Geheugen

Geheugen is de capaciteit die iemand heeft om dingen te kunnen onthouden. Het kunnen maken en terughalen van informatie is belangrijk in het dagelijks functioneren. Zo kunnen we met ons geheugen informatie onthouden en leren en problemen oplossen.

Het geheugen bestaat uit drie onderdelen of processen:

  • Opslaan van informatie
  • Vasthouden of bewaren van informatie
  • Terughalen van informatie

 

Soorten geheugen

Het geheugen bestaat uit twee delen: het kortetermijngeheugen (KTG) en het langetermijngeheugen (LTG).

Het kortetermijngeheugen is een tijdelijk opslagsysteem. Het slaat informatie voor een korte tijd op. Zo onthouden we wie we moeten bellen of welke boodschappen we nog moeten doen. Het KTG wordt ook gezien als werkgeheugen, wanneer de opgeslagen informatie ook nog actief wordt bewerkt.

In het werkgeheugen wordt informatie geanalyseerd en beoordeeld. Het is de ideale plek om bepaalde strategieën in te prenten.

Het langetermijngeheugen bevat feiten en gebeurtenissen die we langer willen onthouden. Het LTG is op te splitsen in het declaratieve en het procedurele geheugen:

  • Declaratief: persoonlijke belangrijke gebeurtenissen (episodisch geheugen) en feitelijke kennis (semantisch geheugen)
  • Procedureel: vaardigheden en automatismen