Wat is AD(H)D?

Tussen kinderen met ADHD bestaan net zoveel verschillen als tussen ‘gewone’ kinderen. Kinderen met ADHD verschillen ook in mate van ADHD-gedrag. Ze zijn dus niet altijd en ook niet allemaal even druk, impulsief of ongeconcentreerd. Bij kinderen met ADD is vooral de hyperactiviteit minder zichtbaar.

ADHD is een diagnose op basis van een combinatie van gedragskenmerken, die meestal naar voren komen in de kindertijd. Soms treden de kenmerken pas op latere leeftijd zodanig op de voorgrond dat ze herkend worden. Deze aandoening komt bij vier tot vijf procent van de kinderen voor en bij drie tot vier procent van de volwassenen.

Op latere leeftijd wordt de ADHD vaak minder. Toch blijven 6 op de 10 mensen er last van houden. Er zijn dus ook veel volwassenen met ADHD. Een goede begeleiding en behandeling kan het gedrag dat met ADHD gepaard gaat, normaliseren. ADHD wordt vaker gediagnosticeerd bij jongens dan bij meisjes.

 

Kenmerken van ADHD en ADD

Jonge kinderen met ADHD vallen vooral op omdat zij:

  • Moeilijk stil kunnen blijven zitten
  • Snel zijn afgeleid
  • Moeilijk op hun beurt kunnen wachten
  • Van de ene activiteit naar de andere hollen
  • Niet rustig kunnen spelen
  • Overdreven veel praten
  • Anderen in de rede vallen
  • Niet luisteren naar wat anderen zeggen
  • Zich vaak in gevaarlijke situaties storten
  • Moeilijk instructies kunnen volgen
  • Anders reageren op straf en beloning
  • Veel kwijtraken of vaak iets verliezen
  • Moeilijk blijvend de aandacht kunnen richten
  • Zichzelf moeilijk onder controle kunnen houden

Kinderen met ADD (ADHD van het overwegend onoplettende type) vallen op omdat zij:

  • Dromerig zijn
  • Passief lijken
  • Teruggetrokken zijn
  • Ongeorganiseerd en vergeetachtig zijn
  • Niet lijken te luisteren
  • Vaak dingen kwijt zijn
  • Gemakkelijk afgeleid worden
  • Moeite hebben met het sociale gebeuren in de klas

ADHD staat als diagnose omschreven in de DSM, (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), een van de meest gebruikte internationale classificatiesystemen in de geestelijke gezondheidszorg. De stoornissen in de DSM worden beschreven op basis van waarneembaar gedrag. In de DSM-5 wordt ADHD tot de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen gerekend. Onrustig of ongeconcentreerd gedrag duidt niet direct op ADHD. Pas wanneer dit gedrag voldoet aan de volgende criteria volgens de DSM-5, kan de diagnose ADHD worden gesteld:

  1. ‘Voldoende’ symptomen van aandachtstekort en/of hyperactiviteit/impulsiviteit zijn aanwezig
  2. Een aantal van deze symptomen is aanwezig vóór het twaalfde levensjaar
  3. De symptomen doen zich voor in meerdere sociale contexten (gezin, school, buurt)
  4. Deze symptomen zorgen voor ernstige beperkingen in het sociale, school- of beroepsmatige functioneren van het kind/de jongere
  5. Deze symptomen kunnen niet beter worden verklaard door aanwezigheid van een andere stoornis

 

Drie beelden van ADHD

De DSM onderscheidt drie beelden van ADHD:

  • Het overwegend onoplettende type
  • Het overwegend hyperactieve/impulsieve type
  • Het gecombineerde type

Dit laatste type is de meest voorkomende vorm. Minder vaak gediagnosticeerd wordt het overwegend onoplettende type (ook wel ADD genoemd). Dit komt wat vaker voor bij meisjes dan bij jongens.

De benaming ADD komt in de DSM-5 niet meer voor, maar de afkorting wordt nog wel steeds gebruikt. Dit heeft ermee te maken dat in het spraakgebruik en in de klinische praktijk ADHD vaak alleen wordt geassocieerd met het overwegend hyperactieve/impulsieve beeld of het gecombineerde beeld.

Kinderen met ADD vallen vaak niet op, omdat ze minder druk zijn en minder overlast veroorzaken dan kinderen met de andere twee beelden. Toch heeft ADD een enorm effect op de levens van de kinderen. Het leidt er vaak toe dat zij op school minder presteren dan zij zouden kunnen.

De ernst van de symptomen wordt in de DSM aangegeven als licht, matig of ernstig. De belangrijkste verandering in de DSM-5 criteria is dat enkele van de symptomen op de leeftijd van elf jaar of jonger aanwezig moeten zijn in plaats van beneden de zeven jaar (zoals in de DSM-4). Ook geeft de definitie een preciezere beschrijving van de ervaring van volwassenen met ADHD, waardoor ook zij de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben. In voorgaande edities werd aangenomen dat ADHD voornamelijk bij kinderen voorkwam. Nu blijkt uit onderzoek dat de stoornis ook op volwassen leeftijd kan blijven bestaan. ADHD kan ook in combinatie voorkomen met een autismespectrumstoornis.

 

Comorbiditeit

Gedrag dat voldoet aan de criteria voor ADHD gaat bij ongeveer twee op de drie kinderen samen met een andere psychiatrische stoornis, zoals de oppositionele-opstandige stoornis (ODD) en de normoverschrijdend-gedragsstoornis (CD). Andere comorbide aandoeningen zijn depressie, angststoornis, bipolaire stoornis, ticstoornis, autismespectrumstoornis, leerstoornis (dyslexie, dyscalculie), motorische stoornis (DCD) en slaapproblemen. Vanaf de puberleeftijd komt middelenmisbruik (roken, alcohol, drugs) vaak voor in combinatie met ADHD.

 

Oorzaak

Wat precies de oorzaak van ADHD is, weten we niet. Het kan zijn dat kinderen door hun
aanleg enorm beweeglijk of afleidbaar zijn. Het kan ook zijn dat omstandigheden tijdens hun ontwikkeling daarbij een rol spelen. Waarschijnlijk gaat het in de meeste gevallen om een combinatie.

Zowel erfelijkheid als de omgeving spelen dus een rol bij het ontstaan van ADHD. We weten ook dat de hersenen van jeugdigen en volwassenen met ADHD anders functioneren dan gemiddeld bij mensen het geval is. Het is wél duidelijk dat de omgeving en de opvoeding geen ADHD veróórzaken en ook geen ADHD kunnen voorkómen. Maar de opvoeding beïnvloedt het uiteindelijke gedrag wel sterk.

Voor het kiezen van een goede behandeling is het gelukkig niet nodig om de oorzaak precies te kennen.