Internationale regels

Op internationaal en Europees niveau zijn er verdragen waaraan jeugdigen rechten kunnen ontlenen.

 

Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK)

Het IVRK is een kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties, dat voor Nederland sinds 1995 van kracht is. Dit verdrag speelt steeds vaker een rol in het Jeugdrecht, bijvoorbeeld bij beslissingen om een kind in zijn eigen belang bij zijn vertrouwde pleeggezin te laten blijven, tegen de wens van de ouders in waarmee de rechter kiest voor het belang van het kind boven dat van de ouder.

Veel van de rechten neergelegd in het IVRK dienen als richtlijnen voor het per 1 januari 2015 ingevoerde stelsel van Jeugdhulp.

 

VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Het VN-verdrag heeft als doel de mensenrechten van mensen met een beperking te bevorderen, te beschermen en te waarborgen. In het verdrag zijn rechten neergelegd ter verbetering van de positie van mensen met een beperking. Het verdrag is daarnaast sterk gericht op het voorkomen van discriminatie op bijvoorbeeld scholen of door werkgevers.

Het VN-verdrag handicap trad op 14 juli 2016 in Nederland in werking. Het VN-verdrag versterkt de positie van mensen met een beperking. Het bepaalt onder andere dat zij recht hebben om zelfstandig te wonen, naar school te gaan, het openbaar vervoer te gebruiken of aan het werk te zijn. Net als ieder ander. De overheid (gemeente, provincie en rijk) moet zorgen dat dit wordt gerealiseerd.

In het nieuwe jeugdstelsel is aansluiting gezocht bij het VN-gedrag door kinderen met een handicap op gelijke voet met andere kinderen de hun toekomende rechten te laten uitoefenen en gemeentes actief preventief beleid te laten voeren en waar nodig die jeugdhulp aan te bieden aan jeugdigen en hun ouders om gevolgen voor jeugdigen met een handicap te voorkomen of bij te stellen.

 

Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens (EVRM)

Het EVRM is een Europees verdrag waarin mensen- en burgerrechten voor alle inwoners van de verdragsluitende staten zijn geregeld, waaronder ook de rechten van jeugdigen.

Binnen het jeugdstelsel zijn met name de artikelen 5 en 8 van het verdrag van toepassing waarin is neergelegd dat de jeugdige alleen in de in het EVRM genoemde gevallen zijn vrijheid kan worden ontnomen en dat de procedure daarvoor wettelijk moet zijn neergelegd. Dit is van belang bij opname in een (justitiële) jeugdinrichting.

Binnen het jeugdstelsel is voor de gesloten jeugdhulp in het kader van ernstige opgroei- en opvoedproblemen aansluiting gezocht bij het EVRM.