AD(H)D op school

Signalen op school

Regelmatig komt het voor dat de signalen van AD(H)D het eerst worden opgemerkt in het onderwijs. Ouders hebben dan al vaak wel eerder aan de bel getrokken omdat ze ongerust waren over het gedrag van hun kind, maar werden gerustgesteld: alle jonge kinderen zijn nu eenmaal druk en impulsief en vragen veel aandacht. Of: alle jonge kinderen zijn weleens dromerig en vergeten van alles. De problemen van het kind met AD(H)D komen vaak pas echt aan het licht doordat het onderwijs vraagt om vaardigheden die een kind met AD(H)D niet min of meer vanzelf ontwikkelt, zoals een gemiddeld kind dat wel doet.

Het komt ook voor dat ouders al weten of vermoeden dat hun kind AD(H)D heeft voordat het naar de basisschool gaat. Dan is het belangrijk de leerkracht aan het begin van het schooljaar goed op de hoogte te brengen. Een leerkracht wil van tevoren graag weten welke behandeling het kind krijgt (gedragstherapie, medicatie). Misschien is het nodig dat de leerkracht kennis opdoet/opfrist over AD(H)D: hoe de symptomen tot uiting kunnen komen in de klas of hoe de kans dat het kind kan meedraaien in de klas groter wordt. Afstemming met het thuisfront van een leerling is van groot belang voor een eenduidige aanpak.

 

Ouders en school

Samenwerking tussen school en ouders is een absolute noodzaak in de ondersteuning van een kind met AD(H)D. Uit onmacht over de problemen met het kind kunnen ouders en school soms onrealistische verwachtingen van elkaar hebben. Leerkrachten noch ouders kunnen van een kind met AD(H)D een rustig en geconcentreerd kind maken. Het is belangrijk zich dat van beide kanten te realiseren.

Het is verstandig aan het begin van het schooljaar een aantal concrete afspraken te maken. Ouders en leerkrachten kunnen hiertoe allebei het initiatief nemen. Het is noodzakelijk dat beide partijen zich serieus aan de afspraken houden en dat ze een aantal contactmomenten plannen om erover van gedachten te wisselen. Eventueel kan een hulpverlener, via de intern begeleider, bemiddelen in het contact met school.

 

Omgaan met AD(H)D in de klas

Onderwijs geven aan een kind met AD(H)D is niet gemakkelijk. Er wordt veel van een leerkracht gevraagd in de omgang met deze kinderen, zowel op pedagogisch als op didactisch gebied. Het is moeilijk de extra aandacht en energie die deze kinderen vragen in de klas op te brengen, zeker naarmate het schooljaar vordert. Als er geen vooruitgang in het gedrag zit, eisen vermoeidheid en machteloosheid soms hun tol. Dan ontstaat het gevaar van een negatieve spiraal: de leerkracht begint het kind te negeren, zet het vaker op de gang, geeft het vaker straf, waardoor de leerling zich ook afsluit en zich nog minder van de leerkracht gaat aantrekken.

Het gedrag gaat dan van kwaad tot erger. Voor beide partijen én voor de rest van de klas is het dus belangrijk om een dergelijk negatief patroon te vermijden of zo snel mogelijk te doorbreken.

 

Leerkrachttraining

Er zijn verschillende programma’s zoals ‘Taakspel‘ en ‘Positive Behaviour Support’ waarbij leerkrachten worden getraind. Deze programma’s zijn erop gericht dat alle kinderen in de klas zich beter aan de klassenregels houden en zich taakgerichter gedragen. Deze programma’s zijn niet specifiek gericht op kinderen met AD(H)D. De leerkrachten worden in verschillende sessies getraind door een coach.

Gedragstherapeutische leerkrachttraining bestaat uit het leren invoeren van structureringsmaatregelen in de klas/groep, en uit het leren ontwerpen en uitvoeren van een geïndividualiseerd en gestructureerd beloningsprogramma waarvan het direct reageren op ongewenst, niet-taakgericht gedrag en het nadrukkelijk positief reageren op adequaat en taakgericht gedrag de kern vormen.

 

Druk in de klas

De methode ‘Druk in de klas’ werd ontwikkeld door de Vrije Universiteit (VU). Hierbij werkte de VU nauw samen met verschillende partijen, waaronder Stichting Kinderpostzegels, de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind en oudervereniging Balans.

‘Druk in de klas’ is een interventie om het functioneren van kinderen met symptomen van AD(H)D te verbeteren. De interventie is gericht op zowel de problemen die storend zijn voor het kind zelf als op de problemen die storend zijn voor de leerkracht en de rest van de klas. De interventie is bedoeld voor groep 3 tot en met 8 van het reguliere basisonderwijs. Voor het invoeren van deze interventie is geen intensieve leerkrachttraining nodig.

