DCD behandelen

Hoewel een deel van de kinderen met DCD over de problemen lijkt heen te groeien, kan het toch belangrijk zijn om een kind te laten onderzoeken. Door een uitgebreid onderzoek kunnen ernstige aandoeningen (zoals een spierziekte) worden uitgesloten of in een vroeg stadium worden opgespoord. Daarnaast is het van belang om nauwkeurig te onderzoeken op welke terreinen de motorische problemen het kind belemmeren in zijn functioneren.

 

Behandeling of extra ondersteuning

Niet elk kind met motorische onhandigheid heeft een behandeling van een revalidatieteam nodig. Soms kan een fysio- of ergotherapeut voldoende hulp bieden of kan de leerkracht veel bereiken met extra ondersteuning. In alle gevallen is samenwerking van ouders met leerkrachten belangrijk, omdat een uurtje oefenen per week niet genoeg is. De vraag is steeds: Wat wil het kind verbeteren en wat is er nodig om dat te bereiken?

Het soort therapie hangt af van het type motorische probleem, de leeftijd van het kind, zijn verstandelijke vermogens en de aanwezigheid van eventuele bijkomende stoornissen.

Bij kinderen die voornamelijk last hebben van extreme bewegingsonrust is therapie niet noodzakelijk. Het is voldoende om aan de omgeving, ouders en leerkracht uit te leggen dat het kind niet expres zo onrustig is en dat vermaningen weinig zin hebben, omdat bij stress de onrust alleen maar toeneemt. Beter is het om het kind af en toe zijn onrust te laten uiten; dat kan bijvoorbeeld door hem of haar even te laten opstaan, een boodschap te laten doen of over de gang te laten rennen.

Kinderen met DCD zijn gebaat bij extra aandacht voor de motorische ontwikkeling. Dat kan bijvoorbeeld met Motorische Remedial Teaching, kinderoefentherapie (Mensendieck/Cesar), kinderfysiotherapie en kinderergotherapie. Ook voor de spraak kan een logopedist een behandeling in gang zetten.

 

Motorische Remedial Teaching

Motorische Remedial Teaching (MRT) is gericht op de ontwikkeling van het bewegingsgedrag van het kind. Door een kind gericht te laten oefenen met MRT kan een bewegingsachterstand worden ingelopen. De Motorisch Remedial Teacher is een speciaal opgeleide docent. De therapie is bedoeld voor kinderen die vastlopen in hun ontwikkeling en dat in hun gedrag laten zien.

Kenmerkend voor deze vorm van remedial teaching is dat kinderen via spel en bewegingsactiviteiten worden uitgenodigd om hun motorische, cognitieve en sociaal-emotionele vaardigheden te vergroten. MRT wordt meestal binnen schoolverband aangeboden, vooral binnen het speciaal onderwijs.

 

Oefentherapie

Kinderoefentherapie is een specialisatie van Oefentherapie Cesar-Mensendieck. De kinderoefentherapeut richt zich op de (senso)motorische ontwikkeling van kinderen tot achttien jaar. Na een intakegesprek volgt een uitgebreid onderzoek waarbij de omgeving van het kind wordt betrokken. Daarna wordt een behandelplan opgesteld.

Bij de behandeling van kinderen wordt, net als bij de algemene oefentherapie, aangesloten bij de dagelijkse vaardigheden, houdingen en bewegingen van kinderen, die op een speelse wijze worden geoefend. Bijvoorbeeld klimmen, springen en balvaardigheden, maar ook knippen, knutselen en schrijven.

 

Fysiotherapie

De kinderfysiotherapeut is gespecialiseerd in het behandelen van kinderen tot achttien jaar met een achterstand in hun bewegingsontwikkeling of met problemen van bewegingsvaardigheden. Dat kunnen kinderen zijn die moeite hebben om mee te komen op lichamelijk vlak, maar ook op sociaal-emotioneel vlak: als kinderen lichamelijk onhandig zijn, worden ze bij sport en spel vaak buitengesloten.

De behandeling bestaat vooral uit bewegingstherapie. Hierbij leren kinderen hun motorische vaardigheden (bewegingsvaardigheden) verbeteren en ontwikkelen. Dat gebeurt op een manier die aansluit bij hun belevingswereld en hun verwachtingen, en met kindvriendelijke materialen. Tijdens de behandeling krijgen de ouders advies en informatie om hun kind te steunen in de ontwikkeling van (nieuwe) vaardigheden.

 

Ergotherapie

Kinderergotherapie is erop gericht de zelfstandigheid van het kind in alledaagse vaardigheden, zoals eten met bestek, aankleden, spelen, hobby’s en schoolse vaardigheden te vergroten. Na een intakegesprek en onderzoek vindt een gesprek met de ouders plaats en wordt een behandelplan opgesteld.

De ergotherapeut pakt de activiteiten die problemen opleveren en voor het kind belangrijk zijn, zo praktisch mogelijk aan. De behandeling gaat spelenderwijs en wordt afgestemd op de interesse en mogelijkheden van het kind. Ergotherapie vindt niet alleen plaats in de behandelruimte van de therapeut, maar ook op plekken waar zich problemen voordoen, zoals thuis en op school.

 

Logopedie

Een logopedist kan bij kinderen met taalontwikkelingsstoornissen of spraakproblemen oefeningen geven. Ook kan deze ouders adviezen geven hoe hiermee om te gaan.

 

Revalidatie

De revalidatiearts coördineert de verschillende behandelingen en kan ook advies geven voor het sporten. In revalidatiecentra bestaan vaak groepjes voor kinderen met DCD-problematiek waarbij zij groepsgewijs kunnen oefenen met elkaar.

Er zijn twee methoden voor behandeling van DCD:

  • CO-OP methode (Cognitive Orientation to Daily Occupational Performance)
  • NTT (Neuro motor Task Training)

Bij CO-OP wordt een probleemoplossende strategie gebruikt, waarbij het kind een vast aantal stappen volgt om de taak op te lossen. Bij NTT moet het kind wel zelf de taak oplossen, maar niet met een vast aantal stappen. Beide methoden hebben als doel de bewegingsproblemen taakgericht aan te pakken.