Hoe gekker hoe meer geld?
Reactie Balans op Elsevier-artikel ‘Hulp helpt kinderen niet’
(Elsevier nummer 46, november 2009, pagina 17-18)
Marike Stellinga schrijft in weekblad Elsevier 'ouders en scholen er belang bij hebben kinderen psychisch gestoord te laten verklaren'. Dat zou zo zijn én bovendien toenemen, omdat de overheid probleemkinderen royaal subsidieert. En dat zou er dan volgens Stellinga alleen maar toe leiden dat deze kinderen worden afgeschreven en in de Wajong belanden. Het gaat hierbij dan weer over de in de media verguisde diagnoses ADHD, Autisme spectrumstoornis of een oppositionele gedragsstoornis. Deze stelling vraagt om enige nuancering.
Ten eerste het feit dat geen ouder met plezier bij de geestelijke gezondheidszorg aanklopt voor een diagnose van zijn kind. Dan is er al veel gebeurd. Dan is het kind vastgelopen, in zichzelf, in het gezin, het onderwijs of de sociale omgeving. Het is geen verzinsel van ouders om onnodig collectieve middelen binnen te slepen. Dit wordt ook bevestigd in documenten van de overheid.
In het ontwerpadvies van de SER 'De winst van maatwerk; je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn', lezen wij een ontkennend antwoord op de vraag van minister Rouvoet of het toenemende gebruik van de collectieve middelen door deze jongeren wijst op onnodige medicalisering. "Nee", schrijft de adviescommissie van de SER: "daar hebben wij geen aanwijzingen voor gevonden. Er zijn wel steeds meer kinderen die zorg krijgen voor een psychisch probleem, maar het is niet zo dat ouders onnodig hulp vragen”.
De SER stelt dat er eerder ‘een reëel gevaar is van onderbenutting van zorg en voorzieningen omdat jongeren te maken krijgen met een vaak, moeizame en ingewikkelde ‘tocht door de instituties’. De SER noemt ook het feit van de ‘perverse prikkels’ dat een diagnose extra geld zou opleveren en het regulier onderwijs zou prikkelen leerlingen naar het speciaal onderwijs te verwijzen, maar schrijft de oorzaken van de toegenomen hulpvraag ook toe aan een betere signalering van problemen, de toenemende complexiteit van de samenleving en een grote nadruk op arbeidsproductiviteit.
Hiermee zit de SER op één lijn met het advies van de Gezondheidsraad inzake autisme van juni 2009, waarin eveneens het zogenaamde calculerende gedrag van ouders wordt tegengesproken.
Verder spreekt de SER zich uit voor een betere preventie van deze problemen en vroegtijdige signalering en interventie die noodzakelijk zijn om de kansen op maatschappelijke participatie in de toekomst voor kinderen met problemen te vergroten. De SER stelt: "Deze extra investeringen in de vroege fase zullen op de langere termijn juist tot besparingen in het vervolgtraject leiden".
Dit lijkt ons een veel positievere insteek om de problemen aan te pakken, dan ouders en onderwijs maar weer te betichten van een onnodig beslag op de collectieve middelen. En of die nou wel zo royaal bij de leerling terecht komen als in het stukje van Stellinga wordt gesuggereerd, zou eveneens een discussie waard zijn.
Daarvoor kan de brief geraadpleegd worden die staatssecretaris Dijksma begin november naar de Tweede Kamer stuurde en waarin zij stelde: "Een steeds groter deel van onze jeugd loopt vast en krijgt een label". Let wel: zij spreekt over vastlopen en niet over onnodige claims. Ook Dijksma maakt zich sterk om het beleid zó te wijzigen dat deze kinderen de kans krijgen in het onderwijs hun talenten te ontwikkelen. Want Dijksma weet ongetwijfeld dat zogenaamde ‘gekke’ kinderen ook de moeite waard zijn om als samenleving in te investeren.
Bron: nieuwsbericht Balans, 17-11-2009
Meer informatie
Geplaatst op: 20-11-2009