Dyscalculie vaststellen

Er is geen simpele test die uitspraken doet over het wel of niet bestaan van dyscalculie. Wanneer rekenproblemen niet overgaan met extra oefening en het kind met andere vakken wel goed presteert, moet er op taakniveau onderzoek worden gedaan. Dit betekent dat er onderzoek wordt gedaan naar de uitvoering van specifieke rekentaken.

 

Onderzoek

Een intelligentieonderzoek is niet meteen nodig. Er moet eerst worden gekeken hoe het kind een rekentaak uitvoert en of hij of zij de basisfeiten en procedures wel kent en heeft geautomatiseerd. Ook moet worden nagegaan of het kind voldoende onderwijs heeft gehad en of er bijvoorbeeld geen emotionele problemen zijn.

Verder is van belang te kijken naar de gebruikte rekenmethode en is ook het taalniveau van groot belang, want rekenen is veel taliger dan vaak wordt gedacht. Voor een diagnostisch onderzoek naar dyscalculie kunt u terecht bij een gespecialiseerde orthopedagoog of psycholoog.

 

Dyscalculieverklaring

De diagnosticus stelt, naast een deskundigenrapport, vaak ook een dyscalculieverklaring op. Hierin kan de deskundige vastleggen op welke gebieden zich problemen voordoen, welke specialistische hulp er nodig is en welke voorzieningen en aanpassingen de leerling nodig heeft. Het is raadzaam hier terughoudend mee om te gaan, omdat niet alle vervolgopleidingen en beroepen meer tot de mogelijkheid behoren als een leerlingen een dyscalculieverklaring heeft.

 

Faciliteiten

Een dyscalculieverklaring kan een leerling recht geven op bepaalde faciliteiten, zoals het gebruik van een rekenmachine en extra tijd bij het maken van toetsen en schoolexamens. De school bepaalt zelf welke voorzieningen worden toegestaan. Aan de dyscalculieverklaring kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. De school kan deze verklaring wel gebruiken om het kind de benodigde hulp te bieden. De verklaring blijft altijd geldig.

De maatregelen waar het kind in de klas mee gebaat is, zijn niet standaard, maar zijn afhankelijk van de specifieke moeilijkheden die het betreffende kind met rekenen ondervindt.

Hierbij kan onderscheid worden gemaakt in:

 

Protocol Dyscalculie: diagnostiek voor gedragsdeskundigen

Dyscalculie onderzoeken bij een kind is een complexe aangelegenheid. Op 31 maart 2012 is het Protocol dyscalculie: diagnostiek voor gedragsdeskundigen verschenen, opgesteld door onder andere Hans van Luit, hoogleraar Dyscalculie aan de Universiteit Utrecht. Dit protocol biedt handvatten voor gedragsdeskundigen om door verantwoord onderzoek te bepalen of een leerling die zwak is in rekenen, dyscalculie heeft of niet.

Er zijn drie criteria die de diagnose dyscalculie bepalen:

  • Ernst van de problemen
  • Mate van achterstand
  • Didactische resistentie (ondanks gedegen onderwijs gaat het kind niet vooruit)