafd te raken als ze volwassen zijn.

 

Leerproblemen

Kinderen met ODD of CD hebben meer dan gemiddeld bijkomende leerproblemen. Ze kunnen moeite hebben met het verwerken van informatie, de aandacht ergens bijhouden, plannen, zich uiten en anderen begrijpen. Het is mogelijk dat ODD/CD en leer- en taalproblemen een gemeenschappelijke basis hebben. Taal is niet alleen nodig om je gevoelens en behoeften duidelijk te kunnen maken aan de buitenwereld, ook bij het bedenken van verschillende oplossingen bij een probleem zijn woorden onmisbaar. Zelfs bij het nadenken over het eigen gedrag, in de toekomst en het verleden, hebben kinderen taal nodig. Als kinderen het moeilijk vinden om woede en frustratie te benoemen, vinden ze het waarschijnlijk ook moeilijk om na te gaan welke reactie het meest geschikt zou zijn.

 

Sociale cognitie

Sociale cognitie is een term voor de manier waarop mensen denken over zichzelf en de sociale wereld om hen heen. Kinderen met ODD of CD kunnen zich niet goed in een ander inleven. Ze zijn egocentrischer en denken al gauw dat anderen vijandige bedoelingen hebben. Ze zijn niet goed in het bedenken van een oplossing als zich een probleem voordoet en kiezen dan vaker voor een agressieve benadering dan andere kinderen.

 

Lichamelijke aandoeningen

Er zijn geen lichamelijke ziekten bekend die vaker voorkomen bij jongeren met ODD of CD.