AD(H)D behandelen

Er is nog geen medicijn dat ADHD of ADD geneest, evenmin als een pasklare therapie die de stoornis opheft. Wel kunnen medicijnen de kernsymptomen verminderen en zijn er verschillende manieren om ouders, kind en leerkracht te ondersteunen, zodat kinderen met AD(H)D meer effectief en aangepast gedrag kunnen aanleren op school, thuis en tegenover leeftijdsgenoten.

De behandeling houdt meer in dan alleen het voorschrijven van medicijnen. Het is belangrijk dat u zich als ouder zoveel mogelijk verdiept in wat AD(H)D is en hoe deze stoornis het leven van uw kind en uzelf beïnvloedt. Daarnaast kan een oudercursus of -training u helpen het gedrag van uw kind in betere banen te leiden. En via gedragstherapie kan uw kind, als het wat ouder is, geholpen worden zijn gedrag aan te passen aan de eisen van de omgeving.

 

Richtlijnen voor behandeling

De behandeling van AD(H)D vindt bij voorkeur plaats door een team van diverse deskundigen waarin in ieder geval een arts en een gedragstherapeut samenwerken. Zij werken tegenwoordig meestal volgens speciale richtlijnen en protocollen. Deze zijn het resultaat van recente wetenschappelijke inzichten en uitvoerige discussies binnen diverse beroepsgroepen van behandelaars. Het werken met deze richtlijnen geeft de patiënt (en de ouders) de garantie dat er wordt gehandeld volgens de meest recente inzichten.

 

Hulp op maat

Een richtlijn betekent niet dat elk kind met AD(H)D op precies dezelfde manier wordt behandeld. Hulpverlening moet altijd aangepast zijn aan de omstandigheden van kind, gezin en omgeving (‘hulp op maat’). Er kunnen dus omstandigheden zijn die een hulpverlener doen afwijken van richtlijnen en protocol. De hulpverlener dient zich in zo’n geval wel te kunnen verantwoorden.

 

ADHD-behandelingen in de Jeugdwet

Sinds 2015 is de Jeugdwet in werking getreden waarin alle geestelijke gezondheidszorg (GGZ) voor kinderen tot 18 jaar onder de gemeente valt in plaats van de Zorgverzekeringswet. Dit betekent dat u hulp voor uw kind met (een vermoeden van) ADHD bij de gemeente dient aan te vragen. De gemeente sluit contracten af met zorgverleners. U kunt alleen bij een zorgverlener terecht als deze een contract heeft met uw gemeente.

 

Behandelingen

Naast psychosociale interventies en medicijnen zijn er tal van therapieën die als doel hebben AD(H)D te behandelen. Sommige hiervan hebben een wetenschappelijke onderbouwing, andere niet.

 

Psychosociale aanpak van AD(H)D

Onder een psychosociale aanpak vallen interventies die erop gericht zijn het gedrag van het kind te beïnvloeden. Om dat te bereiken, zijn de interventies niet alleen gericht op het kind zelf, maar ook op ouders en leerkrachten. Zij zijn immers degenen die het kind opvoeden, begeleiden en onderwijzen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen met AD(H)D gebaat zijn bij een gestructureerde begeleiding, gericht op het consequent belonen en versterken van gewenst gedrag.

Om de ouders, leerkrachten en het kind te ondersteunen in de gewenste gedragsverandering, blijkt het van groot belang dat zij begrijpen en accepteren wat het betekent om AD(H)D te hebben. De voorlichting hierover wordt psycho-educatie genoemd.

Als u beter begrijpt waarom uw kind zo ‘moeilijk’ is en als u beter weet welke aanpak tot gewenst gedrag leidt, zult u al snel veranderingen zien in het gedrag van uw kind. De hulpverleners rondom uw kind zullen u voorlichten over ADHD; mondeling, met foldermateriaal en misschien in bijeenkomsten. De laatste jaren worden allerlei trainingen ontwikkeld met een combinatie van diverse soorten gedragstherapie. Sommige zijn bedoeld voor individuele ouders. Ook komen er steeds meer trainingen voor leerkrachten en voor het kind zelf.

 

Behandeling met medicijnen

Ouders staan soms huiverig tegenover het gebruik van medicijnen, maar medicijnen kunnen een belangrijk onderdeel van de behandeling van AD(H)D vormen. Ze kunnen bij veel kinderen met AD(H)D zorgen voor een sterke verbetering van het gedrag en/of de concentratie.

De kernsymptomen van AD(H)D (aandachts- en concentratieproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit) kunnen door medicatie sterk verbeteren. Dit heeft een gunstig effect op onder meer het schoolwerk, de fijne motoriek, de opvoeding en de sociale relatie met andere kinderen.

