Belangrijkste wijzigingen

Er zijn drie belangrijke wijzigingen in het onderwijs na invoering van de Wet passend onderwijs.

 

Zorgplicht

Schoolbesturen hebben sinds 1 augustus 2014 zorgplicht. Zorgplicht betekent dat scholen ervoor moeten zorgen dat iedere leerling die op hun school zit of die zich bij hun school aanmeldt een passende onderwijsplek binnen het samenwerkingsverband krijgt.

Bij uitvoering van de zorgplicht moet het schoolbestuur eerst kijken wat de school zelf kan doen. Vindt de school dat een leerling het beste naar een andere school binnen het samenwerkingsverband kan gaan, dan moet deze zelf zorgen voor een goede plek voor die leerling.

 

Ondersteuningsprofiel

Elke school stelt elke vier jaar een ondersteuningsprofiel op waarin staat welke ondersteuning de school kan bieden en hoe dat wordt georganiseerd. Dat profiel maakt duidelijk of de school zich bijvoorbeeld wil specialiseren in een bepaald type ondersteuning of dat ze juist een school wil zijn waar alle kinderen met beperkingen een plek hebben.

Het ondersteuningsprofiel moet op de website van de school staan en geeft inzicht in de ondersteuning die school biedt. Leerlingen en ouders hebben een adviesrecht ten aanzien van de inhoud van het ondersteuningsprofiel, namelijk via de medezeggenschapsraad van de school.

 

Samenwerkingsverbanden

Scholen werken met elkaar in regionaal ingedeelde samenwerkingsverbanden. Er zijn in totaal 152 samenwerkingsverbanden geformeerd, 77 in het primair onderwijs en 75 in het voortgezet onderwijs. Hierin werken regulier en speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) samen.

Deze samenwerkingsverbanden krijgen geld om het onderwijs te regelen voor alle kinderen, ook voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Zij krijgen ook geld voor de ondersteuning op speciale scholen (cluster 3 en 4), het speciaal basisonderwijs, leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro).

Een samenwerkingsverband heeft verschillende taken. Er is een ondersteuningsplan opgesteld waarin onder meer wordt aangeven:

  • welk niveau van basisondersteuning de scholen binnen een samenwerkingsverband bieden;
  • hoe zij met elkaar een samenhangend geheel aan ondersteuningsvoorzieningen creëren;
  • hoe de beschikbare middelen worden verdeeld;
  • op welke wijze verwijzing naar het (voortgezet) speciaal onderwijs plaatsvindt;
  • hoe zij ouders informeren.