 

Voortgezet onderwijs

Op de middelbare school zal een kind met AD(H)D meer en langer behoefte hebben aan begeleiding van zijn ouders. Het is verstandig als ouders de lijn met school kort houden, zorgen dat ze kopieën hebben van roosters en huiswerkoverzichten en bijvoorbeeld samen met hun kind de schooltas inpakken.

Als het kind deze begeleiding wel nodig heeft maar niet meer accepteert (ook een puber met AD(H)D wil zich losmaken van zijn ouders), kan een coach of huiswerkinstituut uitkomst bieden.

 

Huiswerk

De leerling met AD(H)D heeft aanzienlijk meer training nodig voor het agendabeheer en de planning van school- en huiswerk. Het is raadzaam daar vast op de basisschool mee te beginnen.

 

Plannen en structuur aanbrengen

Kinderen met AD(H)D vinden het zelf moeilijk om te plannen en structuur aan te brengen, ondersteuning daarbij is onmisbaar. Afsprakenlijsten, agenda’s en markeerstiften zijn belangrijke hulpmiddelen.

Op de middelbare school, met verschillende vakken en docenten en veel meer huiswerk, wordt deze ondersteuning nog belangrijker. Een rustige ruimte om te werken, kleurmarkeringen voor de verschillende vakken, extra afspraken voor het doorgeven van huiswerk (bijvoorbeeld via de mail of door de leraren de agenda te laten controleren) kunnen helpen.

Soms is dat niet te organiseren, door de situatie thuis of doordat het kind de begeleiding niet accepteert. Dan moet extra ondersteuning worden gezocht. Zogenoemde huiswerkklassen zijn niet genoeg voor leerlingen met AD(H)D. Gespecialiseerde huiswerkinstituten zijn ideaal maar niet altijd betaalbaar voor ouders.

 

Stages of beroepspraktijkvorming

Tijdens stages of (op het (v)mbo) de beroepspraktijkvorming, kan de jongere met ADHD tegen problemen aanlopen. Het is van belang dat de docent, de loopbaanbegeleider en de student in de aanloop naar de stage en ook tijdens de stage hieraan aandacht besteden. Vraag er dus naar bij de loopbaanbegeleider of de betreffende docent, want niet alle onderwijsinstellingen zijn zich bewust van de belemmeringen die studenten met ADHD ondervinden.

Het is handig om van tevoren te weten welke werkzaamheden de student tijdens de stage moet uitvoeren. Er kunnen afspraken worden gemaakt over de ondersteuning die de student tijdens de stage nodig zou kunnen hebben. Om te bepalen of de gekozen aanpak effectief is of eventueel moet worden bijgesteld, moet dit regelmatig worden geëvalueerd.

 

Passend Onderwijs

De school moet zorgen voor ondersteuning als een kind met ADHD dit nodig heeft. U kunt uw kind aanmelden bij een school van uw voorkeur. Als er extra ondersteuning nodig is, dan vertelt u dit als ouder bij de aanmelding. De school kijkt dan of die deze ondersteuning zelf kan aanbieden. Kan dat niet, dan zoekt de school naar een plaats op een andere gewone school of een plaats in het speciaal onderwijs. De school werkt hierin samen met de ouder. U hoeft dus als ouder geen indicatie meer aan te vragen.

Elke school krijgt een vaste som geld voor het onderwijs aan een kind. Dat geldt voor zowel gewone scholen als voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Daarnaast krijgt een school een deel van het landelijk budget voor (extra) ondersteuning.

Met de nieuwe Jeugdwet en de komst van Passend Onderwijs is de aansluiting van onderwijs en zorg steeds vanzelfsprekender. Er wordt nu gekeken naar wat een kind nodig heeft en niet meer alleen naar een diagnose. Dat betekent dat zorg en onderwijs beter op elkaar moeten aansluiten. In het gezamenlijk plan van aanpak gepaste zorg voor kinderen met druk, impulsief gedrag en aandachtsproblemen wordt aangegeven wat nog nodig is om dit te realiseren.

Veel gemeenten en samenwerkingsverbanden zijn al gestart met een samenhangende aanpak om onderwijs en jeugdhulp te verbinden. Vaak zetten zij hiervoor wijkteams of buurt- of jeugdteams in die aansluiten op de ondersteuningsstructuur in het onderwijs.

Het ‘Plan van Aanpak Gepaste Zorg’ is in november 2015 door een groot aantal organisaties uit de zorg en het onderwijs, de oudervereniging Balans en de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) en de ministeries van VWS en OCW geaccordeerd. Zorgprofessionals, leerkrachten en ouders slaan de handen ineen voor verbetering van de zorg, begeleiding en het onderwijs voor deze kinderen.