Omgeving speelt belangrijke rol bij ontstaan autisme
Uit een nieuwe studie van Amerikaanse wetenschappers blijkt dat
omgevingsfactoren een grotere rol spelen bij het ontstaan van
autisme dan tot nu toe werd aangenomen. Dat meldt het Britse
tijdschrift New
Scientist op basis van een onderzoek aan de Universiteit van
Stanford.
Het blijkt dat slechts in 37% van de gevallen autisme kan worden
toegeschreven aan genetische aanleg. Bij 55% wordt het
waarschijnlijk veroorzaakt door omgevingsfactoren.
Omgevingsfactoren zijn bijvoorbeeld de leefomgeving van mensen, de
omstandigheden waaronder ze zijn geboren en eventuele infecties
waaraan ze zijn blootgesteld.
Tweelingen
De wetenschappers hebben 192 tweelingen (zowel eeneiige als
twee-eiige) onderzocht. Bij alle tweelingen had tenminste een van
de twee kinderen een vorm van autisme. Het blijkt relatief zeldzaam
te zijn dat één kind van de twee-eiige tweeling autisme ontwikkelt
en de andere niet. Omdat de genen van twee-eiige tweelingen voor de
helft verschillen, zou verwacht mogen worden dat het vaker voorkomt
dat één van de twee autisme ontwikkelt.
Omgeving
Dat het bij tweelingen vaak voorkomt dat allebei de kinderen
autisme hebben, suggereert dat omgevingsfactoren een erg
belangrijke rol spelen bij het ontstaan van autisme. In de meeste
gevallen delen de tweelingen namelijk hun omgeving. Ze worden
blootgesteld aan dezelfde bacteriën, drinken dezelfde moedermelk en
verblijven na hun geboorte vaak in hetzelfde ziekenhuis.
De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in het
wetenschappelijk tijdschrift Archives of
General Psychiatry.
Voorbeelden van omgevingsfactoren
In hun studie noemen de onderzoekers enkele specifieke
voorbeelden van omgevingsfactoren die van invloed kunnen zijn op
het ontstaan van autisme: het verloop van de zwangerschap
(infecties of niet), de leeftijd van de ouders en het
geboortecijfer in de omgeving.
Bron: New Scientist
Geplaatst op: 11-07-2011