print logo

EEG als leidraad voor beste behandeling ADHD

In de toekomst kan hersenonderzoek duidelijk maken of een behandeling voor ADHD of depressie zal aanslaan. Dit zegt Martijn Arns, die op 23 december 2011 promoveert aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift Personalized medicine in ADHD and depression.

Aanleiding

De aanleiding voor het onderzoek was dat men in de psychiatrie niet weet hoe medicatie bij patiënten werkt. Niet iedereen met een depressie heeft bijvoorbeeld baat bij antidepressiva. Dat geldt ook voor methylfenidaat in het geval van ADHD. Dit komt omdat onder de noemer van bijvoorbeeld ADHD verschillende varianten vallen die worden gekenmerkt door verschillende processen in de hersenen. Hierdoor slaat bij de ene patiënt de behandeling wel aan en bij de andere niet, waardoor sommige patiënten een behandeling krijgen die niet werkt.

Het onderzoek

Het doel van het onderzoek was om uit te vinden of een eenvoudig EEG-onderzoek kan helpen bij het verfijnen van de diagnose en bij het voorspellen van het succes van een behandeling.

Het onderzoek was gericht op ADHD en depressie. Van de deelnemers aan het onderzoek is eerst een EEG gemaakt. Daarna kregen zij een behandeling met geneesmiddelen, rTMS (magnetische hersenstimulatie) of neurofeedback. Na de behandeling is gekeken in hoeverre hun situatie was verbeterd en of er een relatie te vinden was met het behandelresultaat en het EEG.

De ADHD-patiënten die goed reageerden op methylfenidaat hadden in het EEG voorafgaand aan de behandeling bijvoorbeeld een verhoogde thèta-activiteit. ADHD-patiënten, van wie het EEG daarentegen een vertraagde alpha-piek frequentie liet zien, bleken niet op methylfenidaat te reageren. En ook niet op andere vormen van behandeling. In totaal zijn drie subgroepen van ADHD-patiënten gevonden met drie heel verschillende EEG's.

Uit het onderzoek blijkt ook dat 28% van de mensen met ADHD een vertraagde alpha-piek hebben, die dus niet op behandeling met methylfenidaat reageren. Dit geldt ook voor 17% van de mensen met een depressie. Men vermoedt dat bij deze patiënten het probleem vooral zit in een verminderde doorbloeding van de hersenen.

Hersenactiviteit als basis voor behandeling

Volgens de promovendus maakt zijn onderzoek duidelijk dat in de psychiatrie niet meer het gedrag, maar de hersenactiviteit gebruikt moet gaan worden als basis voor het stellen van een diagnose en het kiezen van een behandeling. Dat niet gedacht moet worden in termen van patiënten met ADHD of een depressie, maar van patiënten met bijvoorbeeld een vertraagde alpha-piek frequentie.

Het voordeel is dat behandelingen die specifiek gericht zijn op de hersengebieden waar de problemen zich voordoen, zoals neuromodulatie, neurofeedback en rTMS, minder bijwerkingen hebben dan medicijnen, en specifieker ingrijpen op het probleem. Via het EEG kan ook snel gezien worden of er iets verandert in de hersenen als gevolg van zo'n behandeling.

Er loopt momenteel een internationaal onderzoek, waar ook de Universiteit Utrecht aan meedoet, bij 2000 patiënten met depressie, en 500 met ADHD, het zogenaamde iSPOT-onderzoek.

Martijn Arns is nog op zoek naar patiënten voor het iSPOT-onderzoek, zie de oproep Gezocht voor onderzoek

Lees hier het proefschrift van Martijn Arns.

Bron: Psy.nl

Geplaatst op: 15-12-2011

Advies- en Informatielijn

(0900) 20 200 65

Open: ma-vr 9.30-13.00 uur
Kosten: € 0,25 per minuut

Helpdesk Dyslexie

(0800) 5010

Open: ma-vr 10.00-15.00 uur
Kosten: gratis

Mail de Helpdesk Dyslexie

Adresgegevens:

Postadres:

Postbus 93
3720 AB Bilthoven

Contact met Balans

Bezoekadres:

Soestdijkseweg-Zuid 217
3721 AD Bilthoven

twitter | facebook
Copyright 2012 Balans Digitaal  | Disclaimer