ODD en CD behandelen

Wanneer een kinder- en jeugdpsychiater de diagnose ODD of CD heeft gesteld, zijn er verschillende mogelijkheden voor behandeling. Belangrijk is wel dat die behandeling op verschillende fronten tegelijkertijd wordt ingezet (bij het kind zelf, de ouders, op school) en rekening houdt met de beperkingen en mogelijkheden van de jongere en van het gezin.

 

Psychotherapie en trainingen

Een kind met ODD of CD thuis of in de klas, vergt veel van ouders en leerkrachten. De volwassenen rond een kind met een gedragsstoornis moeten worden geholpen om manieren te vinden om in de opvoeding en begeleiding weer een positieve toon te vinden.

Over het algemeen bestaat de behandeling in eerste instantie uit psychotherapie, bijvoorbeeld ouderbegeleiding en gedragstherapie voor het kind, die specifiek aansluit op de problemen. Eventuele tijdelijke opvang door derden kan ouders ontlasten en hen tegelijkertijd de gelegenheid bieden hun opvoedingstaak vol te houden.

 

Ouderbegeleiding

De ouderbegeleiding bestaat in principe uit psycho-educatie en oudertraining. Door psycho-educatie krijgen de ouders inzicht in de gedragsstoornis van hun kind. Hierdoor wordt duidelijker hoe het gedrag van het kind ontstaat en kunnen ouders zich daar minder schuldig over voelen. Ook krijgen ouders inzicht in het eigen opvoedgedrag en wat daar eventueel nog aan kan veranderen.

In het verlengde hiervan ligt de oudertraining. Bij een oudertraining leren de ouders positief gedrag te bevorderen en negatief gedrag te negeren of te bestraffen en duidelijke grenzen te stellen zonder het kind af te wijzen.

De trainingen voor ouders zijn meestal gericht op het verbeteren van de relaties in het gezin en op het aanleren van technieken om het gedrag van hun kind positief te beïnvloeden. Deze trainingen worden in groepsverband gegeven of individueel (per ouderpaar).

 

Gedragstherapie

De kinderen zelf kunnen via cognitieve gedragstherapie worden getraind in hoe zij zich in bepaalde situaties kunnen gedragen. Ook leren ze beter interpreteren en verwerken wat er om hen heen gebeurt en hoe ze overkomen op anderen.

Voor kinderen vanaf acht jaar met (ernstige) gedragsproblemen zijn er trainingen ontwikkeld die kinderen leren om gevoelens bij zichzelf te herkennen, met boosheid om te gaan en anders te leren denken over de bedoelingen van anderen. Deze trainingen worden meestal pas ingezet als de oudertrainingen onvoldoende effect hebben.

Voor jongeren vanaf twaalf jaar zijn er trainingen beschikbaar waarbij zij leren vanuit een ander perspectief naar een situatie te kijken en op een andere manier te reageren. Ze leren vaardigheden die gericht zijn op het vergroten van zelfcontrole en het reguleren van agressie. Ook leren ze sociale en probleemoplossende vaardigheden.

Vanaf de leeftijd van twaalf jaar is het meestal nodig om niet alleen de ouders en het kind te trainen maar om breder in te zetten. Daarvoor zijn programma’s ontwikkeld die ook de omgeving bij de behandeling betrekken.

 

Medicatie

Medicatie wordt bij gedragsstoornissen soms toegepast als de therapieën niet voldoende helpen of als er sprake is van:

  • Acute situaties om gevaar af te wenden
  • Een chronische situatie, om patronen te doorbreken
  • ADHD als bijkomende stoornis
  • Een stemmings- of angststoornis

 

Voor scholen

Voor scholen wordt aanbevolen gedragsproblemen aan te pakken op diverse niveaus gericht op de hele school, per klas en zo nodig per individuele leerling. Zowel voor schoolbreed gebruik als voor de aanpak in de klas, zijn diverse programma’s ontwikkeld.

U kunt ook eens kijken op de website van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie bij de informatie voor ouders, professionals en leerkrachten. Er zijn veel betrouwbare behandelprotocollen en erkende interventies.