NLD in het gezin

Een kind met NLD heeft van nature weerstand tegen het opnemen en verwerken van nieuwe informatie. Dit belemmert de ontwikkeling. Bij NLD nemen de problemen daardoor toe naarmate het kind ouder wordt. Het kind groeit als het ware in de stoornis. Wat je vaak ziet is dat deze kinderen op school proberen zich zoveel mogelijk aan te passen, waardoor ze de hele dag op hun tenen lopen. Thuis komt dan de opgebouwde spanning eruit. Dat kan uiteraard de nodige boosheid en driftbuien opleveren. Dit vraagt veel van de ouders en van eventuele broertjes en zusjes.

 

Dagen structureren

Omdat kinderen met NLD een gebrek aan overzicht hebben en gebrekkige planningsvaardigheden, kan het helpen om de dag vóór te structureren, in vaste delen op te breken. Een planbord of dagritmekaarten kunnen daarbij helpen. Ook kan een agenda, al dan niet elektronisch, handig zijn. Probeer ook tijdens het weekend of vakanties zoveel mogelijk hetzelfde ritme aan te houden als op een gewone doordeweekse dag.

Alledaagse activiteiten als knutselen, aankleden, met mes en vork eten, buiten de weg vinden, spelen met vriendjes, huiswerk maken; het kunnen voor kinderen met NLD ware obstakels zijn. Je kunt als ouder het beste je kind helpen door te weten wat zijn zwakke, maar ook zeker zijn sterke punten zijn. Probeer naar situaties te kijken door de bril van je kind. Begeleid je kind méér in de taken die je hem geeft en wees geduldig. Bedenk voortdurend: wat vraagt dit van mijn kind? Kan hij dit zelf al of moet ik hem nog ondersteunen? Er zijn natuurlijk ook verschillende therapeuten die daarbij kunnen helpen: de logopedist, de fysiotherapeut of de ergotherapeut.

Een kinder- en jeugdneuropsycholoog is erin gespecialiseerd om samen met kinderen en jongeren, en hun ouders en leerkrachten uit te zoeken hoe de informatieverwerking verloopt. Met de kennis hiervan lukt het vaak beter om te begrijpen waarom het kind zich in verschillende omstandigheden wisselend gedraagt. Waarom het zich in de ene situatie prettig voelt en op bepaalde taken prima presteert, terwijl het in een andere context reageert met boosheid, weigering, (faal)angst en onzekerheid of verdriet.

 

Competentiemodel

Ontwikkeling wordt beïnvloed door de interactie tussen het individu en de omgeving, tussen genetisch bepaalde factoren en maatschappelijke omgevingsfactoren. In elke leeftijdsfase heeft een kind specifieke ‘taken’ in zijn ontwikkeling. Die bestaan voor een deel uit verwachtingen en eisen vanuit de omgeving, maar ontstaan ook van binnenuit als gevolg van lichamelijke groei, de invloed van hormonen en cognitieve sprongen of hersenontwikkeling. De ontwikkeling verloopt in de meeste gevallen geleidelijk. Sommige kinderen en jongeren krijgen wat later of juist wat vroeger met bepaalde ontwikkelingstaken te maken.

Via het competentiemodel wordt uitgelegd welke ontwikkelingstaken passen bij welke leeftijd. Bij dit model wordt de afweging gemaakt tussen de taak die het kind krijgt en de vaardigheden die nodig zijn om de taak te kunnen uitvoeren. Het leert ouders en andere ondersteuners om door de ogen van het kind te kijken. Het competentiemodel is een analysemodel om het functioneren duidelijk in kaart te brengen. Een persoon is competent als hij of zij voldoende zaken aankan, die nodig zijn om in het dagelijks leven te kunnen overleven. Met andere woorden: de taken die iemand moet doen, zijn in evenwicht met de vaardigheden die iemand heeft. Het competentiemodel wordt veel gebruikt bij diagnostiek en behandeling binnen de GGZ en het speciaal onderwijs.