ODD en CD op school

Kinderen met ODD zijn ongehoorzaam, maken ruzie, zijn driftig, houden zich vaak niet aan de regels en hebben meerdere problemen in de sociale omgang (vooral met volwassenen) maar soms ook met leeftijdsgenoten. De aandoening is te vergelijken met CD, maar de symptomen van ODD zijn over het algemeen iets milder van aard. Bij ODD is meestal geen sprake van het opzettelijk schade toebrengen aan andere personen en eigendommen van personen.

Het is niet gemakkelijk om onderwijs te geven aan een kind met ODD of CD. Zowel op pedagogisch als didactisch gebied wordt er veel van een leerkracht gevraagd.

De kinderen vragen veel extra aandacht en energie en het is niet makkelijk dit altijd maar op te brengen. Het gevaar bestaat dat leerkracht en kind in een negatieve spiraal terechtkomen: de leerkracht begint het kind te negeren, zet het vaker op de gang, geeft het vaker straf, waardoor de leerling zich afsluit en zich nog minder van de leerkracht gaat aantrekken. Dan gaat het gedrag van kwaad tot erger. Het is voor beide partijen én voor de rest van de klas belangrijk om zo’n negatief patroon te vermijden of zo snel mogelijk te doorbreken.

 

Begeleiding op school

De leerkracht kan zijn kennis over kinderen met ODD of CD vergroten door zoveel mogelijk informatie te verzamelen over deze stoornis. Niet alleen uit boeken of van internet, maar ook bij de ouders – die kennen hun kind tenslotte het beste – en bij de leerkrachten die het kind eerder in de klas hadden. Zo krijgt u een completer beeld en kan een goed onderscheid worden gemaakt tussen onwil en onvermogen. Bij deze kinderen is het van belang dat ook de behandelaar contact heeft met de leerkracht.

Voor school is samenwerking met de ouders heel belangrijk. Een kind met ODD of CD is er zeer bij gebaat als in de aanpak van zijn gedrag op school en thuis één lijn wordt getrokken en als ouders en leerkracht bereid zijn om naar elkaar te luisteren en begrip voor elkaars positie op te brengen.

 

Basishouding

In het algemeen is het belangrijk kinderen met ODD of CD een duidelijke structuur aan te bieden in een voorspelbare leeromgeving waar veiligheid, orde en regelmaat heersen. De leraar moet zich ervan bewust zijn dat een kind met ODD of CD altijd op zoek is naar grenzen. Hierdoor ontstaan gemakkelijk conflicten, vooral met leraren maar soms ook met klasgenoten. Bij zo’n conflict kan het kind (verbaal) geweld gebruiken. De leerkracht mag dit niet tolereren.

Ook moet de leerkracht duidelijk zijn in de eisen die hij aan het kind stelt, bijvoorbeeld extreem gedrag direct corrigeren en duidelijke regels stellen. Het is heel belangrijk om positief te blijven: veel complimentjes geven (ook al is dat moeilijk) en leuke momenten op een dag creëren. Voorkomen moet worden dat de leerling bevestigd krijgt dat iedereen tegen hem is. Voor het kind is het het beste om iedere dag met een schone lei te kunnen beginnen. Wat gisteren is gebeurd, is gisteren gebeurd, en als er gisteren over is gepraat hoeft dat vandaag niet meer.

 

Voortgezet onderwijs

Kinderen met ODD of CD krijgen het meestal nog moeilijker in het voortgezet onderwijs. Ze liggen vaak overhoop met docenten. Ook kunnen ze soms moeilijk aansluiting vinden bij klasgenoten, of ze komen in een groepje ‘verkeerde vrienden’ terecht.

Soms moeten deze kinderen noodgedwongen van school veranderen. Ze kunnen zelfs uiteindelijk tot de groep voortijdige schoolverlaters gaan behoren. Behandeling door een professionele hulpverlener is meestal noodzakelijk, maar tegelijkertijd erg moeilijk omdat deze kinderen vaak anderen de schuld geven van hun problemen en het moeilijk vinden naar zichzelf en hun eigen aandeel in conflicten te kijken.

Kinderen met CD en in mindere mate die met ODD komen nogal eens in contact met politie en justitie. Vaak komen ze dan terecht in de forensische zorg.

 

Omgaan met ODD of CD in de klas

ODD en CD zijn stoornissen die lastig aan te pakken zijn. Kinderen met ODD hebben over het algemeen weinig probleembesef. Ook zijn ze voortdurend op zoek naar grenzen. Omdat hun gedrag in eerste instantie vaak winst oplevert (de omgeving voelt zich bedreigd en stemt toe) kan het kind de situatie naar zijn hand zetten. De invloed van het gedrag op andere kinderen in de klas is groot. Er kan een onveilig groepsklimaat ontstaan als de autoriteit van de leerkracht wordt aangetast.

