DCD op school

Leerlingen in de basisschoolleeftijd zijn sterk gericht op motorische activiteiten. Kinderen die hierbij uitvallen hebben de neiging zich terug te trekken uit het groepsgebeuren. Omdat DCD vaak onzichtbaar is voor de omgeving, is het voor de mensen rondom het kind moeilijk om er goed op in te spelen. Op school zijn er veel momenten dat er ‘snel’ moet worden gehandeld. Zoals bij het opruimen of bij het verkleden voor de gymles. De extra tijd die het kind nodig heeft, is er meestal niet. Daar komt bij dat het kind de ene dag meer last kan hebben van DCD dan de andere dag. Dit is ook voor het kind zelf vaak ongrijpbaar.

 

Advies voor leerkrachten

Een kind met DCD kan niet voldoen aan de verwachtingen en vanzelfsprekendheid van dagelijkse handelingsrituelen. Hierdoor krijgt het kind vaak negatieve feedback. Het belangrijkste advies aan de leerkracht is te geloven in de capaciteiten van het kind. De leerkracht kan een kind op veel manieren helpen:

  • Geef meer tijd om iets uit te voeren.
  • Laat het kind de opdracht zelf verbaal herhalen.
  • Maak duidelijk dat een opdracht uit verschillende stappen bestaat en wijs op de juiste volgorde.
  • Leer vooral nieuwe vaardigheden aan in stappen. Leg ze stuk voor stuk uit en doe ze ook voor.
  • Houd de situatie overzichtelijk en leg niet te veel materiaal op tafel.
  • Structureer de dingen samen met het kind.
  • Leg de nadruk op het proces en niet op het product wanneer er iets fout gaat.
  • Geef niet direct zelf de oplossing, maar laat het kind zelf tot een oplossing komen door gericht vragen te stellen.

In de klas kan er verder specifiek aandacht worden geschonken aan de volgende zaken:

  • Laat het kind zoveel mogelijk vooraan zitten.
  • Een goede zithouding is belangrijk. Zowel bij schrijf als niet-schrijftaken.
  • Aangepast meubilair kan een oplossing bieden.
  • Gebruik waar mogelijk speciale aanpassingen in het materiaal of hulpmiddelen. Dit kan door materiaal te verzwaren, bijvoorbeeld een verzwaarde liniaal. Of dikker materiaal (dikke stiften/driehoekspotloden of speciale pennen).
  • Maak gebruik van antislipmateriaal (antislipmat of onderlegger) en aangepaste scharen.
  • Een laptop kan uitkomst bieden bij veel schrijfopdrachten. Het kind moet dan wel vaardig worden gemaakt in het typen.

Sluit het kind niet bij voorbaat uit van een groepsactiviteit vanwege zijn motorische onhandigheid, maar bedenk op voorhand een oplossing. Geef het ook meer tijd voor opdrachten, want het kind zal slechter presteren onder tijdsdruk.

Ondanks dat het moeilijk is in een klas vol kinderen, heeft een kind met DCD het nodig om zich te kunnen ontladen en uit te leven. Geef het kind hier de gelegenheid voor. Wanneer een kind druk of onrustig wordt en hierdoor de klas afleidt, is het een goede gelegenheid om het kind even iets anders te laten doen.

Wat betreft het volgen van de gymnastiekles verschillen de meningen. Meestal hangt het af van het gevoel dat een kind bij die lessen heeft. Als het slecht is voor het zelfbeeld, kunnen andere activiteiten worden aangeraden. Beweging is immers heel belangrijk, juist voor kinderen met DCD. Maar ook moet aandacht worden besteed aan overzichtelijkheid tijdens de gymles. Alleen al het binnenkomen in de gymzaal, waar iedereen door elkaar rent, kan ervoor zorgen dat het kind het overzicht kwijtraakt. Hierdoor kan de start van de les al niet soepel verlopen.

