DSM-V te ruim?
Alan Frances, oud-voorzitter van de DSM-IV, uit in de media
(Zembla 18 september, VK 16 oktober 2010) kritiek op de komst van
de DSM-V waarin categorieën stoornissen in de geestelijke
gezondheidszorg opnieuw beschreven en gerubriceerd worden. Hij is
bang dat de criteria om te kunnen spreken van een stoornis in de
nieuwe versie te ruim worden genomen waardoor er veel individuen
onterecht medicatie voorgeschreven zouden krijgen.
Hij geeft als voorbeeld dat pubers zich graag een etiket ADHD
laten opplakken om zo op een makkelijke manier aan stimulerende
middelen te kunnen komen. Balans vindt dat een slecht voorbeeld
want heeft de ervaring dat pubers met ADHD er vaak alles aan doen
om hun diagnose te ontkennen. Pubers zijn immers liever geen
uitzondering.
Bovendien gaat het niet om de gescoorde criteria (van de
eventuele DSM-V) maar om de beperkingen die door de kenmerken van
ADHD in het dagelijks leven worden ondervonden. Het is de taak van
de deskundige om dat te beoordelen en een eventuele behandeling te
adviseren.
Frances' opmerking dat er nog geen biologische test is voor veel
van de genoemde stoornissen, klopt. Want dat geldt voor bijna alle
problematiek in de GGZ. Maar het bewijs dat afwijkende
hersenfuncties ten grondslag liggen aan dergelijke stoornissen is
de laatste jaren juist sterk toegenomen. Nu weliswaar nog in
onderzoek op groepsniveau maar dat mag geen reden zijn om
individuele problematiek te ontkennen en onbehandeld te laten.
Bron: Oudervereniging Balans
Geplaatst op: 21-10-2010