Ondersteuning

Een stoornis als ODD of CD doet een behoorlijke aanslag op het zelfbeeld, zowel op dat van ouders als van leerkrachten. Het kind heeft een feilloze intuïtie om de zwakke plek van mensen te vinden, waardoor ze emotioneel geraakt worden. Het is dan moeilijk te blijven zien dat het kind er eigenlijk niet veel aan kan doen. Om niet te gaan twijfelen aan het eigen kunnen is het voor de leerkracht belangrijk om ondersteuning te krijgen. Ook is het voor de leerkracht prettig een time-outmogelijkheid te hebben.

 

Communicatie

Het is heel belangrijk dat u als ouder regelmatig met de leerkracht praat. Zo kan voorkomen worden dat het kind de één tegen de ander uitspeelt. U kunt daarnaast ook veel vertellen over de stoornis ODD of CD, hoe u daarmee omgaat en hoe de leerkracht daar het beste mee om kan gaan. Een ‘heen-en-weer-schriftje’ is een goed middel om iedere dag even contact te hebben.

 

Medeverantwoordelijk

Uw kind kan er weinig aan doen dat het ODD of CD heeft, maar het kan wel leren omgaan met deze stoornis. Belangrijk is dus uw kind medeverantwoordelijk te maken voor zijn gedrag. Helpend daarin kan zijn om uw kind de gevolgen van zijn gedrag te laten inzien en hem dan eventuele schade zelf te laten verhelpen. Maakt u plannen, spreek ze dan óók door met uw kind. Praat mét hem, niet alleen óver hem.
In de klas kan agressie worden besproken door rollenspellen te spelen. Zo kan het kind zich bewust worden van zijn eigen gedrag en de keuzes die hij maakt. Als het gedrag van het kind verbetert, thuis of op school, laat het hem dan ook weten.

 

Triggers

Triggers zijn situaties die een bepaalde reactie uitlokken. Iedereen heeft bepaalde triggers. Als de triggers voor een kind met ODD of CD bekend zijn, kan misschien voorkomen worden dat hij of zij er (onverwacht) mee wordt geconfronteerd en vervolgens ‘ontploft’. Het gaat bijvoorbeeld om belemmeringen door anderen, stress (bijvoorbeeld voor een repetitie), nieuwe situaties, pesten en uitdagen.

 

Over omgang met docenten

U kunt met de leraar van uw kind bespreken hoe hij of zij het beste kan omgaan met uw kind. Bijvoorbeeld dat de leraar:

  • Duidelijke grenzen stelt en duidelijke boodschappen geeft. Niet: ‘Wil je even komen?’ maar: ‘Ik wil dat je nu even komt.’ In de vraagvorm heeft uw kind de mogelijkheid om nee te zeggen
  • Precies formuleert wat er van uw kind wordt verlangd. Niet: ‘Luister nu eens,’ maar: ‘Ga zitten en kijk me aan’
  • Het negatieve gedrag niet negeert, maar benoemt. De drift van het kind zou ook een gebrek aan verbale mogelijkheden kunnen zijn. Uw kind is ermee geholpen als de docent hem helpt te vertéllen wat er aan de hand is
  • Niet in discussie gaat en probeert niet emotioneel te worden

 

Tips voor schoolwerk

Kinderen met ODD of CD hebben vaak moeite met het organiseren van hun schoolwerk. Plannen en structureren vinden ze lastig. Om hierbij te helpen kan de leerkracht:

  • Helpen bij plannen en organiseren van het schoolwerk
  • Korte opdrachten geven met voldoende uitdaging
  • Complimenten geven na het goed volbrengen van een (deel)taak
  • Zorgen voor structuur in het werk. Geef aan hoeveel tijd het kind heeft voor de opdracht, op welke manier de opdracht moet worden gedaan, wat het kind moet doen als de opdracht af is, enzovoort
  • Het kind verantwoordelijkheden geven, ook voor zijn eigen werk
  • Het kind aan het werk houden

 

Tips voor handelen bij conflicten

Agressief gedrag komt regelmatig voor bij kinderen met ODD of CD. Als er een conflict ontstaat, is het handig van tevoren een plan van aanpak bedacht te hebben. Zo wordt voorkomen dat de leraar handelt uit emotie (wat overigens heel begrijpelijk is). Het is zinloos om op zo’n moment in discussie te gaan. De leerkracht kan wel:

  • Fysiek en verbaal agressief gedrag altijd afkeuren, maar niet het kind zelf afkeuren
  • Het kind meteen uit de situatie halen en op een time-outplek zetten
  • Het kind zo min mogelijk aanraken, want dat verergert de boosheid
  • Het kind naar een afreageerplek laten gaan om de spanning weg te nemen
  • Als alle gemoederen weer rustig zijn de situatie nabespreken
  • Het kind eventueel alles laten opschrijven (of tekenen) als hij dat makkelijker vindt dan praten
  • De andere leerlingen uitleggen wat ze moeten doen als de situatie escaleert

Op de website Gedragsproblemen in de klas staat veel praktische informatie over ODD en CD in het onderwijs.