Misdiagnose bij hoogbegaafdheid

Het is belangrijk om misdiagnose te voorkomen. Dit komt echter regelmatig voor omdat men geneigd is te kijken naar gedrag en te weinig naar de oorzaken van gedrag. Daarnaast is er ook bij hulpverleners en leerkrachten niet altijd voldoende kennis en aandacht voor hoogbegaafdheid. Hoogbegaafde kinderen kunnen ook gedragsproblemen ontwikkelen en de hoogbegaafdheid kan ook samen voorkomen met leerproblemen zoals dyslexie of ontwikkelingsproblemen zoals ADHD of een autismespectrumstoornis. Doordat het kind zich in de meeste situaties door zijn intelligentie weet te redden, wordt het leerprobleem vaak laat opgemerkt.

Het vervelende is dat het kind dan voor beide condities geen gepaste aandacht krijgt en extra in de knel komt. Daarom is het van belang om hoogbegaafdheid en ook ontwikkelingsproblemen zo snel mogelijk te herkennen, zowel thuis als op school, en daarover ook met elkaar (ouders en leerkracht) in gesprek te gaan. Het is nodig om sterke kanten te herkennen en deze te stimuleren en het leerprobleem extra aandacht te geven, zodat het de intellectuele ontwikkeling niet in de weg staat.

 

Ontwikkelingsproblemen die bij hoogbegaafde kinderen vaak voorkomen:

Asynchrone groei
Bij hoogbegaafde kinderen kan er sprake zijn van een asynchrone ontwikkeling. Asynchroon wil zeggen dat de ontwikkeling niet gelijkmatig verloopt. Hoogbegaafde kinderen lopen vaak voor wat betreft de cognitieve ontwikkeling. De ontwikkeling op andere gebieden (motorisch of sociaal) is vaak normaal of blijft zelfs achter.

Faalangst
Iedereen die iets tegenkomt wat hij nog niet kent kan daar onzeker op reageren. Hoe je op een nieuwe ervaring reageert, is afhankelijk van eerdere ervaringen. Hoogbegaafde kinderen stellen vaak hoge eisen en dat kan leiden tot het niet afmaken van een taak of er niet eens aan beginnen. Als je te vaak zegt dat iets moeilijk is, dan kan het kind er ook voor kiezen dit in de toekomst niet meer te gaan doen. Dit levert faalervaringen op. Als ouder kun je het kind leren dat als je nieuwe dingen uitprobeert, dit niet altijd gelijk in een keer lukt. Het is goed als ouders kunnen aangeven dat dit bij het leerproces hoort.

Onderpresteren
Bij hoogbegaafde kinderen komt onderpresteren vaker voor. Het kind presteert dan minder dan je op grond van zijn capaciteiten zou verwachten. Onderpresteren kan ontstaan om verschillende reden. Zo kan het zijn dat er te weinig waardering is voor wat het kind eigenlijk kan en wil. Het kan ook zo zijn, dat het kind zich aan wil passen aan de groep en ook wil presteren als alle andere kinderen in de groep. Soms wordt het niet begrepen door leeftijdgenootjes. Er is vertrouwen en geduld nodig om dit te laten verdwijnen, maar het is wel belangrijk dat het zo vroeg mogelijk wordt herkend.

 

Problemen die soms voorkomen en vaak leiden tot een misdiagnose:
  • Woedeaanvallen
  • Dwang- en angstproblemen
  • Stemmingsklachten
  • Slaapproblemen
  • Allergie en astma

 

Andere problemen en risico’s bij hoogbegaafdheid
  • Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een abstract denkniveau en uiten zich verbaal sterk. Dat heeft als gevolg dat zij vaak ouder worden ingeschat dan de emotionele leeftijd die zij hebben. Het komt regelmatig voor dat zij daardoor worden overvraagd waardoor zij onzeker worden. In interactie met leeftijdsgenoten vinden zij daarnaast vaak niet de aansluiting die zij zoeken. Maar ook bij oudere kinderen lukt die aansluiting niet altijd goed, waardoor zij zich klem voelen zitten. Dit kan leiden tot angst, twijfel, een laag zelfbeeld en vermijdingsgedrag.
  • Het is voor hoogbegaafde kinderen vaak ook lastig om samen te werken met anderen. Daardoor kunnen zij zich soms eenzaam voelen of zichzelf buiten de groep plaatsen. Voor hoogbegaafde kinderen is het daarom extra belangrijk dat zij hiermee leren omgaan. Een vriendje of vriendinnetje in de buurt of in de klas dat goed bij het kind aansluit en gelijkgestemd is, kan daarin enorm helpend zijn.
  • Van jongs af aan zijn hoogbegaafde kinderen gewend om problemen op te lossen door ze te begrijpen. Leeftijdsgenootjes zijn veel meer getraind problemen op te lossen door procedures te doorlopen. Het gevolg daarvan is dat hoogbegaafde kinderen minder getraind zijn in leren, in dingen stap voor stap aanpakken, en over minder strategieën beschikken als zij er op eigen denkkracht niet uitkomen. Het is dan ook belangrijk dat hoogbegaafde kinderen al vroeg leren ‘leren’ en fouten leren maken.
  • Gebrek aan motivatie of somberheid komt regelmatig voor bij hoogbegaafde kinderen. Als zij niet op het juiste niveau worden uitgedaagd, neemt hun motivatie af. Dit kan er uiteindelijk zelfs toe leiden dat een kind afglijdt naar een lager onderwijsniveau. Het is dan moeilijk om kinderen weer gemotiveerd te krijgen. Zo kan een kind steeds meer van zichzelf vervreemd raken en somber tot depressief worden. Als ouders dergelijke signalen oppikken en niet in staat zijn dit proces zelf te keren, is het aan te raden om een deskundige in te schakelen. Een deskundige op het gebied van hoogbegaafdheid kan in dergelijke situaties bijzonder ondersteunend en helpend zijn.
  • De meeste kinderen hebben de neiging om als er iets is gebeurd, de schuld daarvan buiten zichzelf te zoeken of zelfs anderen de schuld te geven. Hoogbegaafde kinderen geven zichzelf juist vaker de schuld. Zij kunnen erg zwart-wit zijn in hun denken en daardoor soms onaardig of koppig overkomen. De drijvende kracht achter die koppigheid is niet de drang om tegendraads te zijn, maar omdat zij vasthouden aan hun overtuiging. Hun manier van denken en eventueel onbegrip door de omgeving kan soms voor woedeaanvallen zorgen.
  • Hoogbegaafde kinderen die opstandig zijn of altijd maar argumenteren, kunnen dit gedrag aanpassen als zij zien dat sociaal meer geaccepteerde benaderingen meer opleveren. Als ouder of leerkracht is het dan ook raadzaam om het opstandige gedrag zoveel mogelijk te negeren en er niet in verstrikt te raken. Onder het oppositionele gedrag ligt vaak een onderliggend gevoel ten grondslag: ‘Niemand begrijpt mij’. Dat is vaak de wortel van de boosheid.
  • Soms kan het helpen om in een conflict te zoeken naar een creatieve oplossing. Bijvoorbeeld gaan stoeien in plaats van praten, even iets heel anders in de strijd gooien of een grap maken. Humor relativeert en kan een kind uit zijn of haar zwart-witte ‘mindset’ halen.