Het is ook voor een kind heel belangrijk dat het leert aan te geven wát het nodig heeft. Want als kinderen op de middelbare school komen, krijgen ze te maken met verschillende vakdocenten die niet (allemaal) op de hoogte zijn van de problemen. Dan is het handig als het kind zelf kan aangeven wat het nodig heeft. Soms kan het zijn dat er iets meer tijd nodig is voor een opdracht. Soms moet de opdracht zelf worden aangepast. Dit voorkomt dat er onbegrip kan ontstaan. Op de puberleeftijd leidt DCD nogal eens tot emotionele problemen. Hulp moet daarom ook gericht zijn op het voorkomen van emotionele problemen als gevolg van DCD-problematiek.

 

Rekenen

In principe hebben ouders de regie over het contact met school, maar zij kunnen wel de hulp van een therapeut inroepen om met de school te overleggen over de gewenste begeleiding en aanpassingen. Ook om leerkrachten attent te maken op problemen waarbij niet in eerste instantie aan DCD wordt gedacht. Zoals ruimtelijk-visuele problemen, die hun invloed hebben op de prestaties bij het rekenen. Veel kinderen met DCD kunnen bijvoorbeeld geen driehoek tekenen. Ze weten precies wat het is, maar krijgen hem niet op papier. Met een kaartendoos met figuren kan worden gecontroleerd of het kind het wel weet. Soms maakt het kind hardnekkig omkeringen bij het opschrijven van getallen. Dan kan het helpen om het kind de sommen te laten oplezen of op de computer te laten maken. Zo zijn er allerlei manieren om te controleren of een kind kan rekenen.

 

Lezen en schrijven

Schrijven is voor alle kinderen en volwassenen een vaardigheid die hen in staat stelt om te communiceren. Ondanks de toename van het gebruik van de computer is schrijven en leren schrijven nog steeds actueel. Het schrijven op school is ondersteunend bij andere leerdomeinen, zoals bij taal en rekenen. Schrijfmotorische problemen kunnen daarom grote invloed hebben op de schoolprestaties.

Slecht kunnen schrijven, kan ook het leren lezen negatief beïnvloeden. Want als je al heel erg moet nadenken bij de bewegingen die je moet maken, gaat het mis als je ook nog eens moet nadenken over de spelling. En als je extra aandacht moet schenken aan het schrijven en daarom een beetje later bent, mis je vaak verbale instructies en hoor je een deel van de opdracht niet. Vaak is ook de schoolagenda niet goed ingevuld. Kinderen weten niet meer welke taak ze moeten maken of leren een verkeerd deel van de lessen. Ook de rekenprestaties kunnen onder schrijfproblemen lijden, bijvoorbeeld als rekensommen niet mooi onder elkaar worden gezet.

Voor motorische schrijfproblemen bij kinderen is er door het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapeuten (KNGF) een evidence statement ontwikkeld. Dit statement heeft betrekking op kinderen met schrijfproblemen uit het basisonderwijs van groep 3 t/m 8, die bij de kinderfysiotherapeut worden aangemeld. Het handschrift wordt enerzijds beoordeeld aan de hand van kwalitatieve aspecten (hoe ziet het resultaat eruit) en deels aan de hand van kwantitatieve aspecten (hoeveel kan iemand produceren binnen een bepaalde tijd).

Schrijfproblemen kunnen bij DCD horen of op zichzelf staan, maar kunnen ook een uitingsvorm zijn van complexe motorische problematiek zoals neuromusculaire aandoeningen, cerebrale stoornissen, gedragsstoornissen (bijvoorbeeld ASS) of leerproblemen (bijvoorbeeld dyslexie).

Ook bij schrijfproblemen is hulp belangrijk. Extra grote schrijfblaadjes zijn een begin, maar vaak is er meer nodig. Het heeft ook geen zin om deze kinderen te berispen om hun slechte handschrift. Onder invloed van de druk zal het handschrift alleen maar slechter worden.

Op de website Gedragsproblemen in de klas staat veel praktische informatie over DCD in het onderwijs.