 

Effect van medicatie

Volgens de Gezondheidsraad leidt medicatiegebruik bij ongeveer tachtig procent van de kinderen met AD(H)D tot een gedragsverbetering. Het gedrag van deze kinderen valt daarmee (net) binnen het ‘normale’ gedragspatroon. Medicatie kan mislukkingen voor het kind voorkomen en de relatie tussen kind en omgeving verbeteren.

Soms moeten verschillende soorten medicatie (of combinaties daarvan) worden uitgeprobeerd en helaas zijn er gevallen dat de medicatie niet aanslaat of dat het kind zodanig last krijgt van bijwerkingen, dat het ‘middel erger is dan de kwaal’.

 

Rebound

AD(H)D is ook met medicatie niet te genezen. De symptomen komen terug als de medicijnen zijn uitgewerkt. Bij kortwerkende medicatie komen de symptomen dan soms sterker terug dan normaal. Dit noemen we het reboundeffect. Dit effect kan met een goed getimed innameschema worden beperkt. Bij langwerkende medicijnen treedt dit effect nauwelijks op en hoeft er maar één keer per dag medicatie te worden ingenomen.

 

Nieuwe ontwikkelingen

Veel ouders staan huiverig tegenover het gebruik van medicijnen (psychostimulantia) voor AD(H)D. Vaak komt de vraag naar voren of er geen andere behandelingen mogelijk zijn. Dan worden genoemd: dieet, voedingssupplementen, homeopathische middelen of breinstimulerende therapieën (neurofeedback, Cogmed werkgeheugentraining, Braingame Brian).

De ouders hebben vaak ‘van horen zeggen’ dat een therapie zo goed werkt. Het bezwaar bij de meeste alternatieve behandelingen is dat er onvoldoende onafhankelijk wetenschappelijk bewijs is voor de werking ervan.

Therapeuten of instituten – die een therapie leveren – zullen vaak aangeven dat, de therapie ‘bewezen werkt’. Daar zijn meestal wel wat vraagtekens bij te zetten. Soms was de onderzochte groep niet groot genoeg, zodat het gevonden effect ook op toeval gebaseerd zou kunnen zijn. Soms was ook niet duidelijk of de behandelde kinderen echt wel AD(H)D hadden, zoals een jeugdpsychiater dat zou omschrijven. Ook kan het bijvoorbeeld heel goed zijn dat de verbetering optreedt, doordat er tijd en aandacht aan het kind en aan zijn ouders worden besteed.

 

Nieuwe behandelmethodes

Balans staat open voor nieuwe behandelmethodes, maar zal deze pas actief propageren als het succes van deze methodes voldoende wetenschappelijk is aangetoond. Balans blijft de ontwikkelingen op de voet volgen en u daarover informeren.

 

ADHD en diëten

Veel mensen veronderstellen dat er bij kinderen een relatie bestaat tussen wat ze eten en hoe ze hun gedrag kunnen beheersen. Hoe de relatie precies in elkaar zit, is nog niet duidelijk. Toch wordt het dieet van het ADHD Research Centrum in Eindhoven door de onderzoekers veelbelovend genoemd voor een geselecteerde groep kinderen met ADHD, al is het moeilijk aan te geven voor welke kinderen dit dieet zal helpen omdat het erg individueel bepaald is.

Dit dieet, ook wel het PVG-dieet (Pelsser Voeding Gedrag) genoemd, is een eliminatiedieet. Het is geen standaarddieet. Het kan voor elk kind anders zijn en wordt voor elk kind apart samengesteld. Dankzij dit maatwerk kan voor elk kind zo goed mogelijk worden onderzocht wat de invloed is van voeding op het gedrag van het kind.

 

Alternatieve therapieën

Alternatieve behandelaars luisteren vaak beter naar ouders en nemen langer de tijd om problemen met hen door te spreken. Ouders en patiënten voelen zich er dikwijls begrepen en op hun gemak. Dat is een prettige ervaring. Nogal eens wordt genezing beloofd. Sommige alternatieve behandelaars onderstrepen het belang van het feit dat de therapie ‘natuurlijk’ is, terwijl medicijnen ‘niet-natuurlijk’ zouden zijn. Menigeen vergeet dat er ook in de natuur veel giftige stoffen voorkomen, dat medicijnen niet altijd een chemische oorsprong hebben en dat chemische producten niet per definitie giftig zijn.

Het feit dat u veel doet voor uw kind, kan u als ouder een goed gevoel geven. En als u er sterk op gericht bent om verbeteringen te zien, dan ziet u ze vaak ook. Maar helaas is de verbetering meestal tijdelijk. De enthousiaste verhalen van andere ouders over resultaten van alternatieve therapieën zijn vaak ‘vers van de pers’. Als u er later nog weleens navraag naar doet, blijft er heel wat minder enthousiasme over. Dan blijkt het kind toch weer teruggevallen te zijn in het gedrag of blijkt een zware therapie in het leven van alledag uiteindelijk toch niet vol te houden.