Effect neurofeedback bij autisme blijft omstreden
Neurofeedback kan de hersenactiviteit van kinderen en jongeren
met autisme beïnvloeden. De trage hersengolven die kenmerkend zijn
voor autisme worden bij de meesten minder. Ook verbetert het
vermogen om te schakelen van de ene situatie naar de andere. Dat
effect is er ook nog na een jaar. Maar het blijft omstreden of
neurofeedback het functioneren van kinderen met autisme echt kan
veranderen. Dit concludeert orthopedagoog Mirjam Kouijzer in haar
proefschrift waarop ze op 2 december promoveert aan de Radboud
Universiteit Nijmegen.
Minder trage hersengolven
Bij kinderen tussen 8 en 12 jaar hadden de trainingen effect: ze
communiceerden beter en bleken handiger in sociale interacties. Bij
jongeren tussen 12 en 18 jaar was dat niet zo. Bij de helft van
deze jongeren was het aantal trage hersengolven minder geworden en
konden ze beter schakelen tussen verschillende acties, maar hun
autistische symptomen waren niet veranderd. In totaal namen 72
jongeren van scholen voor speciaal onderwijs deel aan het
onderzoek.
Positieve gedragsverandering
De ouders waren redelijk positief over de gedragsverandering van
hun kind. Ouders kunnen volgens Kouijzer echter bevooroordeeld zijn
door de verwachtingen. Ook spelen er andere effecten mee.
Bijvoorbeeld dat kinderen vooruitgaan omdat ze allerlei elektroden
op hun lichaam geplakt krijgen, of met geavanceerde apparatuur
werken. Zij vindt de toepassing van neurofeedback bij autisme nog
niet overtuigend en zou het nog niet adviseren. Zij zegt dat er
zeker kinderen en jongeren met autisme zijn die postieve effecten
van neurofeedback ervaren. Maar ook zijn er een heleboel waarbij
dit niet het geval is. Tot op heden is neurofeedback een
experimentele behandeling, waarvan de effectiviteit ook in deze
studie nog niet wetenschappelijk is aangetoond.
Lees meer op de website van Radboud
Universiteit Nijmegen
Bron: Radboud Universiteit Nijmegen
Geplaatst op: 24-11-2011